ECLI:NL:RBZWB:2026:7108

ECLI:NL:RBZWB:2026:7108

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 02-07-2026
Datum publicatie 02-08-2026
Zaaknummer C/02/448839 / JE RK 26-958
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Verl ots en muhp tot aan meerderjarigheid

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448839 / JE RK 26-958

Datum uitspraak: 2 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen de GI,

wonende in Etten-Leur,

over

[minderjarige] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Advocaat mr. L.T.C.M. Geurts te ’s-Gravenhage.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 4 juni 2026;

de brief van mr. Geurts met bijlagen, ontvangen op 1 juli 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de GI.

De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

Bij (spoed)beschikking van 19 april 2024 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld

van de GI met ingang van 19 april 2024 en tot 3 mei 2024 en is het resterende deel van het

verzoek aangehouden. Bij beschikking van 29 april 2024 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht

gesteld met ingang van 3 mei 2024 en tot 19 juli 2024.

Bij beschikking van 19 april 2024 heeft de kinderrechter eveneens een

(spoed)machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een

jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 19 april 2024 en tot 3 mei 2024 en is het

resterende deel van het verzoek aangehouden. Bij beschikking van 29 april 2024 is een

machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie

van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 3 mei 2024 en tot 19 juli 2024.

Bij beschikking van 17 juli 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met

ingang van 17 juli 2024 en tot 17 juli 2025. Deze ondertoezichtstelling is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 28 augustus 2025, en tot 17 juli 2026.

Bij beschikking van 22 mei 2025 is een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige]

in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 22 mei 2025 en

tot 17 juli 2025. De machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 28 augustus 2025, en tot 17 juli 2026.

Op basis van deze beschikking verblijft [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2027. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen tot aan haar meerderjarigheid, te weten tot [datum] 2027.

De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

[minderjarige] heeft in haar gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij achter een verlenging van de maatregelen staat. Zij wil graag tot aan haar 18de bij [woongroep] blijven wonen.

De GI geeft aan dat een verlenging van de maatregelen noodzakelijk is. Daarnaast heeft de GI een perspectiefbesluit genomen, omdat dit rust voor [minderjarige] geeft.

Namens en door de moeder wordt aangegeven dat de moeder geen verweer voert tegen de verzoeken van de GI. Wel zou de moeder graag zien dat de samenwerking met [woongroep] en de GI verbetert. De moeder zou graag een herstelgesprek willen als eerste stap om de samenwerking te verbeteren.

5. De beoordeling

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (hierna te noemen: BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.

Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid.

Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

De ontwikkeling van [minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is sprake van een veelomvattende en complexe ondersteuningsbehoefte bij [minderjarige] . Van belang is dat deze behoefte goed gemonitord blijft worden en dat er afgestemd wordt met passende opvang en begeleiding. Naast [hulpverlening] gaat ook [zorgcentrum] starten om [minderjarige] ook systemische hulpverlening te geven. De schoolgang van [minderjarige] is gepauzeerd, omdat de zorg bij [minderjarige] op dit moment voorop staat en het haar daardoor aan draagkracht ontbreekt. Dit ondanks de zorgen van de moeder over dat het nog maar een klein onderdeel van het schoolwerk was en dat de moeder liever had gezien dat [minderjarige] dit alsnog had afgerond.

De machtiging tot uithuisplaatsing geeft de moeder en [minderjarige] rust in het onderlinge contact. [minderjarige] heeft haar plek gevonden bij [woongroep] . De moeder en [minderjarige] doen vaak leuke dingen en ook dingen die nodig zijn.

Van belang is nog wel dat er een herstelgesprek tussen [minderjarige] en de moeder plaatsvindt om gerichte punten naar elkaar uit te spreken. Dit met hulp van [woongroep] en de systeemtherapeut.

Daarnaast is het van belang dat de GI met de moeder en [woongroep] (opnieuw) om de tafel gaat zitten om de zorgen te bespreken waar de moeder tegenaan loopt, maar ook om te bekijken wat de vervolgstappen gaan zijn na [minderjarige] ’s 18de verjaardag. Dit om te borgen dat [minderjarige] de zorg die voor haar noodzakelijk is, blijft krijgen.

De ondertoezichtstelling is nog steeds nodig. Omdat [minderjarige] op [datum] 2027 meerderjarig wordt, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot [datum] 2027.

Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] ook verlengen tot [datum] 2027.

Over het perspectiefbesluit heeft de kinderrechter aangegeven dat dit niet is geregeld in de wet. De wet voorziet dan ook niet in de mogelijkheid om het perspectiefbesluit als zodanig te toetsen door een rechter. De rechter kan een door de GI genomen perspectiefbesluit wel betrekken bij de beoordeling van andere aan hem/haar voorgelegde verzoeken, die wel in de wet zijn geregeld, zoals een machtiging tot uithuisplaatsing. Als de rechter dit doet, heeft het oordeel over het perspectiefbesluit in dat kader een voorlopig karakter. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen heeft de kinderrechter aangegeven dat de GI het perspectiefbesluit heeft mogen nemen met als doelstelling om aan [minderjarige] duidelijkheid te bieden over waar zij mag opgroeien mede gezien de voorgeschiedenis.

Uitvoerbaar bij voorraad

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter doet dit, omdat het voor de ontwikkeling van de minderjarige noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 17 juli 2026 en tot [datum] 2027;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 17 juli 2026 en tot [datum] 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. De Bont, griffier, en op schrift gesteld op 13 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. De Bont

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand