RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449738 / FA RK 26-3307
Datum uitspraak: 1 juli 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. P.M.J.T. Schumans uit Middelburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
mr. Schumans namens betrokkene;
de heer [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
Ook aanwezig, maar niet gehoord is:
- mevrouw [persoon 2], verpleegkundige.
Betrokkene lag op zijn bed in zijn kamer. De rechtbank heeft aan hem gevraagd of hij gehoord wil worden op het verzoek. Echter reageerde hij niet.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Hulst heeft de inbewaringstelling op 26 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
De advocaat stelt dat betrokkene weg wil bij [accommodatie]. Echter ziet de advocaat ook in dat het in het belang van betrokkene is wanneer het verzoek wordt toegewezen.
De specialist ouderengeneeskunde stelt dat er geen reactie van betrokkene wordt verkregen. Op het moment dat hij verzorgd moet worden, moet er een kalmerend middel worden gegeven omdat ze hem anders niet kunnen verzorgen. Ook eet en drinkt hij (bijna) niet meer. Betrokkene is recent opgenomen geweest in het ziekenhuis. Hier is een MRI-scan gemaakt en het beeld dat hieruit kwam, komt overeen met het beeld van gevorderde dementie. Hiermee is uitgesloten dat er sprake is van bijvoorbeeld een tumor of een delier. Betrokkene was hoog intelligent dus hij heeft zijn ziekte lange tijd kunnen compenseren, maar de laatste weken is het sterk achteruit gegaan. Betrokkene heeft veel zorg nodig. Zoals het momenteel gaat, zal betrokkene komen te overlijden.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Gebleken is dat betrokkene verward en verbaal en fysiek agressief reageert richting derden. Hij loopt naakt, hij eet en drinkt nauwelijks en hij is boos richting zijn echtgenote. Het gedrag van betrokkene veroorzaakt daarnaast een aanzienlijk risico op ernstige psychische schade door overbelasting van zijn echtgenote.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Alzheimer en dementie.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Door voortzetting van het verblijf in een Wzd-geregistreerde zorgaccommodatie ontvangt betrokkene passende zorg waardoor hij in een veilige omgeving kan stabiliseren en de veiligheid van zijn echtgenote kan worden gewaarborgd. Betrokkene weigert alle hulp en wenst geen gesprek. Er is geen ziektebesef.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Het gedrag van betrokkene overstijgt de mogelijkheden van de thuissituatie. Het ontbreken van coöperatie, ziektebesef en -inzicht maakt andere mogelijkheden niet toepasbaar.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 augustus 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.