RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449100 / FA RK 26-2968
Datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. S.J. Nijssen uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
mr. Nijssen namens betrokkene;
de heer [persoon] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige van het FACT.
Betrokkene heeft aangegeven dat hij niet deel wil nemen aan de zitting.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
De advocaat stelt dat hij het verzoek niet met betrokkene heeft kunnen bespreken. Hij neemt dan ook geen standpunt in ten aanzien van het verzoek. Wel heeft hij de moeder van betrokkene gesproken; zij maakt zich ernstig zorgen en vindt dat er iets moet gebeuren.
De sociaal psychiatrisch verpleegkundige stelt dat ook hij alleen de moeder van betrokkene heeft gesproken. Er is sprake van terugtrekgedrag bij betrokkene en zijn woning is gedesorganiseerd. Een opname voor betrokkene is noodzakelijk, omdat hulpverlening in een ambulant kader niet lukt.
4. De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank kan niet vaststellen dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is niet gesproken door een (onafhankelijk) psychiater, omdat betrokkene hier niet aan mee wil werken. In de stukken wordt hiernaast alleen benoemd dat er sprake is van een vermoeden van een psychische stoornis naar aanleiding van wat derden over betrokkene vertellen. Een vermoedelijke stoornis is onvoldoende om het verzoek tot een zorgmachtiging toe te wijzen.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan het wettelijke criteria om het voorliggende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging toe te wijzen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
De rechtbank begrijpt dat, naar aanleiding van de stukken en van wat de advocaat en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige hebben gezegd, de zorgen om betrokkene groot zijn. Ten overvloede geeft de rechtbank dan ook mee dat, wanneer er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, betrokkenen zich tot de gemeente kunnen wenden om een crisismaatregel te verzoeken.
5. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.