verkorte beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/411128 / FA RK 23-3004
Datum uitspraak: 2 juli 2026
(Nadere) beschikking over een zorgregeling
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. F.J.I. van den Branden uit Terneuzen,
tegen
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat: mr. M. Kalle uit Middelburg,
over de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats], hierna te noemen: [minderjarige].
Als belanghebbende in deze zaak wordt gezien:
de gecertificeerde instelling STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Eindhoven.
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie [woonplaats 2],
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1. Het (verdere) procesverloop
Dit blijkt uit de volgende stukken:
de (tussen)beschikking van deze rechtbank van 30 december 2025 en alle daarin genoemde stukken;
het op 25 juni 2026 ontvangen gewijzigd verzoekschrift;
de ter zitting overlegde pleitaantekeningen van de GI.
Het verzoek is (nader) mondeling behandeld op 26 juni 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de man, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de advocaat van de vrouw. Ook was een vertegenwoordigster aanwezig van de Raad, alsmede een tweetal vertegenwoordigsters van de GI.
De vrouw is, hoewel behoorlijk opgeroepen, met voorafgaande kennisgeving daarvan niet verschenen.
De rechtbank heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
Vanwege de nauwe samenhang is de onderhavige zaak gelijktijdig behandeld met het (restant)verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling in de zaak met kenmerk C/02/442138 / JE RK 25-2059, alsmede het verzoek van de vrouw tot vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing in de zaak met kenmerk C/02/447421 / JE RK 26-694. Op deze verzoeken is per separate beschikkingen beslist.
2. De beoordeling
Bij beslissing luidt zoals hieronder is bepaald. De nadere schriftelijke uitwerking van deze beschikking zal binnen vier weken volgen.
3. De beslissing
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar:
- wekelijks op woensdag van 13:00 uur tot 18:00 uur, waarbij de vrouw [minderjarige] ophaalt na speltherapie en waarna de omgangsbegeleidster bij de vrouw thuis aansluit en de man [minderjarige] om 18:00 uur bij de vrouw ophaalt;
- eens per twee weken op zaterdag, waarbij de vrouw [minderjarige] om 10:15 uur ophaalt bij het busstation te [woonplaats 2], waarna de omgangsbegeleidster het bezoek bij de vrouw thuis vanaf 13:00 uur begeleidt en de man [minderjarige] om 18:00 uur bij de vrouw ophaalt;
- gedurende een extra, begeleid, dag(deel) op de verjaardag van [minderjarige];
- gedurende een in onderling overleg te bepalen extra, begeleid, dag(deel) tijdens elke schoolvakantie van [minderjarige], waarbij als voorwaarde geldt dat de omgangsbegeleidster beschikbaar is en rekening wordt gehouden met de werkdagen van de man, alsmede de geplande vakanties van de man en [minderjarige].
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. Boomaars, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.