ECLI:NL:RBZWB:2026:7074

ECLI:NL:RBZWB:2026:7074

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 01-07-2026
Datum publicatie 01-08-2026
Zaaknummer C/02/447844 FA RK 26-2310
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Wijziging voorlopige voorzieningen: uitbreiding contactregeling en voorziening in vakanties komende periode.

Uitspraak

2. De verzoeken

De man verzoekt:

- voormelde beschikking van 8 december 2025 te wijzigen, in die zin dat de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015:

- voor de duur van de bodemprocedure aan de man wordt toevertrouwd;

- vaststelling van een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: zorgregeling) inhoudende dat:

primair: [minderjarige] gedurende drie weekenden per vier weken bij de vrouw verblijft van vrijdag uit school tot maandag naar school en tijdens de schoolvakanties tot en met de meivakantie van 2027 de tweede helft van deze vakanties bij de vrouw verblijft;

subsidiair: [minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot vrijdag naar school bij de vrouw verblijft en tijdens de schoolvakanties tot en met de meivakantie van 2027 de tweede helft van die vakanties bij de vrouw verblijft;

- bij toewijzing van het verzoek van de man [minderjarige] aan hem toe te vertrouwen: de beschikking betreffende voorlopige voorzieningen van 3 oktober 2023 te wijzigen en te bepalen dat de door hem te betalen bijdrage aan de vrouw ten behoeve van [minderjarige] vanaf het moment dat [minderjarige] aan hem wordt toevertrouwd op nihil wordt gesteld;

- bij afwijzing van het verzoek tot wijziging van de beschikking van 8 december 2025: een vakantieregeling te bepalen waarbij [minderjarige]:

- gedurende de zomervakantie van 2026 de eerste drie weken bij de man is;

- gedurende de herfstvakantie 2026 de eerste helft van de week bij de man is, met het wisselmoment op woensdag om 12:00 uur;

- gedurende de kerstvakantie 2026 de eerste week bij de man is, met het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur;

- gedurende de voorjaarsvakantie 2027 de eerste helft van de week bij de man is, met het wisselmoment op woensdag om 12:00 uur;

- gedurende de meivakantie 2027 de eerste week bij de man is, met het wisselmoment op zaterdag om 12:00 uur.

De vrouw verzoekt, in het geval de man wordt ontvangen in zijn verzoek: te bepalen dat [minderjarige] in de zomervakantie van 2026 van 18 tot en met 25 juli op kamp kan gaan en de overige weken van de zomervakantie bij de vrouw verblijft, waarbij de vrouw met [minderjarige] op familiebezoek mag gaan naar Polen.

3. De beoordeling

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

Vanwege de Poolse nationaliteit van partijen heeft de zaak internationaal privaatrechtelijke aspecten.

Omdat de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter

bevoegd om te beslissen op het verzoek van de man (artikel 7 lid I Brussel II-ter

Verordening). De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen (artikel 17 Haags

Kinderbeschermingsverdrag 1996).

Het voortraject

Bij beschikking betreffende voorlopige voorzieningen van 3 oktober 2023 is

samengevat, bepaald:

- dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning;

- dat [minderjarige] wordt toevertrouwd aan de vrouw;

- dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in de oneven weken van woensdag

uit school tot 19:00 uur en in de even weken van dinsdag uit school tot 19:00 uur, alsmede van zaterdag 10:00 uur tot zondag 19:00 uur;

- dat de man ten behoeve van [minderjarige] aan de vrouw moet voldoen een bedrag van€ 200,=

per maand;

- dat partijen worden doorverwezen naar het loket van de samenwerkende gemeenten in

de regio West-Brabant-West voor een hulpverleningstraject via het Uniform Hulp Aanbod (UHA);

- in het geval het UHA niet slaagt: dat de Raad een onderzoek zal moeten starten en de

rechtbank dient te adviseren over de zorgregeling.

Bij vonnis in kort geding van 18 december 2023 is de vrouw bevolen medewerking te verlenen aan een voorlopige zorgregeling inhoudende dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar iedere dinsdag na school tot woensdagochtend voor school.

Bij voormelde beschikking betreffende wijziging voorlopige voorzieningen van 8 december 2025, is de beschikking van 3 oktober 2023 gewijzigd en is als volgt bepaald:

- dat de man en [minderjarige] gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken eenmaal per veertien dagen in de even weken van vrijdag uit school tot maandag naar school en elke dinsdag uit school tot woensdag naar school;

- dat [minderjarige] tijdens de kerst- en voorjaarsvakantie bij de man verblijft volgens de uit die beschikking volgende regeling.

Het hulpverleningstraject via het UHA is niet geslaagd. De Raad heeft aanleiding gezien onderzoek te verrichten. Zij hebben inmiddels een raadsrapport opgesteld van dat onderzoek. In dat rapport is tevens een ondertoezichtstelling voor [minderjarige] verzocht. Bij beschikking van 21 mei 2026 is dat verzoek toegewezen en is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar.

De standpunten

Ter zitting heeft de man zijn verzoek [minderjarige] voortaan aan hem toe te vertrouwen alsmede het verzoek de kinderalimentatie op nihil te stellen ingetrokken. Dat betekent dat enkel nog ter beoordeling voorliggen het primaire en subsidiaire verzoek van de man tot wijziging van de zorgregeling en het verzoek tot vaststelling van een regeling voor de verdeling van de komende schoolvakanties.

De man voert als grond voor zijn verzoek aan dat sinds de beschikking van 8 december 2025 de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd dat de daarbij gegeven voorziening met betrekking tot de zorg voor [minderjarige] niet in stand kan blijven. De Raad heeft inmiddels onderzoek verricht en daaruit volgen zorgen over het middelengebruik van de vrouw (alcohol en drugs). Ook uit het door de man overgelegde rapport van Veilig Thuis volgen die zorgen. Uit het rapport van de Raad volgt tevens dat er over de opvoedkundige kwaliteiten van de man en zijn situatie zijn geen zorgen zijn. Volgens de man moet dit leiden tot een wijziging van de geldende zorgregeling in een gelijke zorgverdeling.

De vrouw betwist dat sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor de beschikking van 8 december 2025 niet in stand kan blijven. Er is geen sprake van middelengebruik aan haar zijde. Ter zitting is namens de vrouw verder aangevoerd dat het nu rigoureus wijzigen van de zorgregeling tot nog meer spanningen zal leiden tussen partijen. Eerst zal gewerkt moeten worden aan de verstandhouding tussen hen in het kader van de ondertoezichtstelling.

De GI heeft ter zitting aangegeven dat zij sinds de start van de ondertoezichtstelling met beide partijen hebben gesproken, alsmede tweemaal met [minderjarige]. Ook hebben zij contact gehad met de school van [minderjarige] en de huisarts van de vrouw. Zij zien dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict zit en dat beide ouders zich regelmatig negatief uitlaten over de ander. De GI is bezig hulpverlening in te schakelen middels een Poolse organisatie. Zij kunnen ook intensieve gezinsbegeleiding bieden. De GI geeft over de zorgen rondom het middelengebruik van de vrouw aan dat zij daar open over is richting de GI. Verder heeft de GI rechtstreeks contact met de huisarts hierover en doet de vrouw wekelijks urinetesten.

De Raad heeft ter zitting aangegeven dat ook zij tijdens het raadsonderzoek hebben gezien dat [minderjarige] klem zit tussen ouders en sprake is van een loyaliteitsconflict. Bij de Raad ontkende de vrouw het middelengebruik en dat baart de Raad wel zorgen. In het raadsrapport adviseert de Raad een zorgregeling met een gelijke zorgverdeling. De Raad adviseert, in het geval de rechtbank toekomt aan een wijziging, een week-op-week-af-regeling vast te leggen. Dat is ook in het belang van de hulpverlening die ingezet zal worden in het kader van de ondertoezichtstelling.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat tegen een op grond van artikel 822 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gegeven beschikking geen hogere voorziening, behalve cassatie in het belang der wet, openstaat. Op grond van het bepaalde in artikel 824 lid 2 Rv kan een op basis van artikel 822 Rv gegeven beschikking slechts worden gewijzigd of ingetrokken, indien de omstandigheden na de dagtekening van de beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven.

