ECLI:NL:RBZWB:2026:71

ECLI:NL:RBZWB:2026:71, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-01-2026, C/02/436243 / JE RK 25-1022

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-01-2026
Datum publicatie 16-01-2026
Zaaknummer C/02/436243 / JE RK 25-1022
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Intrekking resterende verzoeken verlenging ondertoezichtstelling en verlenen machtiging tot uithuisplaatsing: moeder is met twee kinderen teruggekeerd naar Oekraïne - een ander kind is in Nederland gebleven bij grootvader en over hem bestaan er geen zorgen.

Uitspraak

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna

gezamenlijk te noemen: de minderjarigen).

Op 4 oktober 2025 is de moeder samen met de minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 3] teruggekeerd naar Oekraïne. [minderjarige 1] is achtergebleven in Nederland en verblijft bij de grootvader in dezelfde opvang voor Oekraïense vluchtelingen te [woonplaats].

Bij de in deze zaak gegeven beschikking van 17 juli 2025 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van de minderjarigen verlengd met ingang van 7 augustus 2025 tot 7 januari 2026 en het overige deel van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing aangehouden, in afwachting van schriftelijk bericht van de GI. De kinderrechter heeft in dit kader kennisgenomen van de brieven van de GI van 8 september 2025 en 13 november 2025.

3. De (resterende) verzoeken

Thans liggen de volgende verzoeken nog ter beoordeling voor.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van de minderjarigen te verlengen voor de resterende periode van acht maanden, zijnde tot 7 augustus 2026.

Tevens verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarigen in een pleeggezin te verlenen voor de duur van acht maanden.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. Het (nadere) standpunt van de GI

Namens de GI wordt, samengevat, naar voren gebracht dat de situatie ten opzichte van de vorige beschikking is gewijzigd. De moeder is samen met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] terug naar Oekraïne gegaan. De GI heeft contact gehad met de moeder via WhatsApp. Volgens de moeder zou zijn in veilig gebied verblijven, woont zij in bij de grootmoeder (moederszijde), gaat het goed met haar en gaan [minderjarige 2] en [minderjarige 3] naar school. De GI heeft contact opgenomen met de Centrale Autoriteiten en een zorgmelding gedaan, maar hiervan, ook na een rappel, niets meer vernomen.

De GI ziet dat het met [minderjarige 1], die achter is gebleven in Nederland en bij de grootvader (moederszijde) verblijft, goed gaat. Een huisbezoek van de GI aan de grootvader heeft dit bevestigd. [minderjarige 1] gaat naar school en wil in Nederland blijven. Over [minderjarige 1] bestaan er op dit moment geen zorgen meer. De GI heeft goed contact met de casemanager van de opvang, die aan de bel kan trekken wanneer er zorgen zijn.

Na intern overleg heeft de GI besloten om de verzoeken in te trekken; over [minderjarige 1] bestaan er geen zorgen en er zal geen poging worden gedaan om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] terug naar Nederland te halen. De GI vertrouwt op de verklaring van de moeder dat het goed met haar, [minderjarige 2] en [minderjarige 3] gaat. Daar zijn zij gelukkig.

De GI realiseert zich dat er ten aanzien van [minderjarige 1] moet worden gekeken naar de gezagspositie van de moeder nu zij naar Oekraïne is teruggekeerd. Hierover zal zo spoedig mogelijk contact worden opgenomen met [hulpverlening].

5. Het (nadere) standpunt van de moeder en het advies van de Raad

Namens de moeder wordt, samengevat, het volgende aangevoerd. Nu de GI de restende verzoeken heeft ingetrokken, zullen de verzoeken moeten worden afgewezen. De advocaat zegt toe aan de moeder te zullen overbrengen dat er afspraken moeten worden gemaakt over haar gezagspositie ten aanzien van [minderjarige 1]. De advocaat ondersteunt het voornemen dat de GI contact zal opnemen met [hulpverlening], waarbij zij opmerkt dat de moeder altijd goed bereikbaar is en zij toestaat dat [minderjarige 1] bij de grootvader woont.

De Raad ondersteunt de intrekking van de resterende verzoeken. Dit is passend bij de huidige situatie. De Raad benadrukt het belang van het maken van een melding bij [hulpverlening] over het gezag van de moeder over [minderjarige 1]. Bekeken moet worden of praktische zaken als verzekeringen en leefgeld goed voor [minderjarige 1] zijn geregeld.

6. De (nadere) beoordeling

Gelet op de situatie dat de moeder met [minderjarige 2] en [minderjarige 3] is teruggekeerd naar Oekraïne en het met [minderjarige 1] bij de grootvader in Nederland goed gaat, heeft de GI de resterende verzoeken tijdens de zitting ingetrokken.

Nu de GI de resterende verzoeken heeft ingetrokken is het belang bij een verdere behandeling van die verzoeken komen te vervallen. De resterende verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.

De kinderrechter merkt hier nog op dat zij, evenals de Raad, het van belang acht dat

de GI de gezagspositie van de moeder ten aanzien van [minderjarige 1] onderzoekt en in dat kader een melding zal maken bij [hulpverlening]. Het is in het belang van [minderjarige 1] dat alle praktische zaken, waaronder een zorgverzekering, goed zijn geregeld én duidelijk is in hoeverre de moeder haar gezag nog adequaat kan uitoefenen nu zij is teruggekeerd naar Oekraïne.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De kinderrechter:

wijst de resterende verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2026 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier, en op schrift gesteld op 9 januari 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?