[belanghebbende] , uit [woonplaats] te Belgiƫ, belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van Sabewa, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een vergoeding van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van het beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 20 februari 2024.
Bij mail van 27 november 2025 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken. Op 1 december 2025 heeft belanghebbende de intrekkingsverklaring en het verzoek om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten ingediend.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Gelet op de gedingstukken is niet gesteld of gebleken dat de heffingsambtenaar tegemoet is gekomen aan het beroep van belanghebbende. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt daarom afgewezen. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat belanghebbende het proceskostenformulier heeft ingediend, maar dat belanghebbende op dat formulier geen proceskosten heeft ingevuld of aangekruist waarvan hij een vergoeding wenst.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.