Sinds voormelde beschikking van 8 december 2025 is onder andere een onderzoek door de Raad uitgevoerd, heeft de Raad een ondertoezichtstelling verzocht en is dat verzoek tevens toegewezen. In het raadsrapport zijn onder meer de zorgen over [minderjarige] en het loyaliteitsconflict waar zij zich in bevindt, de wijze waarop partijen met elkaar omgaan en zich negatief uitlaten over elkaar en de zorgen over het middelengebruik van de vrouw uitgebreid aan de orde gekomen. De rechtbank leidt uit het raadsrapport en hetgeen ter zitting is besproken enerzijds af dat, ondanks de zorgen over het middelengebruik van de vrouw, op dit moment de situatie niet zodanig is dat [minderjarige] niet meer aan haar kan worden toevertrouwd zoals de man in eerste instantie heeft verzocht. Anderzijds volgt hier ook uit dat over de wijze waarop de man voor [minderjarige] zorgt geen zorgen zijn en dat het volgens de Raad in het belang is van [minderjarige] dat een uitgebreide zorgregeling zal gelden waarbij [minderjarige] de ene week bij de man verblijft en de andere week bij de vrouw. De rechtbank is van oordeel dat voormelde omstandigheden, en in het bijzonder het advies van de Raad, maken dat de eerder gegeven voorziening met betrekking tot de zorgregeling, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, niet in stand kan blijven. De rechtbank zal daarom de daarin vastgelegde zorgregeling wijzigen en bepalen dat voorlopig een zorgregeling zal gelden waarbij [minderjarige] eenmaal in de veertien dagen van donderdag uit school tot woensdag naar school bij de man zal verblijven. Deze regeling leidt ertoe dat er minder wisselmomenten zijn en dat [minderjarige] een langere aaneengesloten periode bij zowel de man als de vrouw zal verblijven. Het accent in de opvoeding ligt bij deze regeling nog wel bij de vrouw, zoals tot nu toe altijd het geval is geweest. Het voorgaande acht de rechtbank in het belang van [minderjarige]. Tevens biedt deze regeling de GI de gelegenheid om te onderzoeken, middels intensieve gezinsbegeleiding, hoe de gezinssituaties bij beide ouders zijn en wat [minderjarige] daarin verder nodig heeft. Gelet op de aankomende zomervakantie, zal deze zorgregeling vanaf de start van het schooljaar 2026-2027 ingaan.

Ter zitting is tevens stilgestaan bij de verdeling van de komende schoolvakanties. De rechtbank zal over die verdeling, zoals ook ter zitting al aan partijen is medegedeeld, als volgt beslissen in het belang van [minderjarige]:

- zomervakantie 2026:

- week 1: [minderjarige] verblijft de eerste helft van de week bij de man (waar zij op grond van de reguliere zorgregeling bij aanvang van de vakantie verblijft) tot woensdag om 12:00 uur, de tweede helft van de week verblijft zij bij de vrouw

- week 2: [minderjarige] is op kamp. Zij gaat daar naartoe vanuit de vrouw en keert ook weer terug bij de vrouw;

- week 3 en 4: [minderjarige] verblijft bij de man vanaf de eerste maandag van week 3;

- week 5 en 6: [minderjarige] verblijf bij de vrouw vanaf de eerste maandag van week 5;

- herfstvakantie 2026: [minderjarige] verblijft de eerste helft van de week bij de ouder waar zij bij aanvang van de vakantie op grond van de reguliere zorgregeling verblijft tot woensdag om 12:00 uur en de tweede helft bij de andere ouder.

Het meer of anders verzochte wat betreft de reguliere zorgregeling en de vakantieregeling zal worden afgewezen.

4. De beslissing

De rechtbank:

wijzigt voormelde beschikking van 8 december 2025 en bepaalt dat de man en de [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2015, in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar eenmaal per twee weken van donderdag uit school tot woensdag naar school, met ingang van de start van het schooljaar 2026-2027;

bepaalt dat de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal gelden voor de aanstaande schoolvakanties:

- zomervakantie 2026:

- week 1: [minderjarige] verblijft de eerste helft van de week bij de man (waar zij op grond van de reguliere zorgregeling bij aanvang vakantie verblijft) tot woensdag om 12:00 uur, de tweede helft van de week verblijft zij bij de vrouw

- week 2: [minderjarige] is op kamp. Zij gaat daar naartoe vanuit de vrouw en keert ook weer terug bij de vrouw;

- week 3 en 4: [minderjarige] verblijft bij de man vanaf de eerste maandag van week 3;

- week 5 en 6: [minderjarige] verblijf bij de vrouw vanaf de eerste maandag van week 5;

- herfstvakantie 2026: [minderjarige] verblijft de eerste helft van de week bij de ouder waar zij op grond van de reguliere zorgregeling bij aanvang van de vakantie verblijft tot woensdag om 12:00 uur en de tweede helft bij de andere ouder;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Leuven, en, in tegenwoordigheid van mr. Reijerse, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Reijerse

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand