RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449051 / JE RK 26-1013
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GOES,
hierna te noemen: het college,
zetelende te Goes.
over
[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. J.C.W.L. Grootjans uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de begeleider] ,
hierna: de begeleider van [jeugdzorginstelling] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
[minderjarige] , die vooraf ook apart gehoord is, bijgestaan door zijn advocaat;
de vader;
de moeder;
de begeleider van [jeugdzorginstelling] ;
- een vertegenwoordigster van het college.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 6 oktober 2025 is een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 6 oktober 2025 en tot 6 april 2026. Deze machtiging is op 11 december 2025 omgezet naar een reguliere machtiging.
Bij beschikking van 27 maart 2026 is een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 april 2026 en tot 6 juli 2026.
Op basis van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij [accommodatie] te [plaats] .
3. Het verzoek
Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 6 juli 2026 voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Het college handhaaft het verzoek. In de afgelopen periode is het bij [accommodatie] wisselend gegaan met [minderjarige] , maar sinds een aantal weken is er een positieve ontwikkeling zichtbaar. Omdat de situatie nog kwetsbaar is, is een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp nodig als stok achter de deur. De hoop is dat dit [minderjarige] helpt om de juiste keuzes te maken en de ingezette positieve lijn voort te zetten. Daarbij blijft zowel de systeemtherapie vanuit [accommodatie] als de ambulante begeleiding vanuit [jeugdzorginstelling] en de behandeling van [minderjarige] bij [stichting] in de komende periode doorlopen, waarbij de hoop is dat [minderjarige] een band zal opbouwen met zijn behandelaar bij [stichting] zodat kan worden bezien welke behandeling passend is.
[minderjarige] refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter. Hij heeft verklaard dat er in de afgelopen periode een aantal incidenten zijn geweest, maar in algemene zin is sprake van een positieve ontwikkeling. [minderjarige] is blij dat hij niet langer bij [accommodatie] hoeft te verblijven en terug naar huis kan. Vanuit de thuissituatie gaat [minderjarige] de behandeling bij [stichting] , de systeemtherapie vanuit [accommodatie] en de begeleiding van [jeugdzorginstelling] voortzetten. Daarnaast gaat [minderjarige] in september beginnen met een opleiding en heeft hij een bijbaan gevonden waar hij tot die tijd fulltime kan werken. [minderjarige] begrijpt dat er een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is verzocht en stemt in met de jeugdhulp en voorwaarden zoals opgenomen in het hulpverleningsplan. Hij is gemotiveerd om te laten zien dat het thuis goed zal gaan.
De vader stemt in met het verzoek. Er is sinds kort een positieve verandering zichtbaar bij [minderjarige] , hoewel er nog wel aandachtspunten zijn. De vader staat achter de verzochte voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zodat [minderjarige] weet dat hij de ingezette lijn moet voortzetten en zijn best moet blijven doen. Het vertrouwen van de vader in [minderjarige] zal langzaam moeten groeien, maar duidelijk is dat [minderjarige] op de goede weg is.
De moeder stemt in met het verzoek. Er is een positieve verandering zichtbaar bij [minderjarige] . De moeder hoopt dat [minderjarige] andere keuzes gaat maken en zij verwacht dat de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp hem hierbij gaat helpen.
De begeleider van [jeugdzorginstelling] merkt dat [minderjarige] in de afgelopen periode is veranderd, betere keuzes maakt en gemotiveerd is om aan zijn toekomst werken.
5. De beoordeling
De kinderrechter overweegt als volgt. Uit de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting volgt dat de afgelopen periode bij [accommodatie] wisselend is verlopen, maar dat [minderjarige] met name in de afgelopen weken een positieve ontwikkeling heeft laten zien. [minderjarige] heeft bij [accommodatie] een goede inzet laten zien, een groei gemaakt in zelfstandigheid en er wordt gezien dat hij steeds vaker zelf het gesprek aan gaat. Daarnaast heeft [minderjarige] stappen gezet in het oefenen met zelfstandig reizen en het volhouden van dagbesteding. Ook gaat [minderjarige] in september 2026 starten met een nieuwe opleiding en heeft hij deze week zelf een bijbaan geregeld waar hij tot die tijd fulltime kan werken. Hier wil de kinderrechter [minderjarige] een groot compliment voor geven. Tegelijkertijd constateert de kinderrechter dat de situatie nog erg kwetsbaar is en het [minderjarige] nog niet altijd lukt om zich te conformeren aan de afspraken die hij met zijn ouders en de hulpverlening heeft gemaakt. Dit ziet met name op de afspraken die zijn gemaakt over de verlofmomenten bij de ouders die [minderjarige] niet altijd is nagekomen, onder meer door niet thuis te komen, niet te laten weten waar hij is, geen gezag te accepteren van ouders en niet willen instappen als de ouders hem eerder wilden terugbrengen naar [accommodatie] . Ook is er twee maanden geleden een incident geweest waarbij de vader een flinke hoeveelheid hasj heeft aangetroffen op de kamer van [minderjarige] . Hierdoor zijn de zorgen over de ontwikkeling van [minderjarige] nog niet weggenomen. Dit maakt dat de kinderrechter met alle betrokkenen van oordeel is dat een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om [minderjarige] te helpen de juiste keuzes te maken en de ingezette positieve lijn vast te houden. Gelet op het vorenstaande en in aanmerking nemende dat uit de schriftelijke verklaring van 10 juni 2026 blijkt dat de gekwalificeerde gedragswetenschapper instemt met het voorliggende verzoek en ook de ouders hiermee instemmen, is de kinderrechter van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is voldaan.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 28 mei 2026, ondertekend op 4 juni 2026, de vier voorwaarden opgenomen waaraan [minderjarige] zich moet houden. Ook is in het hulpverleningsplan de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen en is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname. [minderjarige] heeft dit plan ondertekend en heeft tijdens de zitting kenbaar gemaakt dat hij de jeugdhulp zal aanvaarden en instemt met de vier voorwaarden zoals opgenomen in het hulpverleningsplan. [minderjarige] begrijpt dat hij (al dan niet als time-out) op een gesloten groep van [accommodatie] kan worden geplaatst op het moment dat hij één of meerdere voorwaarden overtreedt.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat het voorliggende verzoek moet worden toegewezen. Zij zal daarom een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de verzochte duur van zes maanden, onder de in het hulpverleningsplan van 28 mei 2026 opgenomen voorwaarden, waaronder:
1. Je gebruikt geen geweld en bedreigt anderen niet. Dit betekent:
o Je gebruikt geen fysiek of verbaal geweld richting anderen.
o Je laat geen gedrag zien waardoor anderen zich ernstig onveilig voelen.
Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer jouw gedrag leidt tot ernstige onveiligheid voor anderen, bijvoorbeeld door fysiek geweld, ernstige bedreiging, concrete doodsbedreigingen, herhaald intimiderend gedrag of ernstige verbale agressie waardoor de veiligheid van anderen in het geding komt.
2. Je pleegt geen strafbare feiten. Dit betekent:
o Je steelt geen spullen en maakt geen spullen kapot.
o Je hebt geen wapens of gevaarlijke voorwerpen in je bezit.
o Je dealt niet.
o Je laat je niet betrekken bij strafbare activiteiten of situatie waarvan je weet dat deze onveilig of strafbaar zijn.
Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer er sprake is van strafbaar gedrag waardoor jouw veiligheid, de veiligheid van anderen of jouw ontwikkeling ernstig onder druk komt te staan. Hierbij wordt gekeken naar de aard en ernstig van het gedrag, het veiligheidsrisico, jouw aandeel, de mate waarin je hierover open bent en of er sprake is van herhaling.
3. Je maakt duidelijke afspraken met je ouders over activiteiten die buiten de deur plaatsvinden en met welke personen je omgaat.
Dit betekent:
o Je houdt je aan de afgesproken 4W’s: je laat weten waar je bent, met wie je bent, wat je doet en wanneer je terug bent.
o Je bent op de afgesproken tijden terug thuis.
o Je blijft bereikbaar voor je ouders.
o Je zet je locatie aan voor je ouders op je telefoon.
Van schending van deze voorwaarde is sprake wanneer je je ernstig of structureel niet aan deze afspraken houdt, onbereikbaar bent of onvoldoende openheid geeft, waardoor er onvoldoende zicht is op jouw verblijfplaats, contacten en veiligheid.
4. Er ontstaan geen belemmeringen in je dagelijks leven door gebruik van middelen (drugs en alcohol).
Het uitgangspunt is dat middelengebruik niet wenselijk is. Tegelijkertijd is afgesproken dat niet elk gebruik automatisch leidt tot schending van de voorwaarde. Er is pas sprake van schending van de voorwaarde wanneer het gebruik structureel jouw dagelijks functioneren belemmert. Bijvoorbeeld het verlies van dagstructuur zoals werk of dagbesteding bij OpenDoor, of wanneer er sprake is van ernstig middelengebruik dat leidt tot acute onveiligheid voor jezelf of anderen.
De kinderrechter overweegt verder dat het van groot belang is dat [minderjarige] de behandeling bij [stichting] blijft volgen. Op die manier zal [minderjarige] namelijk meer inzicht krijgen in zijn eigen gedrag, hetgeen helpend zal zijn bij het maken van de juiste keuzes. Ook is het belangrijk dat de systeemtherapie vanuit [accommodatie] en de ambulante begeleiding vanuit [jeugdzorginstelling] in de komende periode start/wordt voortgezet.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 6 juli 2026 tot 6 januari 2027, onder de voorwaarden zoals opgenomen in het jeugdhulpverleningsplan van 28 mei 2026, waaronder de voorwaarden zoals opgenomen in rechtsoverweging 5.3.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Dijkman, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van der Meer als griffier, en op schrift gesteld op 10 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.