ECLI:NL:RBZWB:2026:7081

ECLI:NL:RBZWB:2026:7081

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/442138 / JE RK 25-2059
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Kinderrechter verlengt OTS voor zes maanden, ondanks het gewijzigde standpunt van de GI dat de OTS over drie weken beeindigd kan worden. Veel zorgen. Vrijwillig kader nog niet mogelijk. Raad moet zorgvuldig onderzoek kunnen doen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/442138 / JE RK 25-2059

Uitwerking verkorte beschikking van de kinderrechter d.d. 2 juli 2026 over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Eindhoven,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats 1] ,

advocaat: mr. F.J.I. van den Branden uit Terneuzen,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats 2] ,

advocaat: mr. M. Kalle uit Middelburg.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,

hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1. Het (verdere) verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 17 december 2025 en alle daarin vermelde stukken;

het bericht van de GI met bijlagen van 12 juni 2026;

het bericht van de GI met bijlagen van 24 juni 2026;

de ter zitting overgelegde pleitaantekeningen van de GI;

de verkorte beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 2 juli 2026.

De (nadere) mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 26 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

de advocaat van de moeder;

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- een vertegenwoordigster van de Raad;

- een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.

De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, met voorafgaande kennisgeving daarvan niet verschenen.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

Vanwege de nauwe samenhang is de onderhavige zaak gelijktijdig behandeld met het verzoek van de moeder tot vervallenverklaring van de schriftelijke aanwijzing in de zaak met kenmerk C/02/447421 / JE RK 26-694, alsmede het verzoek van de moeder omtrent de zorgregeling in de zaak met kenmerk C/02/411128 / FA RK 23-3004. Op deze verzoeken is per separate beschikkingen beslist.

In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 2 juli 2026 een verkorte beschikking gegeven. Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

[minderjarige] woont bij de vader.

Bij beschikking van 3 januari 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 3 januari 2024 en tot 3 januari 2025. De ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, laatstelijk bij (tussen)beschikking van 17 december 2025 met ingang van 3 januari 2026 en tot 3 juli 2026. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot de mondelinge behandeling van heden.

Bij beschikking van 19 januari 2024 is bepaald dat de moeder en [minderjarige] , in het kader van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van begeleid contact met elkaar waarbij de aard, duur en frequentie onder regie van de GI nader zal worden uitgewerkt. De beslissing op het verzoek van de moeder is aangehouden in afwachting van een briefrapportage van de GI.

Bij beschikking van 30 december 2025 is bepaald, onder wijziging van het ouderschapsplan van 5 oktober 2018, voor zover het betreft het hoofdverblijf van [minderjarige] , en het door de ouders op d.d. 8 mei 2022 ondertekende aanvullende ouderschapsplan voor wat betreft de tijdelijkheid van het hoofdverblijf van [minderjarige] bij de vader, dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de vader heeft. Het verzoek van de vrouw met betrekking tot het vaststellen van een (definitieve) zorgregeling is aangehouden tot de mondelinge behandeling van heden.

3. Het (resterende) verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

De kinderrechter heeft reeds deels beslist op het verzoek. Thans ligt nog ter beoordeling voor de periode met ingang van 3 juli 2026 en tot 3 januari 2027.

4. De standpunten

De GI licht ter gelegenheid van de mondelinge behandeling toe dat zij een verdere voortzetting van de ondertoezichtstelling niet meer passend acht. Er zijn nog drie weken nodig om de overdracht naar [hulpverlening] vorm te geven en de hulpverlening door te zetten. Als de ondertoezichtstelling wel wordt verlengd, zal een andere jeugdbeschermer moeten worden gezocht. De huidige jeugdbeschermer ervaart dat er geen samenwerking met de moeder meer mogelijk is. Het hoogst haalbare is bereikt. Zo uit de moeder bedreigingen, komt zij afspraken niet na en heeft zij gesprekken met de jeugdbeschermer – zonder haar toestemming – opgenomen. Het gevolg is dat de jeugdbeschermer de moeder heeft moeten blokkeren. De GI begrijpt dat de moeder angst ervaart en zorgen heeft, maar zij stelt zich niet begeleidbaar op en komt niet meer met de GI in contact. Er is gepoogd om bemiddelingsgesprekken met de moeder te voeren, maar de moeder reageert niet op de concrete datavoorstellen. Daarnaast is alle noodzakelijke hulpverlening al ingezet, zoals speltherapie voor [minderjarige] en ouderschapsbemiddeling voor de ouders. Deze hulpverlening kan doorgang blijven vinden in het vrijwillige kader. [hulpverlening] kan ook tijdelijk de casusregie overnemen in afwachting van de casusregie door de gemeente. De GI heeft er vertrouwen in dat de ouders er samen uit gaan komen. Er is voorts een borgingsplan opgesteld. De GI wil het verdere verloop met betrekking tot de zorgregeling in handen leggen van de regievoerder in het vrijwillige kader. Het is belangrijk dat [minderjarige] middels de speltherapie beter leert omgaan met haar emoties, waardoor zij in de toekomst sterk genoeg zal zijn voor eventuele onbegeleide omgang. Hopelijk geeft een einde van de ondertoezichtstelling de moeder en [minderjarige] rust. Bovendien licht de GI toe dat zij in de zomervakantie een extra dagdeel omgang tussen [minderjarige] en de moeder kan regelen, bijvoorbeeld doordat de moeder en de omgangsbegeleidster een dagje naar [plaats 2] komen.

[minderjarige] vertelt tijdens het gesprek met de kinderrechter, samengevat, dat de GI te traag is met het uitbreiden van de contacten tussen [minderjarige] en de moeder. De omgang is wel uitgebreid met een dag, maar [minderjarige] wil graag nog meer contact met de moeder. De omgangsmomenten met de moeder gaan best wel goed, maar soms gebeuren er nog moeilijke dingen. [minderjarige] wil graag dat de omgangsbegeleidster erbij blijft. Daarnaast vertelt [minderjarige] dat ze soms nog boos is. Ze is bij de speltherapie vooral bezig met spelen en niet met praten. Dit maakt dat [minderjarige] de speltherapie leuk vindt. [minderjarige] heeft wel last van een vol hoofd. Ze wil er alleen niet over praten met iemand, aangezien die persoon het dan toch gaat doorvertellen. Tot slot vertelt [minderjarige] dat het goed gaat bij de vader thuis.

Namens de moeder wordt, samengevat, tijdens de zitting verklaard dat de huidige begeleide zorgregeling tussen [minderjarige] en de moeder goed loopt. De moeder hoopt dat in het vrijwillige kader kan worden onderzocht hoe de zorgregeling eventueel uitgebreid kan worden. De overdrachtsmomenten verlopen goed en de ouderschapsbemiddeling is gestart. Daarnaast wordt namens de moeder naar voren gebracht dat de samenwerking tussen de moeder en de GI zeer moeizaam verloopt. Als de druk met betrekking tot de omgang weg is door het vastleggen van de huidige regeling, is de situatie voldoende stabiel om de ondertoezichtstelling af te ronden. [minderjarige] volgt immers al langere tijd speltherapie en er is rust ontstaan. Ook heeft [minderjarige] goed contact met beide ouders en is er sprake van een fijne samenwerking tussen de moeder en de omgangsbegeleidster. [hulpverlening] zal tevens betrokken blijven in het vrijwillige kader, waarbij [hulpverlening] de casusregie op zich zal nemen in afwachting van de casusregisseur vanuit de gemeente. Voorts is de SCHIP-therapie ingezet en is het vervoer met betrekking tot de omgang en de uitbreiding van de omgang geregeld. De moeder is het eens met het voornemen van de GI om de ondertoezichtstelling af te ronden en staat achter de afspraken uit het borgingsplan.

Door en namens de vader wordt tijdens de zitting verklaard dat de huidige zorgregeling in principe goed verloopt. De vader is wel verbaasd over het (gewijzigde) standpunt van de GI. Recent heeft de moeder nog een schriftelijke aanwijzing gehad van de GI over onder andere de toekomstige samenwerking. De problemen zijn nog niet opgelost. De ouderschapsbemiddeling is pas recent gestart en de moeder heeft al een aantal keer de gesprekken geannuleerd. Er zijn ook nog geen resultaten behaald. Het is niet in het belang van [minderjarige] dat er weer conflicten zullen ontstaan tussen de ouders. Tevens is [hulpverlening] pas kort betrokken en hoort de vader nu al zorgelijke signalen over uitingen door de moeder. Een afronding van de maatregel over drie weken is te voorbarig. De ondertoezichtstelling moet voor de resterende periode worden verlengd. De vader heeft er geen vertrouwen in dat de samenwerking tussen de ouders met elkaar en met de hulpverlening in het vrijwillige kader goed zal (blijven) gaan. Tevens heeft de vader grote zorgen over de (alcohol)problematiek van de moeder en vreest hij dat de moeder – zonder de druk van een gedwongen kader – [minderjarige] zal beïnvloeden. Wellicht kan de GI de casus overdragen aan een andere GI. Ook zou de GI kunnen nadenken over de inzet van een haartest, zodat kan worden onderzocht of de moeder over een langere periode alcohol gebruikt. Het is in ieder geval noodzakelijk dat de Raad de tijd krijgt om een gedegen onderzoek te doen naar een beëindiging van de ondertoezichtstelling. Bovendien krijgt de vader op deze wijze de tijd om eventueel nadere juridische maatregelen te treffen.

De Raad licht toe dat hij op dit moment onvoldoende kan toetsen of de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd, mede gelet op het feit dat de moeder niet ter zitting is verschenen. De situatie is nu nog te pril en te kwetsbaar om de ondertoezichtstelling af te ronden. De Raad ziet veel zorgen bij een overheveling naar het vrijwillige kader. De ouderschapsbemiddeling loopt niet goed, hetgeen maakt dat de ouders onvoldoende kansen hebben gekregen om een basis te vormen in hun samenwerking. Ook heeft de vader nog veel zorgen over de (alcohol)problematiek van de moeder, waar nu nog geen visie op is vanuit de ouderschapsbemiddeling. [minderjarige] is zeer kwetsbaar, heeft nog veel moeite met haar emoties en zit klem in haar loyaliteit aan de moeder. Daarnaast is [hulpverlening] pas recent betrokken, zijn er zorgelijke uitspraken gedaan door de moeder en is de persoon van de moeder een punt van aandacht. Het is belangrijk dat de GI de komende periode als regievoerder betrokken blijft. Voorts is er de komende maanden geen directe regie beschikbaar in het vrijwillige kader. De Raad maakt zich zorgen dat de moeder niet meer zal meewerken als er iets gebeurt waar de moeder het niet mee eens is. Ook vraagt de Raad zich af hoeveel rust het vastleggen van de huidige zorgregeling zal brengen, nu de moeder het liefst meer en onbegeleid contact wil. Het is van belang dat de GI de ontwikkelingen in de samenwerking tussen ouders en het contact tussen de moeder en [minderjarige] blijft volgen, zodat een concreter borgingsplan kan worden opgesteld. In de tussentijd kan [minderjarige] middels de speltherapie sterker en weerbaarder worden. Gelet hierop adviseert de Raad om de ondertoezichtstelling te verlengen voor de resterende periode, in ieder geval voor de duur van drie maanden.

5. De (nadere) beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW)

kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de

duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De kinderrechter stelt allereerst vast dat [minderjarige] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. [minderjarige] groeit op in een complexe en langdurig belaste opvoedsituatie, waarin zij regelmatig is geconfronteerd met conflicten, spanningen en (emotionele) onveiligheid. Het gevolg is dat [minderjarige] klem zit tussen de ouders, regelmatig een bemiddelende rol aanneemt en zich verantwoordelijk voelt voor de onderlinge spanningen. Ook is [minderjarige] zeer beschermend richting de moeder en minimaliseert ze haar eigen zorgen richting de moeder. Daarnaast heeft [minderjarige] nog steeds moeite met het reguleren van haar emoties, hetgeen zich uit in heftige boosheid of verdriet, alsmede moeite met het verbaal uiten van belastende onderwerpen. Zo vertelt [minderjarige] tijdens het gesprek met de kinderrechter dat zij soms nog erg boos kan worden, maar niet goed weet waarom. Het is de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] erg kwetsbaar is, veel last heeft van de huidige situatie en ondersteuning behoeft om haar emoties op een goede manier te verwerken. Tevens is het de kinderrechter gebleken dat de moeder moeite heeft met het bieden van stabiliteit in situaties waarin zij veel spanningen ervaart. Ook lukt het de moeder niet om – vooral als zij hevige emoties ervaart – geen volwassenzaken met [minderjarige] te bespreken en zich niet negatief uit te laten over de vader en de GI. Zo heeft de moeder zorgelijke uitspraken gedaan, namelijk dat [minderjarige] zelf kan kiezen bij wie zij wil wonen zodra zij twaalf jaar is. Voorts hebben de GI en de vader zorgen geuit over het mogelijk alcoholgebruik van de moeder. Er zijn derhalve zorgen over de pedagogische vaardigheden, draagkracht, emotionele beschikbaarheid en leerbaarheid van de moeder. Bovendien is ter zitting gebleken dat de samenwerking tussen de ouders, ondanks dat recent ouderschapsbemiddeling is gestart, nog niet goed verloopt. Het lukt de ouders niet altijd om afspraken te maken in het belang van [minderjarige] en de moeder zegt regelmatig afspraken af.

De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de samenwerking met de moeder zeer moeizaam verloopt. Zo is het de kinderrechter gebleken dat de moeder niet of niet tijdig reageert op berichten van de GI, de gemaakte afspraken niet altijd nakomt en bedreigingen uit richting de GI. Ook uit de moeder veel weerstand op het moment dat zij van mening verschilt met de GI, vooral als het gaat om de omgang met [minderjarige] . De kinderrechter maakt zich zorgen dat de moeder zich ook zal verzetten tegen de vrijwillige hulpverlening op het moment dat zij keuzes maken waar de moeder het niet mee eens is. Daar komt bij dat er op dit moment geen regievoerder direct beschikbaar zal zijn in het vrijwillige kader. Voorts lukt het de ouders nog onvoldoende om met elkaar samen te werken, te communiceren en afspraken te maken in het belang van [minderjarige] , nu de ouderschapsbemiddeling in de kinderschoenen staat, de moeder al meerdere afspraken heeft afgezegd en er nog geen resultaten zijn behaald. De ouders hebben hierdoor onvoldoende de kans gehad om een basis te vormen. De huidige situatie is nog zeer pril en kwetsbaar. Ook overweegt de kinderrechter dat de Raad, mede gelet op het feit dat de moeder niet ter zitting is verschenen en zij de moeder dus niet heeft kunnen spreken, onvoldoende de gelegenheid heeft gekregen om zorgvuldig te toetsen of de ondertoezichtstelling kan worden beëindigd. Gelet hierop is het nog niet mogelijk om de casus over te dragen aan het vrijwillige kader.

De kinderrechter heeft begrip voor de complexe situatie van de GI met betrekking tot de moeizame samenwerking met de moeder. De kinderrechter is echter, met de Raad, van oordeel dat de betrokkenheid van de GI als regievoerder de komende periode nog noodzakelijk is, zodat de belangen van [minderjarige] voorop blijven staan. De GI heeft de afgelopen periode ingezet op het vergroten van de voorspelbaarheid en veiligheid voor [minderjarige] . Zo is er voor [minderjarige] speltherapie ingezet, is de begeleide omgang tussen [minderjarige] en de moeder gefaseerd uitgebreid en is er aandacht geweest voor het verminderen van schuldgevoelens bij [minderjarige] . Het is van belang van de GI de opgebouwde structuur bestendigt, maar ook de emotionele veerkracht en draaglast van [minderjarige] ten aanzien van de omgang met de moeder blijft monitoren en, indien noodzakelijk, bijstuurt. Ook het is van belang dat de GI de ingezette hulpverleningstrajecten monitort en zorgt draagt voor de continuering daarvan, waaronder de speltherapie van [minderjarige] en de ouderschapsbemiddeling. Op deze wijze kan [minderjarige] sterker en weerbaarder worden, terwijl de ouders werken aan hun onderlinge samenwerking. Ook dient de GI aandacht te hebben voor de zorgen over de mogelijke alcoholproblematiek van de moeder. Tevens is het noodzakelijk dat de GI met de ouders nadere (omgangs)afspraken maakt, zoals het in de praktijk vormgeven van een extra omgangsmoment in de vakanties en het bedenken van oplossingen voor vervoer, alsmede toeziet op de naleving daarvan. Voorts is het belangrijk dat de GI op een zorgvuldige wijze toewerkt naar een beëindiging van de ondertoezichtstelling, waarvoor een warme overdracht naar het vrijwillige kader en een meer concreet borgingsplan noodzakelijk is. Bovendien is het van belang dat de Raad de komende periode zorgvuldig onderzoek doet naar een beëindiging van de ondertoezichtstelling.

De ondertoezichtstelling is, gelet op het voorgaande, nog steeds nodig. De kinderrechter overweegt ten aanzien van de duur van de maatregel dat de GI eerst het standpunt heeft ingenomen dat de ondertoezichtstelling voor drie maanden moet worden verlengd. De GI heeft dit standpunt echter zeer kort voor de zitting veranderd in maximaal drie weken. De kinderrechter oordeelt het, gezien de hiervoor beschreven complexe situatie en de minimaal nog te zetten stappen, noodzakelijk dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de resterende periode van zes maanden zal worden verlengd, te weten voor de periode van 3 juli 2026 en tot 3 januari 2027.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 3 juli 2026 en tot 3 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 en nader schriftelijk uitwerkt op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Boomaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand