ECLI:NL:RBZWB:2026:7097

ECLI:NL:RBZWB:2026:7097

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/446317 / FA RK 26-1483
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Eenhoofdig ouderlijk gezag en opschorting contactregeling

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg/ Breda

Zaaknummer: C/02/446317 / FA RK 26-1483

datum uitspraak: 17 juli 2026

beschikking over wijziging gezag en opschorting en opschorting contactregeling

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna: de vrouw,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. M.T.E. Kranenburg in Roosendaal,

tegen

[de man] ,

hierna: de man,

wonende in [woonplaats] ,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2009,

hierna: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2010,

hierna: [minderjarige 2] .

De rechtbank merkt als informant aan:

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI).

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd.

1. Het procesverloop

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het op 20 maart 2026 ontvangen verzoek met bijlagen;

het aanvullende verzoek met bijlagen van 8 juni 2026;

het bericht met bijlagen van mr. Kranenburg van 25 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij was aanwezig en is gehoord de vrouw bijgestaan door haar advocaat. Ook waren twee medewerker namens de GI en een medewerker namens de Raad aanwezig.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn in de gelegenheid gesteld om te zeggen wat zij van het verzoek vinden. Zij hebben een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben hierop kunnen reageren.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar getrouwd geweest. Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 23 november 2018 is de echtscheiding uitgesproken en deze beschikking is op 3 december 2018 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand die daarvoor zijn bedoeld.

Tijdens het huwelijk van partijen zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren.

Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit. In voornoemde beschikking van 23 november 2018 is het volgende opgenomen:

De moeder is in eerste instantie belast met alle zorg- en opvoedingstaken, behoudens om de week één weekend en een verdeling van de vakanties en feestdagen.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] staan ingeschreven bij de vrouw.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 21 november 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI. Laatstelijk, bij beschikking van 19 augustus 2025, heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd, met ingang van 21 augustus 2025 tot 21 augustus 2026.

Op grond van voornoemde beschikking verblijft [minderjarige 2] in een pleeggezin in België. Sinds 1 juli 2026 verblijft [minderjarige 2] bij [kliniek] .

[minderjarige 1] verblijft bij de vrouw.

3. Het verzoek

De vrouw verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het gezamenlijk ouderlijk gezag van partijen over de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te beëindigen en de vrouw in plaats daarvan te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag over de minderjarigen.

Bij wijze van aanvullend verzoek verzoekt de vrouw de zorgregeling tussen [minderjarige 2] en de man op te schorten voor de duur van een jaar, dan wel voor de duur van het door de betrokken jeugdhulpverleners voor [minderjarige 2] noodzakelijk geachte hulpverleningstraject, dan wel voor een dusdanige periode als de rechtbank vermeent te behoren.

Voorts verzoekt de vrouw de zorg tussen [minderjarige 2] en de man na de opschortingsperiode in die zin te wijzigen dat [minderjarige 2] en de man recht hebben om contact en omgang met elkaar te hebben op basis van een frequentie en omvang waar de man daadwerkelijk beschikbaar voor is, onder voorafgaand door de man met de vrouw nader in het belang van [minderjarige 2] te maken afspraken en zonder overnachtingen van eenmaal per twee weken een weekenddag dan wel met een dusdanige frequentie en omvang als dat de bij [minderjarige 2] betrokken hulpverlening in haar belang acht, dan wel een dusdanige contactregeling dat uw rechtbank in goede justitie mag vermenen te behoren.

De man voert geen verweer tegen het verzoek van de vrouw.

4. De standpunten

Standpunt van de vrouw

De vrouw legt, samengevat, het volgende aan haar verzoek ten grondslag. Er is sprake van een patroon waarbij de man de kinderen onder druk zet, emotioneel klem zet en dreigt hen te verlaten, waarna hij periodes uit beeld is en weer terugkomt. De kinderen hebben last van een loyaliteitsconflict en sociaal-emotionele schade. Beide kinderen hebben een ander coping mechanisme ontwikkelt. Bij [minderjarige 2] uit zich dit in externaliserend gedrag, middelengebruik, schoolverzuim en het wegvallen van motivatie wanneer de man zich terugtrekt. [minderjarige 2] verblijft sinds 1 juli 2026 bij [kliniek] . [minderjarige 1] weet zijn problemen goed te verbergen, maar zit ook klem. Hij heeft zelf hulpverlening ingeschakeld toen hij 16 jaar werd, omdat hij toen geen toestemming van de man meer nodig had. De man werkt structureel onvoldoende mee met de vrouw, de GI, school, leerplicht en de hulpverlening. De ondertoezichtstelling heeft geen verbetering gebracht in de samenwerking tussen ouders. De situatie is eerder verder geëscaleerd. De noodzakelijke hulpverlening wordt door het handelen c.q. nalaten van de man gefrustreerd. Er is continu sprake van strijd. Dat is niet in het belang van de kinderen. Het staat daarom voor de vrouw vast dat de ouders blijvend niet in staat zijn te overleggen. De man weigert communicatie. Dit leidt tot een onaanvaardbaar risico dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] klem of verloren zullen raken tussen de ouders. Het is niet te verwachten dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen. Eenhoofdig ouderlijk gezag zal rust voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en voor de vrouw creëren.

De vrouw legt, samengevat, het volgende aan haar aanvullende verzoek ten grondslag. [minderjarige 2] is naar aanleiding van de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg geplaatst in een pleeggezin in België. Sindsdien is er geen contact tussen [minderjarige 2] en de man geweest. Wanneer [minderjarige 2] bij de man verblijft is er geen zicht op haar. Dat in combinatie met het feit dat zij zich onttrekt aan de hulpverlening zou de voortzetting van de contactregeling ertoe kunnen leiden dat [minderjarige 2] verder ontspoort. De contactregeling heeft geen toegevoegde waarde bij het beoogde hulpverleningstraject van [minderjarige 2] bij [kliniek] . Het is belangrijk dat [minderjarige 2] dit traject afmaakt. De omgangsregeling zoals deze is vastgesteld in de beschikking van 23 november 2018 door de rechtbank Amsterdam moet daarom worden opgeschort

Standpunt van de GI

Door de GI is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. Er is een tweede jeugdbeschermer bijgekomen om het contact met de man te onderhouden. De andere jeugdbeschermer heeft contact met de moeder en de kinderen. De laatste maanden is er helemaal geen contact meer geweest met de man. De man zoekt met iedereen en over alles de strijd op. Hij heeft de GI e-mails gestuurd dat hij uit het gezag gezet wil worden. De kinderen zitten klem tussen de ouders. Het is belangrijk dat de kinderen contact met hun vader mogen hebben, maar voor het nemen van beslissingen zou het makkelijker zijn als er niet altijd strijd is.

Het is in het belang van [minderjarige 2] dat de contactregeling wordt opgeschort. [minderjarige 2] zal bij traject van [kliniek] tools ontwikkelen om contact met haar vader te onderhouden, los van de huidige contactregeling.

Standpunt van de Raad

De Raad adviseert de rechtbank de moeder te belasten met het eenhoofdig ouderlijk gezag. Ondanks de ingezette hulpverlening en de ondertoezichtstelling lukt het de ouders niet het gezag op een goede wijze gezamenlijk uit te oefenen. Het is een ingrijpend verzoek, maar de Raad is van mening dat het zal zorgen voor rust.

Ook adviseert de Raad de contactregeling op te schorten. De regeling is niet passend bij de huidige situatie.

5. De beoordeling

Wijziging van gezag

In artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat de rechter op verzoek van de ouders die niet met elkaar zijn getrouwd of een van hen het gezamenlijk gezag kan beëindigen. Dan kan als de omstandigheden zijn veranderd sinds de ouders samen het gezag hebben gekregen of als de rechtbank van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan toen hij het gezamenlijk gezag heeft vastgesteld. In dat geval beslist de rechtbank wie van de ouders voortaan alleen het gezag over [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] krijgt.

In artikel 1:253n lid 1 BW staat dat artikel 1:251a lid 1 BW van toepassing is. In dat artikel staat dat de rechter kan beslissen dat het gezag over een kind naar één ouder gaat als er een onacceptabel risico is dat, als allebei de ouders het gezag houden, dit kind erg klem komt te zitten tussen die ouders en het er niet naar uitziet dat dit binnen korte tijd verbetert of als een verandering van het gezag op een andere manier in het belang van het kind noodzakelijk is.

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Wat voor de kinderrechter duidelijk is geworden is dat tussen de ouders geen enkele vorm van positief contact is over de kinderen. Ook ten aanzien van het nemen van beslissingen is het voor de ouders niet mogelijk gebleken om hierin een vorm te vinden waarin zij het gezag samen kunnen uitoefenen zonder de kinderen ernstig te belasten. De situatie is inmiddels structureel. De man ziet gezamenlijk gezag niet meer zitten. Dit heeft hij laten weten in een aparte brief die hij een tijd voor de zitting aan de rechtbank heeft gezonden. De rechtbank heeft op dit verzoek geen acht geslagen omdat een verzoekschrift alleen kan worden ingediend door een advocaat. De vrouw heeft nu ook formeel verzocht het gezag alleen aan haar op te dragen. Vader is vandaag niet verschenen en wel goed opgeroepen. De rechtbank stelt vast dat de kinderen klem en verloren zijn geraakt tussen de ouders. Voortzetting van gezamenlijk gezag zal tot onaanvaardbare risico’s leiden. De rechtbank realiseert zich dat de kinderen inmiddels richting volwassenheid gaan, maar acht het desalniettemin toch noodzakelijk dat er voor de resterende periode van hun meerderjarigheid duidelijkheid komt over de gezagsuitoefening. Gelet op het voorgaande zal het verzoek daarom worden toegewezen.

Opschorting en wijziging zorgregeling

In artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) staat dat geschillen over het samen uitoefenen van het gezag op verzoek van een ouder@de ouders aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd. De rechtbank neemt dan een beslissing die zij in het belang van het kind vindt.

Op grond van artikel 1:377a van het BW kan de rechtbank een ouder het recht op omgang ontzeggen. Dat kan alleen als er sprake is van één van de volgende omstandigheden:

omgang zou schadelijk zijn voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind;

de ouder is ongeschikt of niet in staat tot omgang met het kind;

het kind is twaalf jaar of ouder en heeft laten weten dat hij echt geen contact met de ouder wil;

er is een andere redenen waarom omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

In artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) staat dat een omgangsregeling die door de rechtbank is bepaald of door de ouders is afgesproken, kan worden veranderd. Dat kan als de omstandigheden zijn veranderd na de beslissing van de rechtbank of na de afspraken van de ouders. Dit kan ook als bij de beslissing van de rechtbank van verkeerde of onvolledige gegevens is uitgegaan.

Door de wijziging in het gezag spreekt de rechtbank hierna van een omgangsregeling in plaats van een contactregeling. Gelet op hetgeen namens de moeder naar voren is gebracht en hetgeen door de GI daarover is gezegd tijdens de mondelinge behandeling acht de kinderrechter het van zwaarwegend belang de door de rechtbank Amsterdam destijds vastgestelde omgangsregeling op te schorten. Gebleken is dat [minderjarige 2] op dit moment geen contact onderhoud met haar vader. [minderjarige 1] ziet zijn vader wel, in het kader van zijn werk in zijn vrije tijd. Dat is geen probleem. Ten aanzien van zowel [minderjarige 2] als [minderjarige 1] heeft te gelden dat geen sprake is van een situatie waarin zijzelf niet het recht zouden hebben contact met hun vader te onderhouden. Van belang is dat voor de vader duidelijk is dat hij niet het recht heeft op nakoming van de eerder vastgelegde regeling, vandaar deze opschorting.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is

verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

Het voorgaande leidt tot de hierna vastgelegde beslissing.

Kindbrief [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

De kinderrechter zal een brief aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] sturen met daarin uitleg over de beslissing die is genomen. In de brieven, die naar het adres van moeder in [woonplaats] zullen worden gestuurd, zal het volgende worden aangegeven:

Beste [minderjarige 1] ,

Dank voor jouw komst naar het gesprek met mij. Op de zitting heb ik met gesproken met jouw moeder, haar advocaat, twee mensen van Jeugdbescherming Brabant en met iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Jouw vader was niet aanwezig op de zitting. We hebben het gehad over het gezag over jou en [minderjarige 2] en over de omgangsregeling tussen jouw vader en [minderjarige 2] . Ik heb besloten dat het gezag over jou en [minderjarige 2] voortaan door jullie moeder alleen wordt uitgeoefend. Ik hoop dat dat bijdraagt aan afname van de spanningen tussen jullie ouders.

Met vriendelijk groet,

Van Leuven

Beste [minderjarige 2] ,

Dank voor jouw komst naar het gesprek met mij. Op de zitting heb ik met gesproken met jouw moeder, haar advocaat, twee mensen van Jeugdbescherming Brabant en met iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Jouw vader was niet aanwezig op de zitting. We hebben het gehad over het gezag over jou en [minderjarige 1] en over de omgangsregeling tussen jouw vader en jou. Ik heb besloten dat het gezag over jou en [minderjarige 1] voortaan door jullie moeder alleen wordt uitgeoefend. Ik hoop dat dat bijdraagt aan afname van de spanningen tussen jullie ouders. Voor jou is het van belang dat de omgangsregeling die ooit is vastgesteld, nu even niet meer geldt. Het is aan jou om straks te bekijken wat je wel of niet met je vader aan contact wil. Tijdens jouw traject bij [kliniek] is het van belang dat beide ouders zich afzijdig te houden.

Met vriendelijk groet,

Vvan Leuven

6. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de vrouw voortaan alleen het gezag heeft over [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2009 en [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2010;

bepaalt dat de contactregeling tussen de vader en de minderjarigen [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2009 en [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2010 per direct wordt opgeschort;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2026 door mr. van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van de griffier.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand