ECLI:NL:RBZWB:2026:7048

ECLI:NL:RBZWB:2026:7048

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 30-06-2026
Datum publicatie 31-07-2026
Zaaknummer C/02/445222 / FA RK 26/891
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wijziging vastgestelde zorgregeling; bepaling dat geen zorgregeling geldt; verzoek nadere contactregeling afgewezen

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

Zaaknummer: C/02/445222 / FA RK 26/891

datum uitspraak: 30 juni 2026

beschikking over een wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

in de zaak van

[ouder 1] ,

hierna: [ouder 1] ,

wonende in [woonplaats 1] ,

advocaat: mr. S. Klootwijk in Breda,

tegen

[ouder 2] ,

hierna: [ouder 2] ,

wonende in [woonplaats 2] ,

advocaat: mr. Y.I.B Grosfeld in Breda,

over de minderjarige:

- [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, hierna: [minderjarige] .

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 18 februari 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het bericht van 29 mei 2026 van mr. Grosfeld met bijlagen.

Het verzoek is mondeling behandeld op 2 juni 2026. Bij die behandeling zijn gekomen partijen, met hun advocaten. Ook was een vertegenwoordiger aanwezig namens de Raad.

[minderjarige] is gelet op haar leeftijd in de gelegenheid gesteld om haar mening te geven. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt door het schrijven van een brief aan de rechter. Tijdens de zitting heeft de rechter een weergave gegeven van de inhoud van deze brief. Aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

2. De feiten

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad. [minderjarige] is binnen deze relatie geboren.

[ouder 1] heeft [minderjarige] erkend.

Bij beschikking van deze rechtbank van 30 juni 2020 is bepaald dat partijen voortaan gezamenlijk het gezag over [minderjarige] uitoefenen, is een zorgregeling bepaald tussen [ouder 1] en [minderjarige] en is een informatieregeling bepaald. Bij afzonderlijke beschikking van deze rechtbank van 30 juni 2020 is het gezamenlijke verzoek van [ouder 2] en haar moeder (oma van [minderjarige] ) om gezamenlijk met het gezag over [minderjarige] te worden belast, afgewezen.

Bij vonnis in kort geding van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 8 juni 2021 is [ouder 2] veroordeeld tot nakoming van de door de rechtbank bij beschikking van 30 juni 2020 bepaalde zorgregeling tussen [ouder 1] en [minderjarige] , onder verbeurte van een dwangsom.

[minderjarige] woont samen met [ouder 2] bij oma (de moeder van [ouder 2] ).

Er is een ondertoezichtstelling van [minderjarige] geweest van 17 april 2020 tot 16 april 2024. De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering heeft de ondertoezichtstelling uitgevoerd.

3. Het verzoek

[ouder 1] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat de regeling zoals bepaald in de beschikking van 30 juni 2020 zal worden gewijzigd, in die zin dat zal worden bepaald dat [ouder 1] en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot (begeleid) contact éénmaal per veertien dagen gedurende één dagdeel in het weekend van 10.00 uur tot 14.00 uur, welke regeling (stapsgewijs) zal worden uitgebreid tot onbegeleid contact gedurende één dag in het weekend, dan wel een zorg- en contactregeling vast te stellen, in goede justitie te bepalen.

4. De standpunten en het advies van de Raad

In haar brief heeft [minderjarige] , samengevat, kenbaar gemaakt dat zij geen contact meer wil met [ouder 1] . Zij heeft op verschillende manieren contact met haar gehad, maar heeft dit als niet prettig ervaren. [minderjarige] geeft aan dat zij al meerdere malen duidelijk heeft gemaakt geen contact meer te wensen en niet langer tot contact wil worden gedwongen. [minderjarige] geeft aan dat het goed met haar gaat en er geen zorgen zijn. Zij wil vooral dat naar haar wensen en gevoelens geluisterd wordt.

[ouder 1] handhaaft haar verzoek. Zij voert aan dat de bij beschikking van 30 juni 2020 vastgestelde zorgregeling al langere tijd door [ouder 2] niet wordt nagekomen. Zij betreurt het dat zij [minderjarige] inmiddels al geruime tijd niet heeft gezien en begrijpt dat [minderjarige] hierdoor op dit moment geen contact met haar wenst te hebben. [ouder 1] vraagt zich af in hoeverre [minderjarige] wordt beïnvloed door [ouder 2] en oma. Zij voert aan dat zij tijdens de eerdere contactmomenten met haar dochter het gevoel had dat zij het nimmer goed kon doen en dat zij zich jarenlang heeft moeten verdedigen tegen de weerspannige houding van [ouder 2] en oma. Tegelijkertijd erkent [ouder 1] dat ook zij een aandeel heeft in de ontstane situatie, nu zij gedurende langere tijd afwezig is geweest. Vanaf 2023 heeft zij een moeilijke periode doorgemaakt in verband met haar transitie. Deze periode was mentaal zeer belastend voor haar. Om die reden heeft zij ervoor gekozen eerst haar transitie af te ronden alvorens het contact met [minderjarige] opnieuw op te starten, zodat zij vervolgens volledig beschikbaar en emotioneel aanwezig voor [minderjarige] kon zijn. [ouder 1] vindt het van groot belang dat er weer contact tussen haar en [minderjarige] tot stand komt. Zij begrijpt dat dit zorgvuldig en in kleine stappen zal moeten worden opgebouwd. De inzet van hulpverlening acht zij daarbij noodzakelijk. Een traject via het Uniform Hulpaanbod (UHA) is mogelijk passend. Zij stelt zich open voor iedere vorm van begeleiding en ondersteuning die kan bijdragen aan het herstel van het contact. [ouder 1] betwist dat zij niet reageert op de door [ouder 2] verstrekte informatie over [minderjarige] . Zij reageert juist steeds op dergelijke informatie. Dat zij zelf geen initiatief neemt om rechtstreeks contact op te nemen met [minderjarige] , is ingegeven door het belang van [minderjarige] . Nu zij [minderjarige] gedurende lange tijd niet heeft gezien, vindt zij het onwenselijk om plotseling contact af te dwingen en wil zij behoedzaam te werk gaan, zonder iets te forceren. Tot slot benadrukt [ouder 1] dat contact met beide ouders van cruciaal belang is voor de identiteitsontwikkeling van een kind. Een stabiele relatie met beide ouders biedt een kind de mogelijkheid zich te spiegelen, te leren waar het vandaan komt en een eigen identiteit te ontwikkelen. Daarnaast kan het recht op contact loyaliteitsconflicten helpen voorkomen en bijdragen aan het welzijn van het kind. Daarom vindt zij het in het belang van [minderjarige] dat het contact tussen haar en [minderjarige] in passende vorm wordt hersteld.

[ouder 2] voert verweer en vraagt om afwijzing van het verzoek van [ouder 1] . Zij voert aan dat [minderjarige] inmiddels elf jaar oud is en duidelijk en consequent aangeeft geen contact met [ouder 1] te willen. Gelet op de leeftijd en ontwikkeling van [minderjarige] dient haar mening zwaar te wegen. [ouder 2] voert verder aan dat in het verleden al veel is ingezet om het contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] te laten slagen, waaronder een ondertoezichtstelling. [ouder 1] heeft in dat kader kansen laten liggen en zich onvoldoende ingespannen om het contact duurzaam vorm te geven. Daarnaast heeft [ouder 1] er gedurende een bepaalde periode bewust voor gekozen om geen contact met [minderjarige] te hebben. Ook na de daaropvolgende kortgedingprocedure heeft zij, ondanks dat haar transitie inmiddels was afgerond, geen concrete stappen ondernomen om het contact met [minderjarige] te herstellen. Over de informatievoorziening, voert [ouder 2] aan dat zij [ouder 1] regelmatig en uitvoerig per

e-mail heeft geïnformeerd over [minderjarige] . Het is voor haar teleurstellend dat vanuit [ouder 1] nauwelijks initiatief is getoond en dat zij geen stappen heeft ondernomen om contact met [minderjarige] op te nemen. Volgens [ouder 2] is er op dit moment dan ook geen ruimte voor fysiek contactherstel. Het afdwingen van contact zou, gelet op de uitdrukkelijke wens van [minderjarige] en de voorgeschiedenis, naar verwachting een averechts effect hebben en mogelijk leiden tot verdere weerstand bij [minderjarige] . [ouder 2] sluit echter niet uit dat het contact op een andere, voorzichtige wijze op gang kan worden gebracht. Zij denkt daarbij aan indirecte vormen van contact, zoals het schrijven van een brief of videobellen. Mogelijk kan de begeleider van [ouder 2] hierbij een ondersteunende rol vervullen. Fysieke omgang acht [ouder 2] op dit moment nog niet mogelijk.

De Raad heeft tijdens de zitting aangegeven dat het betreurenswaardig is dat het tussen de ouders en [minderjarige] zo ver is gekomen. De Raad acht het van belang om vooral naar de toekomst te kijken. [minderjarige] bevindt zich in een kwetsbare levensfase en heeft behoefte aan volwassenen die er voor haar zijn en haar niet belasten met onderlinge conflicten. De Raad vindt het dan ook niet vreemd dat [minderjarige] op dit moment aangeeft geen contact te willen met [ouder 1] . [minderjarige] geeft aan dat zij behoefte heeft aan rust en dat zij verder wil met haar eigen leven. Gelet op haar leeftijd en ontwikkelingsfase is zij, net als haar leeftijdsgenoten, in belangrijke mate bezig met haar eigen ontwikkelingstaken. De Raad vindt het voorstelbaar dat haar afwijzende houding ten aanzien van het contact met [ouder 1] een manier is om met de ontstane situatie om te gaan en daarin voor zichzelf duidelijkheid en rust te creëren. De Raad ziet dat het de ouders al geruime tijd niet lukt om gezamenlijk invulling te geven aan het ouderschap. Daarbij spelen diverse factoren een rol, waaronder de verstoorde relatie tussen de ouders en de transitie van [ouder 1] . Er is in het verleden al veel geprobeerd om het contact tussen [ouder 1] en [minderjarige] te herstellen. De Raad acht het daarom van belang dat de druk niet langer bij [minderjarige] wordt neergelegd. Het nu vaststellen van een zorg- en contactregeling zou naar de mening van de Raad te veel druk op [minderjarige] leggen, terwijl zij duidelijk heeft aangegeven dat zij op dit moment geen contact wil met [ouder 1] . Gelet op alles wat zich heeft voorgedaan en de duidelijke en consistente mening van [minderjarige] , kan aan haar wens nu niet worden voorbij gegaan. Zij dient de ruimte te krijgen voor haar eigen ontwikkeling en behoefte aan rust. De Raad adviseert dan ook om het verzoek dat strekt tot het bepalen van een nadere contactregeling af te wijzen. Daarbij benadrukt de Raad uitdrukkelijk dat dit niet betekent dat er geen contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] in haar belang zou kunnen plaatsvinden. Integendeel, de Raad acht het van belang dat er een opening blijft bestaan voor toekomstig contactherstel. Een ontzegging van het recht op contact is daarom niet aan de orde. Voor [minderjarige] moet de ruimte blijven bestaan om, wanneer zij daaraan toe is, op een rustige en ongedwongen manier weer contact met [ouder 1] te kunnen hebben.

5. De beoordeling

Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van gezag geschillen hierover op verzoek van de ouders of een van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op basis van het van overeenkomstige toepassing zijnde artikel 1:377e BW kan de rechtbank een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als de rechtbank die regeling heeft vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledige gegevens.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een wijziging van omstandigheden omdat [minderjarige] al sinds 2023 geen contact heeft met [ouder 1] . De rechtbank zal daarom opnieuw kijken naar welke zorgregeling passend is.

De rechtbank stelt voorop dat het uitgangspunt is dat [minderjarige] structureel contact heeft met haar beide ouders. Dit wordt in beginsel in haar belang geacht en is onder meer van betekenis voor de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] . Het ontbreken van contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] is dan ook niet zonder meer de meest wenselijke situatie. Anderzijds kan de rechtbank niet voorbij gaan aan de gehele voorgeschiedenis. Uit de overgelegde stukken en de zitting volgt dat het contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] al gedurende langere tijd zeer moeizaam verlopen is. De bij voormelde beschikking vastgestelde zorgregeling is in de praktijk niet structureel uitgevoerd. Daarnaast is er nu al een langere periode geen contact meer tussen [minderjarige] en [ouder 1] . Een rol hierbij heeft gespeeld dat [ouder 1] tijdens haar transitie bewust afstand heeft genomen om eerst haar eigen situatie te stabiliseren alvorens opnieuw invulling te geven aan het ouderschap. Verder zijn er al geruime tijd spanningen tussen de ouders, met wederzijdse verwijten. Ook zijn er signalen dat oma een bepalende, niet-constructieve, rol speelt in de dynamiek rondom het contact. [minderjarige] is inmiddels elf jaar en bevindt zich bij uitstek in een kwetsbare ontwikkelingsfase, waarin zij zich in toenemende mate richt op haar eigen ontwikkelingstaken, zoals het vormen van haar identiteit, het aangaan van sociale relaties en het verkrijgen van emotionele stabiliteit. Zij heeft op consistente en duidelijke wijze aangegeven dat zij op dit moment geen contact met [ouder 1] wil en dat zij behoefte heeft aan rust. De rechtbank acht het voorstelbaar dat [minderjarige] hiermee grip en duidelijkheid probeert te creëren in een situatie die al jarenlang (te) belastend voor haar is. Hoewel de rechtbank van oordeel is dat het, in beginsel, op de langere termijn niet in het belang van [minderjarige] is dat het contact ontbreekt, ziet zij op dit moment onvoldoende ruimte bij [minderjarige] voor contactherstel. De verwachting is dat het opleggen of afdwingen van een zorgregeling nu te veel druk op [minderjarige] zou leggen en eerder tot meer weerstand dan tot herstel van de relatie zou leiden. Met de Raad is de rechtbank dan ook van oordeel dat het initiatief tot (herstel van) contact met [ouder 1] bij [minderjarige] moet komen te liggen.

Gelet op het voorgaande wordt de huidige (bij beschikking vastgestelde) zorgregeling niet langer in het belang van [minderjarige] geacht. Zoals overwogen, wordt er op dit moment geen ruimte gezien bij [minderjarige] , om een nadere zoals door [ouder 1] verzochte regeling vast te stellen. De rechtbank ziet in de gegeven omstandigheden evenwel onvoldoende grond voor het ontzeggen van het recht op contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] .

Van belang is dat de mogelijkheid van toekomstig contact en contactherstel tussen [minderjarige] en [ouder 1] open blijft. Juist nu is het van belang dat beide ouders, ieder vanuit hun eigen rol, bijdragen aan het openhouden van die mogelijkheid. Van [ouder 1] mag worden verwacht dat zij initiatief neemt, interesse in [minderjarige] blijft tonen en laat zien dat zij beschikbaar is voor [minderjarige] , bijvoorbeeld door het sturen van een kaartje of een kort mailbericht op passende momenten. Daarmee kan [minderjarige] ervaren dat [ouder 1] aan haar denkt en beschikbaar blijft, zonder dat daarbij druk op haar wordt uitgeoefend. Van [ouder 2] mag worden verwacht dat zij [minderjarige] hierin ondersteunt, open staat voor dergelijke contactmomenten, ervoor zorgt dat een kaartje of bericht [minderjarige] bereikt en [minderjarige] de ruimte geeft, wanneer zij daaraan toe is, contact met [ouder 1] te hebben. Het is aan [ouder 2] om een open en ondersteunende houding aan te nemen inzake de mogelijkheid van toekomstig contactherstel. Naar het oordeel van de rechtbank dient te worden aangesloten bij de huidige feitelijke situatie waarin geen uitvoering wordt gegeven aan de vastgestelde zorgregeling, en moet duidelijk zijn dat daarop geen aanspraak gemaakt kan worden, terwijl toekomstig contact voor [minderjarige] mogelijk moet zijn wanneer bij haar ruimte is ontstaan om op een voor haar passende en onbelaste wijze weer contact met [ouder 1] te kunnen hebben.

Dit alles brengt mee dat de rechtbank de beschikking van 30 juni 2020 zal wijzigen in die zin dat nu geen zorgregeling tussen [ouder 1] en [minderjarige] geldt. Het verzoek van [ouder 1] tot vaststelling van een nadere (concrete) contactregeling zal in zoverre worden afgewezen.

Ten slotte benadrukt de rechtbank dat [ouder 2] gehouden is om [ouder 1] te (blijven) informeren over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot [minderjarige] . De rechtbank wijst op het belang dat [ouder 1] als gezaghebbende ouder goed geïnformeerd blijft over de ontwikkeling van [minderjarige] en op de hoogte blijft over hoe het met [minderjarige] gaat, zodat zij bij een toekomstig contact ook goed kan aansluiten bij [minderjarige] .

De rechtbank zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als er hoger beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

Omdat partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de zaak over hun kind gaat, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

6. De beslissing

De rechtbank

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, onder wijziging van voormelde beschikking van 30 juni 2020, dat er geen zorgregeling geldt tussen [ouder 1] en [minderjarige] ;

wijst het meer of anders verzochte af;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Oomes, en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand