ECLI:NL:RBZWB:2026:7090

ECLI:NL:RBZWB:2026:7090

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/447019 / JE RK 26-634
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Art. 1:255 BW. Toewijzing verzoek tot ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/447019 / JE RK 26-634

Datum uitspraak: 2 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. E.M. van Veen,

en

[de man] ,

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. J.F. van Drenth.

De kinderrechter merkt als informant aan:

de gecertificeerde instelling

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 april 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

- een vertegenwoordiger van de Raad;

- een vertegenwoordiger van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige 2] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige 2] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

Gelet op de nauwe samenhang van de onderhavige zaak met de verzoeken over het gezag en een zorg- en contactregeling (met kenmerk C/02/415434 / FA RK 23-5075), zijn beide verzoeken gelijktijdig mondeling behandeld. De beslissing in de andere zaak staat in een aparte beschikking.

2. De feiten

De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] en [minderjarige 1], hierna samen ook aangeduid met de kinderen.

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen bij hun moeder.

3. Het verzoek

De Raad verzoekt de kinderen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. De kinderen wonen bij de moeder. Het laatste contact tussen beide kinderen en de vader was in september 2025. De Raad heeft zorgen over de kinderen en de situatie waarin zij opgroeien. Zij zijn in het verleden getuige geweest van spanningen tussen hun ouders, die tot op heden voortduren. Er is sprake geweest van een wisselende zorgregeling met de vader, waarbij er inmiddels sprake is van volledig contactverlies. De omgang is abrupt ten einde gekomen. Bij [minderjarige 2] wordt gezien dat hij kwetsbaar is op sociaal emotioneel gebied. Hij kan snel boos worden, vindt het vervelend om fouten te maken en wil alles zo goed mogelijk doen. Hij lijkt het moeilijk te vinden om over zijn vader te praten en er zijn zorgen over een loyaliteitsconflict. Bij [minderjarige 1] worden er signalen gezien van een onveilige hechting. Sociaal emotioneel loopt ze wat achter ten opzichte van leeftijdsgenoten. Ze kan andere kinderen pijn doen en er wordt gezien dat ze van deze kinderen spullen steelt. Ook over de verhouding tussen de ouders zijn er zorgen. Zij zijn midden 2023 uit elkaar gegaan, waarbij er zorgen waren over het middelengebruik van de vader en er sprake is geweest van verbale en fysieke mishandeling binnen de relatie. De Gezinsmanager heeft in het kader van het traject van het Uniform Hulpaanbod (UHA-traject) begeleide omgang opgestart en er zijn oudergesprekken gevoerd. Als het ging over de kinderen en de planning konden de ouders dit afstemmen, maar wanneer het gesprek ging over de ervaringen van de ouders over hun relatie stopte de dialoog en ontstonden er spanningen. Gezien wordt dat de vader weinig erkenning kan geven aan het gevoel van de moeder over gebeurtenissen in de relatie en wat dit met haar, en [minderjarige 2] en [minderjarige 1], heeft gedaan. Er zijn meerdere (oudere) politiemeldingen waar zorgen over de vader uit naar voren komen. De moeder is angstig tegenover contact met de vader. Er zijn zorgen over de mogelijkheid van de moeder om ruimte te bieden aan (het spreken over) de vader binnen het gezinssysteem. Het UHA-traject is negatief afgerond.

Naar de mening van de Raad is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Er is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling. Beide kinderen hebben in hun jonge leven al veel meegemaakt in de relatie van hun ouders. Er is sprake geweest van conflicten en spanningen waarvan de kinderen getuige zijn geweest. Inmiddels is er sprake van volledig contactverlies, waarbij [minderjarige 2] aangeeft wel graag zijn vader te willen zien en verdriet te hebben om het gemis van zijn vader. Ook laat de ontwikkeling van de kinderen zorgen zien op het gebied van gehechtheid en/of loyaliteit. De ouders zijn deels bereid, maar onvoldoende in staat om de ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Het is de ouders niet gelukt binnen het UHA-traject met behulp van de hulpverlening de doelen te behalen. De moeder vond de omgang voor de kinderen te spanningsvol en kon niet achter uitbreiding van het contact staan. De vader wil een weekendregeling met de kinderen. Hier ziet de vader ook onvoldoende in dat dit niet in hun belang is. De vader lijkt de zorgen rondom zijn eigen handelen, met als gevolg onder meer de politiemeldingen, te bagatelliseren. Daarnaast zijn de oudergesprekken niet goed verlopen. De ouders ervaren blijvende spanning richting elkaar, waarbij de vader ook een gebrek aan inzicht toont ten aanzien van de gebeurtenissen vanuit het verleden en oudergesprekken meer spanning met zich meebrengt. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] moeten opgroeien in een stabiele omgeving waarin ze niet worden belast met ruzie en spanningen die spelen tussen de ouders. Daarnaast moet het contact tussen de vader en de kinderen worden hervat. Gelet op het voorgaande verzoekt de Raad een ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. Gedurende dit jaar dient de GI samen met de ouders te werken aan onder meer de door de Raad geadviseerde doelen.

Door en namens de moeder is, samengevat, aangegeven dat zij het eens is met de rapportage en het advies van de Raad. Ook zij denkt dat het nodig is dat er een ondertoezichtstelling komt. Zij kan zich dan ook vinden in het verzoek.

Door en namens de vader is, samengevat, aangegeven dat de vader zich niet zal verzetten tegen een ondertoezichtstelling. Wel wil hij weten wat hij daarbij kan verwachten. Hij is geschrokken van de lange wachttijden en het gebrek aan beschikbaarheid van jeugdbeschermers, vooral omdat hij de kinderen al lange tijd niet heeft gezien. De vader wil dat het contact met de kinderen snel wordt hervat en hoopt dat er niet over een jaar nog steeds geen vooruitgang is. De kinderen, voornamelijk [minderjarige 2], geven op verschillende momenten aan dat zij hun vader missen. Volgens de vader moet er daarom snel worden gewerkt aan het herstel van het contact. Hij vindt een ondertoezichtstelling daarvoor een goede stap, maar wil graag dat er voortvarend aan de slag wordt gegaan.

De GI geeft, samengevat, aan dat zij de gronden voor de ondertoezichtstelling ziet. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn nog jong en hebben al veel meegemaakt. Er is veel geprobeerd, zowel vrijwillig als via een meer gedwongen kader, zoals het UHA-traject. Op dit moment stagneert de situatie en komen de ouders niet verder. Daarom is het nodig dat er een ondertoezichtstelling komt, waarbij een jeugdbeschermer de regie neemt. De zaak wordt eerst door het monitoringsteam van de GI opgepakt. Binnen de eerste maand worden al stappen gezet, zoals het opstellen van een basisplan en het inzetten van hulpverlening, bijvoorbeeld voor het opzetten van begeleide omgang. Er wordt gekeken naar wat de kinderen nodig hebben om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. De ouders zullen ondersteuning krijgen voor de invulling van het ouderschap. De GI staat gelet op het voorgaande achter het verzoek van de Raad.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Hij legt hieronder uit waarom.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt het volgende. De ouders zijn in 2023 uit elkaar gegaan. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] wonen nu bij de moeder. Gedurende de relatie van de ouders waren er zorgen over het middelengebruik van de vader en is er sprake geweest van verbale en fysieke mishandeling, kortom huiselijk geweld. De kinderen zijn getuige geweest van deze spanningen tussen hun ouders, die tot op heden met een zekere mate voortduren. [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een wisselende zorgregeling gehad met hun vader. Inmiddels is er nu sinds september 2025 sprake van volledig contactverlies. Er zijn zorgen over beide kinderen op sociaal-emotioneel gebied en op het gebied van gehechtheid. [minderjarige 2] doet wisselende uitspraken over zijn wens of hij wel of geen contact wil met zijn vader. Hij heeft wel meerdere keren aangegeven graag contact met zijn vader te willen. Bij [minderjarige 1] worden signalen van onveilige hechting gezien.

De ouders slagen er niet in om deze zorgen zelfstandig, dus in het vrijwillig kader, weg te nemen. Er blijven veel spanningen tussen hen bestaan. Eerdere hulpverlening, zowel vrijwillig als in een iets minder vrijblijvend traject, zoals het UHA-traject, is negatief afgerond en heeft onvoldoende tot verbetering geleid. Het is belangrijk dat de kinderen opgroeien in een rustige en stabiele omgeving zonder spanningen. Voor beide kinderen moet worden bekeken of zo ja, welke hulpverlening kan worden ingezet om hen te helpen de ervaringen uit het verleden te verwerken. Daarnaast zal de komende periode worden ingezet op contactherstel tussen de vader en de kinderen, in het tempo van ieder kind afzonderlijk.

Gelet op het voorgaande is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter zal [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht van de GI stellen voor de duur van een jaar.

Tijdens de zitting is gebleken dat beide ouders bereid zijn mee te werken aan de opstart van begeleide contacten. Nu de kinderen onder toezicht van de GI worden gesteld, zal de kinderrechter daarbij bepalen dat de regie over de (verdere) vormgeving en uitbreiding van de zorg- en contactregeling tussen de man en beide kinderen bij de GI wordt belegd. Daarvoor worden de ouders en de GI verwezen naar de zorgregeling die de rechtbank in een nog deze maand te geven beschikking in de zaak met kenmerk C/02/415434 / FA RK 23-5075 zal vaststellen. Het is daarbij noodzakelijk dat de GI een passende zorgaanbieder zoekt die de omgang, in het begin, kan begeleiden. Een afschrift van de nog te geven beschikking zal ook aan de GI worden toegezonden.

De kinderrechter is, samen met de Raad, van oordeel dat er de komende periode door de GI en de ouders gewerkt moet worden aan de volgende doelen:

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] groeien op een in stabiele omgeving waarbij ze niet belast worden met ruzie of spanningen die spelen tussen de ouders;

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] krijgen passende hulpverlening om ervaringen uit het verleden te verwerken en deze een plek te geven, zodat zij zich verder zo optimaal mogelijk kunnen ontwikkelen in een veilige en stabiele omgeving;

[minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een voor hen passende en veilige omgang met hun vader, afgestemd op hun leeftijd en behoeften, zodat zij op een gezonde en onbelaste manier een reëel beeld kunnen ontwikkelen van wie hun vader is;

De vader wordt door de moeder voorzien van relevante informatie over de ontwikkeling van de kinderen, zodat hij een actueel en realistisch beeld kan vormen van hun welzijn en ontwikkeling en zijn ouderrol daarop kan afstemmen;

De moeder ontvangt passende ondersteuning en handvatten in de opvoeding van de kinderen, zodat zij beter in staat is om aan te sluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van [minderjarige 2] en [minderjarige 1].

Mede gezien het onder 5.6 overwogene wordt nodig bevonden om aan de GI ook

een afschrift deze beschikking toe te zenden.

De kinderrechter zal de toewijzende beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

De kinderrechter:

stelt [minderjarige 2] en [minderjarige 1] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, met ingang van 2 juli 2026 tot 2 juli 2027;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad

verzoekt de griffier om een afschrift van deze beschikking ook aan de GI toe te sturen.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. Toekoen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 22 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Krieken als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand