RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448668 / JE RK 26-928
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. G.A.P. Avontuur te Oosterhout,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 mei 2026;
de op 4 juni 2026 en 29 juni 2026 van mr. N.P.C.C. Langenberg, advocaat te Breda, ontvangen e-mailberichten.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om haar mening ofwel mondeling tijdens een zogenoemd kind gesprek ofwel schriftelijk aan de kinderrechter kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 2 juli 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 2 juli 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. Het standpunt van de GI
Ter onderbouwing van het verzoek is door de GI het navolgende aangevoerd.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging is nog aanwezig en de noodzakelijk geachte diagnostiek, waaronder mogelijk een psychoseksuele screening, is nog niet afgerond. Het in dit kader benaderde [ziekenhuis] ( [ziekenhuis] ) heeft inmiddels aangegeven dat deze casus niet passend is binnen hun zorgaanbod en dat een GGZ-instelling beter passend zou zijn om het bedoelde onderzoek uit te voeren. De moeder heeft vervolgens contact gezocht met [psychologenpraktijk] (in [plaats 3] ). Deze praktijk heeft aangegeven het bedoelde brede psychodiagnostisch onderzoek in beginsel te kunnen verrichten, zij het uitsluitend op basis van een jeugdbepaling. Het is daarom nog onzeker of deze hulpverlener kan worden ingeschakeld, aangezien de gemeente daarvoor eerst een akkoord dient te geven.
De GI bekijkt hiernaast nog de mogelijkheid van een psychoseksuele screening binnen de GI, maar de persoon die dit zou kunnen uitvoeren is momenteel met verlof.
Voorts is [hulpverlening] als therapeutisch hulpverlener betrokken bij de kinderen. Beide kinderen hebben ieder apart gesprekken met een psychomotorisch kindertherapeut. De ouders hebben vanuit [hulpverlening] gesprekken met een orthopedagoog en een systeemtherapeut (regiebehandelaar) in de vorm van systeem behandeling. Beide ouders ervaren steun en goede begeleiding vanuit [hulpverlening] en met hen zal verder worden gewerkt aan hun onderlinge communicatie en hun ouderrol.
De ouders laten blijken dat zij verschillen qua visie over de zorgen en de benodigde hulp. Mede daardoor verloopt de communicatie tussen hen via e-mail nog steeds moeizaam en is dit belastend voor de kinderen. Het is daarom van belang dat er gewerkt blijft worden aan een effectievere samenwerking tussen de ouders, nu dit ten voordele van de kinderen kan strekken. De ouders laten in elk geval naar de GI en de hulpverlening een open en meewerkende opstelling zien, waardoor er beter zicht wordt verkregen op hoe het met de kinderen gaat. Dit geldt ook voor recente ingrijpende gebeurtenissen in het leven van de vader, waaronder de geëindigde relatie tussen hem en zijn partner. De vader heeft op eigen initiatief de GI daarover ingelicht. Ook zijn de gegevens over zijn situatie gedeeld met [hulpverlening] . De moeder is daarvan echter niet op de hoogte is gebracht. Dit had – zo laat de GI tijdens de mondelinge behandeling desgevraagd weten - anders gemoeten.
5. De standpunten van de belanghebbenden
Door de moeder is - samengevat - opgemerkt dat zij achter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar kan staan. Er is nog sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.
Zij heeft echter een aantal opmerkingen over de uitvoering van de maatregel. Op bepaalde momenten (over een wijziging van tandarts en een planning rondom de avondvierdaagse) had zij meer regie cq sturing van de GI verwacht en zij verzoekt de GI in de toekomst deze rol meer op te pakken.
Hiernaast heeft de moeder bemerkt dat zij niet altijd volledig is/wordt geïnformeerd. Eerst tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder bijvoorbeeld gehoord over de financiële hobbels bij de gemeente m.b.t. [psychologenpraktijk] . Ook was zij niet op de hoogte van de relatiebreuk van vader, die door [hulpverlening] met haar kinderen is besproken. Zij verwacht dat er in de toekomst door de GI beter met haar wordt gecommuniceerd en dat de GI ook een actievere regie voerende en sturende rol zal vervullen bij problemen waar zij tegenaan loopt.
Door de advocaat van de moeder is aangevoerd dat de moeder uit oogpunt van het veilig en verantwoord kunnen opgroeien van de kinderen noodzakelijk acht dat hun ontwikkeling door de GI (verder) kan worden gemonitord en bewaakt. Dit geldt meer specifiek voor de zorgen die de moeder heeft over de seksuele ontwikkeling van de kinderen. Zonder de maatregel van ondertoezichtstelling is de verwachting dat vader niet mee zal werken; dan is de stagnatie compleet.
De moeder heeft de indruk dat de nadruk teveel ligt op ‘verstoorde oudercommunicatie”, terwijl de vraag eerder is of de vader voldoende tegemoet kan komen aan de behoeftes van de kinderen. De moeder ziet op sommige momenten dat de kinderen ergens mee zitten, de vader zegt vervolgens dat er niets aan de hand is en staat niet open voor een gesprek, terwijl later dan blijkt dat er in zijn leven grote veranderingen plaatsvinden die doorwerken in de levens van de kinderen.
Namens de vader is door mr. N.P.C.C. Langenberg per e-mail aan de rechtbank
- samengevat - bericht dat hij in stemt met een verlenging van de ondertoezichtstelling. Wel wenst de vader nadrukkelijk aandacht te vragen voor de uitvoering van de maatregel.
In relatief korte tijd zijn er inmiddels meerdere jeugdbeschermers betrokken geweest. Hij ervaart dat wisselingen van jeugdbeschermer telkens leiden tot onduidelijkheid, verlies van dossierkennis, vertraging in communicatie en oplopende spanning tussen alle betrokkenen. Dit werkt destabiliserend voor de kinderen. Sinds de betrokkenheid van de huidige jeugdbeschermer, te weten mevrouw [persoon] , lijkt er sprake van meer rust, voorspelbaarheid, duidelijkheid in communicatie en beter begrensde professionele lijnen richting beide ouders en de betrokken instanties. Juist daarom maakt de vader zich zorgen over mogelijk opnieuw veranderingen in de personele bezetting. Hij verzoekt daarom de rechtbank om de GI nadrukkelijk te wijzen op het belang van stabiliteit en continuïteit in de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de GI te verzoeken zich maximaal in te spannen om verdere wisselingen van jeugdbeschermers zoveel mogelijk te voorkomen gedurende de resterende looptijd van de maatregel. Daarnaast acht hij het van belang dat communicatie en betrokkenheid van externe hulpverlening zoveel mogelijk via de bestaande professionele kaders van de ondertoezichtstelling blijven verlopen, teneinde onduidelijkheid, parallelle trajecten en nieuwe escalaties te voorkomen.
6. De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 2 juli 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. In die beschikking is onder meer overwogen dat er forse zorgen zijn over de sociaal-emotionele ontwikkeling van beide kinderen, die laten zien dat zij klem zijn geraakt in de voortdurende ouderstrijd. Eerder is diagnostiek, waaronder mogelijk een psychoseksuele screening, noodzakelijk gebleken. Deze diagnostiek heeft thans nog niet plaats kunnen vinden. In het belang van de beide kinderen acht de kinderrechter het aangewezen dat het breed psychodiagnostisch onderzoek binnen afzienbare tijd zal kunnen plaats vinden. Dit is van belang voor de al bij de kinderen en bij de ouders betrokken hulpverlening en de daarnaast voor eventueel nog in te zetten hulpverlening. Dit om ervoor te zorgen dat de veiligheid en de ontwikkeling van de kinderen gemonitord kan (blijven) worden en om te kunnen vaststellen wat er verder nog nodig is om aan de doelstellingen van de ondertoezichtstelling, bedoeld ter afwending van de ontwikkelingsdreiging, te kunnen werken.
Voorts is gebleken dat de ouders nog onvoldoende in staat zijn om zonder toezicht de veiligheid en stabiliteit van de kinderen te waarborgen. De GI zal – met ondersteuning van [hulpverlening] – de ouders begeleiden in hun onderlinge communicatie en ouderrol. Gebleken is dat de GI op dit moment nog nodig is de veiligheid en ontwikkeling van beide kinderen te bewaken, om op die manier toe te werken naar een duurzame, stabiele situatie
De kinderrechter verzoekt de GI tot slot rekening te houden met de door moeder geuite behoefte aan betere communicatie met de GI en aan een actieve regie voerende rol van de GI en met de door de vader geuite zorgen over de stabiliteit en continuïteit in de uitvoering van de ondertoezichtstelling.
Met inachtneming van het voorgaande zal de kinderrechter de ondertoezicht-stelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 2 juli 2026 tot 2 juli 2027;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr. Felix, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.