RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449933 / JE RK 26-1169
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3] , geboren op [geboortedag 3] 2016 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4] , geboren op [geboortedag 4] 2021 in [geboorteplaats 3] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1]
[plaats 1] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het schriftelijke en mondeling aangevulde verzoek van de GI van 2 juli 2026;
de schriftelijke bevestiging van het verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 3 juli 2026.
2. De feiten
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] .
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] wonen bij hun moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2026 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] verlengd tot 14 april 2027.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een voorziening voor pleegzorg, gezingsgerichte voorziening of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken en aansluitend voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De ontwikkeling van de minderjarigen wordt al geruime tijd ernstig bedreigd. Ondanks langdurige inzet van hulpverlening zijn de zorgen niet afgenomen. Er bestaan in toenemende mate ernstige zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder, het ontbreken van voldoende toezicht, onvoldoende structuur binnen het gezin, schoolverzuim, het ontbreken van opvoedkundige sturing en het onvoldoende beschermen van de kinderen tegen onveilige situaties.
Op 23 juni 2026 heeft zich een ernstig politie-incident voorgedaan waarbij de 18-jarige broer werd aangehouden. Tijdens dit incident is ook de moeder aangehouden en is [minderjarige 1]
eveneens aangehouden nadat zij geweld gebruikte richting de politie. De jongere kinderen waren hiervan getuige.
Op 1 juli 2026 is aan de moeder een schriftelijke aanwijzing verstrekt. Deze houdt onder meer in dat de moeder voldoende toezicht moet houden op de minderjarigen en hun veiligheid moet waarborgen, dat de minderjarigen onderwijs moeten volgen en dat de moeder moet meewerken aan de hulpverlening en samen moet werken met de GI. In de schriftelijke aanwijzing is tevens aangekondigd dat de GI bij het uitblijven van verbetering een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing zou overwegen.
Op 2 juli 2026 is de situatie acuut onveilig geworden. De minderjarigen zijn niet op school en bij afspraken met de hulpverlening verschenen. Vanaf dat moment zijn de moeder en de kinderen volledig onbereikbaar. Alle bekende telefoonnummers zijn zonder resultaat benaderd en bij een huisbezoek samen met de politie is niemand aangetroffen. De vader heeft verklaard dat ook hij niet weet waar de moeder en de minderjarigen verblijven. Hij maakt zich ernstige zorgen. De vader heeft geen toestemming heeft gegeven voor een vakantie of vertrek naar het buitenland, maar hij heeft wel desgevraagd op 1 juli 2026 aan de moeder een kopie van zijn identiteitsbewijs verstrekt. De minderjarigen zijn onttrokken aan het toezicht van de GI. Op dit moment is er geen enkel zicht op de verblijfplaats en de veiligheid van de minderjarigen. Niet kan worden uitgesloten dat de moeder met de minderjarigen naar het buitenland is vertrokken of voornemens is dit te doet.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van hun verzorging en opvoeding dat [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] uit huis worden geplaatst (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] , omdat op dit moment niet bekend is waar zij met de moeder verblijven en er hierdoor geen zicht is op hun ontwikkeling en veiligheid. Zodra op enig moment duidelijk wordt waar de minderjarigen verblijven moet onmiddellijk kunnen worden ingegrepen. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] uit huis te plaatsen tot 16 juli 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] en [minderjarige 4] in een voorziening voor pleegzorg, gezingsgerichte voorziening of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 2 juli 2026 tot 16 juli 2026;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. Phillips op 10 juli 2026 om 13:45 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] apart op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is mondeling gegeven op 2 juli 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr Van Noort als griffier, en op schrift gesteld op 3 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.