RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449343 / FA RK 26-3107
Datum uitspraak: 30 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juni 2026 bij een FACT-locatie van [accommodatie]. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon 1], psycholoog;
[persoon 2], casemanager;
[persoon 3], zus van betrokkene.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 12 augustus 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat zij stabiel is. Zij geeft aan dat haar laatste opname in februari 2025 heeft plaatsgevonden. Volgens betrokkene heeft de medicatie haar goed ondersteund en is zij bereid deze op vrijwillige basis te blijven gebruiken. Daarnaast ervaart zij de zorgmachtiging als een vorm van druk.
De psycholoog verklaart dat betrokkene de medicatie wil afbouwen en uiteindelijk wil stoppen met het gebruik daarvan. Het doel is om te starten met schematherapie, maar daarvoor is vereist dat geen sprake is van een dreigende decompensatie. Volgens de psycholoog bestaat zonder zorgmachtiging het risico dat betrokkene met de medicatie stopt, waardoor zij psychisch kan decompenseren en de schematherapie niet kan starten.
De casemanager brengt naar voren dat in meerdere gesprekken met betrokkene is gebleken dat zij uiteindelijk voornemens is te stoppen met haar medicatie en deze na verloop van tijd zal weigeren als er geen zorgmachtiging is.
De advocaat voert aan dat betrokkene haar autonomie wil terugkrijgen. Daarnaast is zij bereid op vrijwillige basis contact te blijven houden met het FACT-team en haar medicatie te blijven gebruiken. Om die redenen verzoekt de advocaat de rechtbank het verzoek af te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis, kampt betrokkene tijdens een psychose met stemmen die haar opdragen zichzelf te beschadigen of zichzelf van het leven te beroven. Ook verbieden de stemmen haar dan medicatie te gebruiken. Betrokkene handelt daar dan ook naar. Eerder heeft zij strangulatiepogingen ondernomen of heeft zij zich naar het spoor begeven.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen het krijgen van haar medicatie, is in het verleden gebleken dat betrokkene haar medicatie niet altijd (trouw) inneemt. Als gevolg daarvan decompenseert betrokkene psychisch, waarbij zij suïcidaal gedrag vertoont. Gelet hierop heeft de rechtbank er onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader, met name wanneer een psychische decompensatie dreigt. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van zorg, afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 door mr Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 14 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.