RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449951 / JE RK 26-1176
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het mondelinge verzoek van de GI op 2 juli 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 3 juli 2026.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 22 juni 2023 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 22 juni 2023 en tot 22 juni 2024. Deze maatregel is vervolgens steeds verlengd, laatstelijk bij beschikking van 21 mei 2026, waarbij de ondertoezichtstelling van [minderjarige] is verlengd tot 22 december 2026.
Bij beschikking van 19 juli 2023 is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 19 juli 2023 en tot 2 augustus 2023. Het resterende deel van het verzoek is aangehouden.
Bij beschikking van 28 juli 2023 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 2 augustus 2023 en tot 19 oktober 2023. Deze machtiging is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 22 juni 2024.
3. Het verzoek
De GI heeft mondeling verzocht een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlenen voor de duur van twee weken, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De GI verzoekt tevens de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De schriftelijke weergave van het verzoek wijkt af van het mondelinge verzoek, in die zin dat de GI in de schriftelijke bevestiging verzoekt om een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van drie weken in plaats van twee weken. Dit afwijkende verzoek wordt door de kinderrechter terzijde gesteld, nu op het mondelinge verzoek reeds is beslist en deze beschikking een schriftelijke weergave van die mondelinge beslissing is.
4. De beoordeling
Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht
De kinderrechter stelt vast dat de moeder de Poolse nationaliteit heeft. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter eerst dient te beoordelen of zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijke recht te bepalen.
De kinderrechter is van oordeel dat [minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Dit maakt de Nederlandse rechter bevoegd om van het verzoek kennis te nemen en daarop te beslissen. Nu de Nederlandse rechter bevoegd is, zal het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Inhoudelijke beoordeling
Uit de (telefonische) informatie van de GI volgt dat de school van [minderjarige] op 2 juli 2026 ernstige zorgen heeft geuit over zowel [minderjarige] als de psychische toestand van de moeder. [minderjarige] is die dag wederom niet op school verschenen. Er blijkt ook een zorgelijke onderwijsafwezigheid uit het absentieoverzicht van school. Daarnaast heeft een medewerker van [zorginstelling], die in de ochtend van 2 juli 2026 een huisbezoek heeft afgelegd bij de moeder, ernstige zorgen geuit over de psychische gesteldheid van de moeder. Tijdens dit huisbezoek bleek [minderjarige] ook nog in bed te liggen. De GI is vervolgens naar de woning van de moeder gegaan om de veiligheid van [minderjarige] te beoordelen. De moeder verleende echter geen toestemming om de woning te betreden en sloot vrijwel direct de deur. De moeder maakte daarbij een zeer apathische en verwarde indruk, zag er onverzorgd uit en er kwam een sterke wietlucht uit de woning. Deze observaties versterken de reeds bestaande langdurige zorgen van de GI over de psychische gesteldheid van de moeder en haar emotionele beschikbaarheid. Kort na het contact tussen de GI en de moeder, heeft de moeder de deurbel buiten werking gesteld en de ramen van de woning gesloten. Er was geen contact meer mogelijk met de moeder en [minderjarige] . Hierdoor heeft de GI geen zicht kunnen verkregen op de actuele situatie en veiligheid van [minderjarige] , met als gevolg dat er acute zorgen zijn ontstaan over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] . Er zijn ernstige zorgen en de veiligheid van [minderjarige] kan niet langer worden gewaarborgd in de thuissituatie van de moeder, wat aanleiding geeft tot onmiddellijke interventie. Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het in verband met de veiligheid en verzorging en opvoeding van [minderjarige] noodzakelijk is dat zij uit huis wordt geplaatst. Een zitting kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Een uithuisplaatsing van [minderjarige] binnen het netwerk van de moeder en/of [minderjarige] is niet mogelijk gebleken. Het is de kinderrechter voorts gebleken dat [minderjarige] voorlopig terecht kan in het pleeggezin waar zij eerder heeft verbleven, hetgeen derhalve vertrouwd voor haar is. De kinderrechter zal, gelet op het voorgaande, de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verlenen in een voorziening voor pleegzorg voor de verzochte periode van twee weken, te weten met ingang van 2 juli 2026 en tot 16 juli 2026.
De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI en de belanghebbenden zullen tijdens de mondelinge behandeling van [datum] 2026 om [uur] in de gelegenheid worden gesteld hun mening over het verzoek te geven.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 2 juli 2026 en tot 16 juli 2026;
verklaart de beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Dijkman op [datum] 2026 om [uur] voor de duur van 45 minuten, welke wordt gehouden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. Hendriks, kinderrechter, en op schrift gesteld op 3 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.