RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449369 / FA RK 26-3121
Datum uitspraak: 2 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
thans verblijvende in een [accommodatie] , locatie: [locatie] te [plaats] ,
advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026 in een [accommodatie] . Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
[persoon 1] , casemanager;
[persoon 2] , mentor van betrokkene.
Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:
- [persoon 3] , begeleider.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 3 december 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 19 juli 2026.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat zij na haar recente opname nu weer in haar appartement woont op de locatie. Zij geeft aan dat zij was gestopt met het innemen van haar medicatie, maar hier onlangs weer mee is begonnen.
De casemanager verklaart dat het momenteel beter gaat met betrokkene. In de afgelopen periode was het beeld echter wisselend en betrokkene is onlangs nog opgenomen geweest. Volgens de casemanager is dit een terugkerend patroon, waarbij gedurende de opname uiteindelijk weer tot een goede samenwerking kan worden gekomen. Hoewel het nu wel wat beter gaat acht de casemanager een zorgmachtiging noodzakelijk. In slechtere periodes weigert betrokkene haar medicatie en eet zij minder. Hoewel betrokkene momenteel goed meewerkt, acht de casemanager deze situatie nog niet voldoende bestendig.
De mentor brengt naar voren dat het beter gaat met betrokkene. Wel geeft de mentor aan dat de recente periode heftig is geweest, waardoor een zorgmachtiging van belang blijft voor wisselende periodes. Het is volgens de mentor belangrijk dat er tijdig kan worden ingegrepen wanneer sprake is van een decompensatie.
De advocaat voert aan dat betrokkene blij is dat zij weer thuis woont en dat zij al een aantal jaren onder behandeling is bij [accommodatie] . De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis gelegen in het schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich kan openbaren wanneer betrokkene haar medicatie staakt, met als gevolg dat zij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling vervuild haar appartement, weigert zij contact en hulp en haar persoonlijke verzorging verslechterd. Daarnaast is sprake van sociale isolatie, prikkelbaarheid en paranoïde gedrag. Tevens wordt gezien dat er een depressieve episode volgt. Hierbij is het van belang rekening te houden met een verhoogd risico op suïcidale gedachten, dan wel daadwerkelijk maken van plannen of het impulsief uitvoeren van acties die kunnen leiden tot een daadwerkelijke poging.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene nu geen verzet vertoont tegen het innemen van haar medicatie, is in het verleden gebleken dat betrokkene medicatie niet altijd (trouw) inneemt. Als gevolg daarvan decompenseert betrokkene psychisch, waarbij zij zichzelf verwaarloost en suïcidaal gedrag vertoont. Gelet hierop heeft de rechtbank er vooralsnog onvoldoende vertrouwen in dat er met betrokkene afspraken zijn te maken in een vrijwillig kader, met name wanneer een psychische decompensatie dreigt. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2026 door mr. Van Sprundel-Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 13 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.