ECLI:NL:RBZWB:2026:7093

ECLI:NL:RBZWB:2026:7093

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/448564 / JE RK 26-913
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448564 / JE RK 26-913

Datum uitspraak: 2 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Tilburg,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [woonplaats],

advocaat: mr. P.J.A. Grosfeld uit Oosterhout,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 mei 2026;

een brief met bijlage van mr. Grosfeld van 1 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder met haar advocaat;

- de vader

- een vertegenwoordigster van de GI;

Tevens is in het kader van het programma Summercourt bij de zitting met bijzondere toestemming van de kinderrechter aanwezig geweest een student van [universiteit].

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter kort samengevat verteld wat [minderjarige] heeft verteld.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

Bij beschikking van 3 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 6 juli 2025 tot 6 juli 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI verwijst voor haar standpunt naar het uitgebreide verzoek dat zij heeft ingediend. Al jarenlang is hulpverlening ingezet op de complexe scheiding van partijen en op verbetering van de samenwerking tussen ouders in belang van [minderjarige]. Hierbij zijn diverse zorgaanbieders betrokken geweest. De conclusie die zo langzamerhand getrokken moet worden is dat de hulpverlening op deze punten niet of in ieder geval onvoldoende is gelukt. Om die reden moet er meer ingezet gaan worden op (het wegnemen van) zorgen die er (mogelijk) zijn binnen de opvoedingssituatie bij moeder.

Het gaat op dit moment niet goed met [minderjarige]. Dit komt enerzijds door zijn eigen persoonlijkheidsproblematiek. Maar ook de slechte verstandhouding en het gebrek aan communicatie tussen ouders is erg belastend voor [minderjarige]. [minderjarige] zit al enige tijd thuis en kan niet terug naar school. Daarom is ingezet op een traject bij [hulpverlening 1]. Verder is er lange tijd onduidelijkheid geweest over welke hulpverlening voor [minderjarige] noodzakelijk is. Het onderzoek bij [hulpverlening 2] heeft, onder andere door aanzienlijke wachttijden, lange tijd op zich laten wachten en helaas is hieruit gebleken dat [hulpverlening 2] de noodzakelijk hulp niet zelf kan verlenen. Inmiddels is [zorginstelling] benaderd voor deze hulpverlening, maar ook daar is weer de nodige tijd mee gemoeid.

Sinds eind 2025 is er geen structurele omgang meer tussen de vader en [minderjarige]. De omgang moet weer worden opgestart, maar het is belangrijk hierbij goed te kijken naar wat [minderjarige] hierin wil. Ook de hulpverlening vanuit [zorginstelling] moet nog worden gestart. De GI hoopt dat die hulpverlening beter aansluit op ouders en dat beter gekeken wordt naar wat [minderjarige] nodig heeft. De vader heeft al een intake gehad bij [zorginstelling] en voor de moeder staat een intake gepland. Daarna zal, onder regie van de GI, gekeken worden welke hulpverlening het meest passend is.

De GI zegt niet dat de moeder de situatie niet aankan, maar het is wel van belang dat gekeken wordt of de moeder extra ondersteuning nodig heeft. Er is nu eenmaal sprake van een minderjarige met probleemgedrag en dat vergt extra aandacht en vaardigheden van ouders. De vader heeft zijn eigen visie op het geheel en die strookt vaak niet met de visie van de GI. De GI moet dan ook veel moeite doen om de vader ‘binnen boord te houden’ en hem ervan te overtuigen dat hulpverlening voor [minderjarige] noodzakelijk is. De omgang verloopt al jaren problematisch. Er zal gekeken moeten gaan worden of omgang nog haalbaar is want op deze manier kan niet meer verder gegaan worden. Daarbij is lastig dat de vader zijn rol in het geheel niet erkent.

Door en namens de moeder is opgemerkt dat het goed gaat met [minderjarige]. Hij functioneert in de thuissituatie goed, maar gaat op dit moment niet naar school. Daardoor mist hij wel contact met leeftijdsgenoten. Op korte termijn heeft de moeder een intakegesprek bij [hulpverlening 1]. Ook bij [zorginstelling] is een intake gepland. Dit kon niet eerder omdat dit niet paste in de agenda van de jeugdbeschermer.

De laatste omgang tussen de vader en [minderjarige] is geweest in april. Daarna is de omgang opnieuw stil komen te liggen. De moeder heeft begrepen dat de omgang in samenwerking met [persoon 3] weer zal worden opgestart.

De vader heeft geen zelfreflectie en ziet zijn aandeel in deze situatie niet. Hij geeft de moeder overal de schuld van terwijl hij zijn eigen aandeel niet ziet. Sinds de echtscheidingsprocedure heeft de moeder zich altijd ingezet voor contact tussen de kinderen en de vader. [minderjarige] vindt het soms lastig bij zijn vader te zijn omdat hij dan tegen [minderjarige] zegt als je dit of dat doet dan word je uit huis geplaatst. Daarnaast heeft [minderjarige] heel snel heimwee. [minderjarige] wil wel contact met de vader, maar hij vindt het moeilijk om daar te overnachten. Hoewel er op dit moment geen contact is tussen de vader en [minderjarige], staat de moeder hier zeker voor open.

De vader past zich niet aan aan de situatie. De vader weigert vaak mee te werken aan voorgestelde hulpverlening, maar wordt daar niet op aangesproken door de GI. Dat loopt als rode draad door de ondertoezichtstelling. Uit de grondslag voor het verzoek van de GI blijkt dat de GI vindt dat er meer aandacht moet uitgaan naar de opvoedingssituatie bij de moeder. In 2024 werd dit ook al geschreven, maar tot op heden is er op dit punt niks gebeurd. De GI zegt dat er geen zicht is op de moeder en dat er wordt getwijfeld aan de opvoedingsvaardigheden van de moeder. Maar tot op heden heeft de GI daarop niet ingezet. De moeder vindt dit kwalijk. Namens de moeder is een MST rapport toegezonden dat weliswaar gaat over [persoon 1] (de broer van [minderjarige]), maar waaruit wel een beeld gevormd kan worden over de opvoedingsvaardigheden van de moeder. De systeemtherapeut zegt in dit rapport bijvoorbeeld dat de moeder handvatten oppakt en die ook effectief kan inzetten. De moeder zet consequenties in waar nodig. De moeder heeft het gevoel dat zij continu onder een vergrootglas ligt bij GI en dat de vader overal maar mee wegkomt. De moeder verzet zich niet tegen verlenging van de ondertoezichtstelling, want het door ontbreken van samenwerking en communicatie tussen ouders komt er geen hulp van de grond voor [minderjarige], terwijl hij die wel nodig heeft. De moeder wil dat aan de GI wordt meegegeven dat de hulpverlening door [zorginstelling] voortvarend moet worden opgepakt.

Door vader is naar voren gebracht dat er al lange tijd sprake is van zware ouderverstoting door de moeder. De moeder wil van de hulpverlening af en de kinderen dan vervolgens bij de vader en zijn familie uit de buurt houden. Daar is zij al zes jaar lang mee bezig. Naar de mening van de vader is de moeder niet capabel om [minderjarige] op te voeden.

De omgang tussen de vader en [minderjarige] loopt al enige tijd niet of nauwelijks. Dit komt volgens de vader omdat [minderjarige] zes uur lang heeft zitten huilen tijdens de laatste omgang, omdat dit zo was voorbereid met de moeder.

[minderjarige] is onlangs op straat ernstig mishandeld en de moeder heeft de vader daarvan niet op de hoogte gesteld. De vader is bang dat hij op een moment telefoon krijgt dat er iets echt mis is met [minderjarige].

De vader heeft al een intakegesprek gehad bij [zorginstelling]. [zorginstelling] heeft zich tijdens de intake met de vader afgevraagd of de moeder de veiligheid van [minderjarige] wel kan waarborgen. Volgens de vader zal [zorginstelling] [minderjarige] geen hulpverleningstraject aan gaan bieden.

De vader heeft tijdens de mondelinge behandeling meerdere malen aangegeven dat bij eist dat [minderjarige] bij de moeder wordt weggehaald.

[minderjarige] heeft de kinderrechter verteld dat het goed met hem gaat en daarbij heeft hij ook wat verteld over de boerderij en zijn paard. Verder vertelde hij dat hij begeleiding kreeg van [persoon 2], maar dat hij nu begeleiding krijgt van [persoon 3]. Hij vindt [persoon 3] aardig. Maar eigenlijk is de hulp niet voor hem en hij heeft ook geen hulp nodig. Hij zegt dat zijn ouders niet veel praten en hij denkt dat de ouders daarbij wel hulp nodig hebben, maar eigenlijk weet hij het ook niet precies.

5. De beoordeling

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling (als beschreven in artikel 1:255 eerst lid BW) is voldaan.

De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende worden geaccepteerd, en

b. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.

De kinderrechter is op basis van de stukken en hetgeen ter zitting is besproken van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. De kinderrechter stelt vast dat de doelen die zijn gesteld in het kader van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. De geformuleerde doelen zijn echter onverminderd aanwezig. Aan de zijde van de moeder moet onderzocht worden of zij voldoende opvoedcapaciteiten heeft of dat daarbij mogelijk nog ondersteuning nodig is. Dit is, zoals ook opgemerkt door de advocaat van de vrouw, al langer onderwerp van discussie en lange tijd is hier onvoldoende aandacht voor geweest. De kinderrechter heeft echter begrepen dat de hulpverlening door [zorginstelling] (mede) hierop gericht zal zijn. Pas na de intakegesprekken zal duidelijk worden of [zorginstelling] daadwerkelijk hulp kan gaan verlenen. Mocht dit niet het geval zijn, dan dringt de kinderrechter erop aan dat de GI voortvarend te werk zal gaan met het op andere wijze in kaart brengen van de opvoedcapaciteiten van de moeder en eventuele hulp die daarbij noodzakelijk zal zijn. De ondertoezichtstelling loopt inmiddels enkele jaren, op dit punt moet, zeker ook in het belang van (de opvoeding van) de minderjarige op korte termijn duidelijkheid komen. De kinderrechter verwacht dan ook dat de GI bij een eventueel nieuw verlengingsverzoek aandacht besteedt aan wat er op dit punt in de voorliggende periode is ingezet. Aan de zijde van de vader is onvoldoende inzicht in zijn eigen rol in het geheel en de vader staat niet altijd achter de hulpverlening. De omgang tussen de vader en [minderjarige] blijft ook een punt van zorg. Ook om deze redenen is gedwongen hulpverlening nog noodzakelijk.

Het verzoek van de vader om [minderjarige] bij de moeder weg te halen, kan de kinderrechter niet in behandeling nemen omdat een dergelijk verzoek volgens de wet alleen kan worden gedaan door de GI, door de Raad voor de Kinderbescherming of door de officier van justitie. De vader kan dit verzoek dus niet doen. Een verzoek tot het verlenen van een machtiging uithuisplaatsing is door de rechtbank niet ontvangen. Verder is ter zitting ook niet gebleken dat de GI deze wens van de vader ondersteunt.

De ondertoezichtstelling is gezien het bovenstaande nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] is daarom tot 6 juli 2027.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Kindbrief

Tijdens het kindgesprek is met [minderjarige] afgesproken dat hij een brief krijgt over wat er is beslist en waarom. Tegelijk met deze beschikking zal onderstaande brief worden verzonden. In de brief is het volgende opgenomen:

Beste [minderjarige],

Op 30 juni heb jij met een kinderrechter gepraat op de rechtbank. Jij hebt tijdens dat gesprek verteld wat jij vindt en wat jij wilt. Tijdens de zitting van 2 juli heb ik met jouw moeder en haar advocaat en met jouw vader gesproken. Ook was er een medewerkster van de jeugdbescherming op de zitting.

Iedereen is het erover eens dat een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar nodig is voor jou. Dit is ook wat ik heb beslist. Dit betekent dat [persoon 4] (van [hulpverlening 3]) en [persoon 3] (van [hulpverlening 4]) jou verder kunnen blijven helpen. Ik vind het belangrijk dat jij hulp krijgt en ook dat jouw ouders worden geholpen met hun eigen situatie, zodat zij leren om beter te praten en jou buiten alle ruzies en spanningen te houden. Verder vind ik het belangrijk dat goed gekeken wordt of en op welke manier het contact tussen jou en jouw vader kan worden opgebouwd. Als jij hierover nog vragen hebt, kan je die stellen aan de jeugdbeschermer.

Ik wens jou het allerbeste toe en hoop dat deze hulp jou en jouw ouders verder helpt.

Met vriendelijke groet,

de kinderrechter

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 6 juli 2026 tot 6 juli 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026, in aanwezigheid van Dekkers als griffier en op schrift gesteld op 16 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand