ECLI:NL:RBZWB:2026:7100

ECLI:NL:RBZWB:2026:7100

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/435722 / FA RK 25-2638
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Stiefouderadoptie

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Zaaknummer: C/02/435722 / FA RK 25-2638

datum uitspraak: 2 juli 2026

beschikking over stiefouderadoptie, inschrijving geboorteakte en wijziging geslachtsnaam

in de zaak van

[de stiefvader] ,

hierna: de stiefvader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. R.G. Groen in Den Haag,

over de minderjarige:

- [minderjarige], geboren te [geboorteplaats 1] (Filipijnen) op [geboortedag 1] 2008, hierna: [minderjarige] .

Als belanghebbende in deze zaak wordt gezien:

- [de moeder], wonende te [woonplaats] , hierna: de moeder.

Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht, locatie Rotterdam, hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.

1. Het procesverloop

In het dossier zitten de volgende stukken:

- het op 19 mei 2025 ontvangen verzoek met bijlagen;

- het op 8 december 2025 ontvangen rapport van de Raad;

- het F9-formulier van mr. Groen d.d. 13 april 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op 2 juli 2026. Bij die behandeling zijn gekomen de stiefvader, bijgestaan door zijn advocaat, de moeder en een vertegenwoordigster van de Raad. Tijdens de zitting is de moeder bijgestaan door een tolk.

Voor deze mondelinge behandeling heeft de rechter met [minderjarige] gesproken over het verzoek. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

Op basis van de stukken in het dossier staat het volgende vast.

- [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats 1] (Filipijnen).

- [minderjarige] is de dochter van [de moeder] . [minderjarige] heeft blijkens haar geboorteakte geen juridische vader.

- De moeder en de stiefvader zijn op [datum] 2025 te [woonplaats] gehuwd.

- [minderjarige] is sinds augustus 2021 verzorgd en opgevoed door de stiefvader en de moeder.

- De rechtbank gaat uit van het gegeven dat de moeder van rechtswege alleen is belast met het gezag over [minderjarige] .

De stiefvader heeft de Nederlandse nationaliteit, de moeder en [minderjarige] de Filipijnse.

3. Het verzoek

De stiefvader verzoekt:

adoptie uit te spreken van [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] (Filipijnen) op [geboortedag 1] 2008 door [de stiefvader] ,

te verstaan dat de geslachtsnaam van [minderjarige] zal luiden: ‘ [geslachtsnaam stiefvader] ’;

te gelasten dat de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen, subsidiair de inschrijving te gelasten van de akte van geboorte van [minderjarige] , [nummer] , opgemaakt door de Office of the Civil Registrar General, te [plaats] , province Benguet, Filipijnen, in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage;

te bepalen dat de griffier van de rechtbank daartoe een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage zal zenden, zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan;

de kosten van dit geding te compenseren, dat ieder met de eigen kosten belast blijft.

De moeder voert geen verweer tegen het verzoek.

Op de standpunten van alle betrokkenen wordt, voor zover nodig om de verzoeken te beoordelen, hierna ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid en toepasselijk recht

Vanwege het feit dat de moeder en [minderjarige] de Filipijnse nationaliteit hebben, draagt deze zaak een internationaal karakter. Daarom dient de rechtbank ambtshalve vast te stellen of de rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek, en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.

De Nederlandse rechter heeft op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) rechtsmacht te oordelen over het onderhavige verzoek, nu de stiefvader, de moeder en [minderjarige] hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

Ingevolge artikel 10:105 lid 1 BW is op een in Nederland uit te spreken adoptie, het Nederlandse recht van toepassing, met dien verstande dat ingevolge artikel 10:105 lid 2 BW op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen, het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit heeft toepasselijk is. Nu [minderjarige] de Filipijnse nationaliteit heeft, is op de toestemming, raadplegen of voorlichting van de ouders, het kind of van andere personen of instellingen, het Filipijnse recht van toepassing.

Stiefouderadoptie

De stiefvader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek verklaard dat hij graag wil dat [minderjarige] een volwaardig lid van zijn gezin wordt. De stiefvader woont sinds 2021 met de moeder en [minderjarige] samen en is sinds 2025 met de moeder gehuwd. De stiefvader heeft uit een eerdere relatie twee kinderen en met de moeder heeft hij in 2018 een tweeling gekregen. De biologische vader van [minderjarige] is nooit in beeld geweest en de stiefvader wil middels de adoptie het juridisch maar ook gevoelsmatig goed regelen voor haar, want [minderjarige] voelt als een eigen kind en gelijkwaardig aan zijn andere kinderen. De moeder geeft toestemming voor de adoptie van [minderjarige] door haar partner, want hierdoor ontstaat er een formele familieband tussen hen en familie is één van de belangrijkste dingen in het leven. De moeder gunt dit zowel haar partner als [minderjarige] .

De Raad heeft in het voormelde rapport aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de verzochte adoptie, nu aan alle voorwaarden lijkt te zijn voldaan. Er wordt hiermee recht gedaan aan de relatie van de stiefvader en [minderjarige] . De biologische vader van [minderjarige] is nooit in beeld geweest. [minderjarige] kent hem niet en heeft geen herinneringen aan hem. De Raad is van mening dat zij niets meer te verwachten heeft van haar biologische vader. Ten aanzien van de geslachtsnaamwijziging refereert de Raad zich aan het oordeel van de rechtbank. Wijziging van de geslachtsnaam kan leiden tot nog meer verbinding tussen de stiefvader en [minderjarige] . De Raad acht dit in het belang van [minderjarige] .

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 1:227 lid 1 BW geschiedt adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan een dergelijk verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd.

De rechtbank stelt op basis van de stukken vast dat de moeder en de stiefvader vanaf augustus 2021 samenleven en bovendien sindsdien staan ingeschreven op hetzelfde adres in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente. De rechtbank is van oordeel dat daarmee voldaan is aan het vereiste als genoemd in artikel 1:227 lid 2 BW.

De rechtbank overweegt voorts dat het verzoek ingevolge artikel 1:227 lid 3 BW vervolgens slechts alleen kan worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang is van het kind en op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW, wordt voldaan.

Op grond van artikel 1:228 lid 1 BW dient aan de navolgende voorwaarden voor adoptie te worden voldaan:

a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaar of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken;

b. het kind niet een kleinkind van een adoptant is;

c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is;

d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt;

e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt;

f. dat de adoptant of de adoptanten het kind gedurende ten minste een jaar heeft of hebben verzorgd en opgevoed;

g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben.

Zoals overwogen onder 4.3 is op de toestemming van de ouders, in dit geval de moeder, Filipijns recht van toepassing. In gevolge dit recht dient alvorens de adoptie tot stand kan komen, toestemming gegeven te worden door het te adopteren kind van 10 jaar of ouder en de biologische ouders. Er is geen biologische vader betrokken bij [minderjarige] , waardoor alleen de toestemming van [minderjarige] en de moeder is vereist. De rechtbank stelt vast dat beiden achter het verzoek van de stiefvader staan als ook dat zij hun (schriftelijke) toestemming hiervoor hebben geven. Voorts blijkt uit de stukken dat de moeder ten tijde van de geboorte van [minderjarige] 17 jaar was. In Nederland zou de moeder vanwege haar minderjarigheid dan onbevoegd zijn om het gezag over haar kind te dragen. Het is de rechtbank niet gebleken dat dit naar Filipijns recht ook het geval is. Ook de geboorteakte geeft hiertoe geen aanleiding. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de moeder van rechtswege is belast met het gezag over [minderjarige] . Dit alles in overweging genomen stelt de rechtbank vast dat voldaan is aan alle voornoemde voorwaarden.

Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of de verzochte adoptie in het kennelijk belang van het kind is en de vraag of op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van haar vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. De relatie van de biologische ouders van [minderjarige] is tijdens de zwangerschap verbroken. Doordat de biologische vader van [minderjarige] sindsdien volledig uit beeld is, staat hij niet als ouder geregistreerd op de geboorteakte van [minderjarige] en heeft [minderjarige] haar echte vader nooit leren kennen. De biologische vader heeft dus geen enkele rol vervuld in het leven van [minderjarige] , waardoor naar het oordeel van de rechtbank [minderjarige] op dit moment niets meer van hem te verwachten heeft. Voorts stelt de rechtbank vast dat [minderjarige] , de moeder en de stiefvader sinds 2021 in gezinsverband leven. [minderjarige] heeft een hechte band met haar stiefvader. Zij weet dat de stiefvader niet haar echte vader is, maar zo voelt het wel. Beiden hebben de wens om deze band te formaliseren. Daarbij wil de stiefvader het met de adoptie formeel goed regelen voor [minderjarige] en haar het gevoel geven dat zij volwaardig lid is van zijn gezin. De rechtbank concludeert dat de stiefouderadoptie in het belang van [minderjarige] is, waardoor haar feitelijke en gevoelsmatige situatie in overeenstemming komt met de formele situatie.

Het voorgaande betekent dat het verzoek tot adoptie van [minderjarige] door de stiefvader naar het oordeel van de rechtbank moet worden toegewezen.

Geslachtsnaam

Ingevolge artikel 1:5 lid 7 BW verklaart een kind dat op het tijdstip van het ontstaan van de familierechtelijke betrekking met beide ouders zestien jaar of ouder is, in geval van adoptie, zelf ten overstaan van de rechter of het de geslachtsnaam van de ene of de andere ouder zal hebben of van beide ouders in een vrij te bepalen volgorde. Van deze verklaring wordt melding gemaakt in de rechterlijke uitspraak inzake adoptie.

De rechtbank stelt vast dat [minderjarige] voortaan graag de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam stiefvader] ’ wil dragen. Dit heeft zij kenbaar gemaakt zowel in het gesprek met de rechter als in de schriftelijke verklaring die bij het verzoekschrift is overgelegd. De rechtbank zal dit dan ook als zodanig opnemen in de te geven beschikking.

Geboorteakte

De rechtbank stelt vast dat er bij de stukken een geboorteakte van [minderjarige] is overgelegd. De ‘Certificate of Live Birth’ met aktenummer [nummer] is opgemaakt door de Office of the Civil Registrar General, te [plaats] , province Benguet, Filipijnen en hieruit blijkt dat [minderjarige] is geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats 1] (Filipijnen) als dochter van [persoon] . Van de advocaat van de stiefvader begrijpt de rechtbank dat deze buitenlandse geboorteakte (nog) niet ingeschreven is in het register van de burgerlijke stand te ’s-Gravenhage. De rechtbank zal dan ook op grond van artikel 1:24c lid 3 BW ambtshalve de inschrijving van deze buitenlandse geboorteakte gelasten.

Gelet op artikel 1:20 eerste lid, aanhef en onder a, BW, artikel 1:20a, eerste lid BW en artikel 1:20e, eerste lid, BW zal de rechtbank de ambtenaar van de burgerlijke stand gelasten deze beschikking als een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte van [minderjarige] en de griffier opdragen een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden, niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking.

Proceskosten

Gelet op de aard van de procedure, zullen de proceskosten worden gecompenseerd. Dat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.

Gelet op het voorgaande zal worden beslist als volgt.

5. De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de adoptie van de [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats 1] (Filipijnen) door [de stiefvader] , geboren op [geboortedag 2] 1966 te [geboorteplaats 2] (Verenigd Koninkrijk);

verstaat dat de geslachtsnaam van [minderjarige] alsdan zal luiden ‘ [geslachtsnaam stiefvader] ’;

gelast de inschrijving van de akte van geboorte betreffende [minderjarige] ( [nummer] ) in het register van geboorte van de gemeente ’s-Gravenhage, waarvan een kopie aan deze beschikking is gehecht;

gelast de ambtenaar van de Burgerlijke Stand van de gemeente ‘s-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen;

draagt de griffier op, wanneer deze uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, een afschrift van deze beschikking zal doen toekomen aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ‘s-Gravenhage om daarin aantekening te doen van deze beschikking.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Bakker-Maljers als griffier, en op schrift gesteld op 17 juli 2026.

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand