[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van SaBeWa, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 oktober 2024, betreffende de WOZ-beschikking met [aanslagnummer] .
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending. Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. Wanneer het beroepschrift (aangetekend of niet-aangetekend) met de gewone post wordt verstuurd, is het bij ontvangst na het einde van de termijn onder voorwaarden ook tijdig ingediend. Die voorwaarden zijn dat het beroepschrift voor het einde van de termijn op de post is gedaan én het niet later dan een week na afloop van de termijn bij de rechtbank is ontvangen.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 2 oktober 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 13 november 2024
Het beroepschrift is bij de rechtbank per e-mail op 27 januari 2025 binnengekomen. Het beroepschrift is daarmee niet tijdig ingediend.
Belanghebbende voert aan dat hij al eerder, op 8 november 2024, een beroepschrift heeft ingediend. Op 11 april 2025 heeft hij per e-mail een afschrift van dat stuk overgelegd. De rechtbank heeft dat beroepschrift echter niet ontvangen.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. In zijn beroepschrift voert belanghebbende aan dat hij alle benodigde stukken in november 2024 al heeft ingediend en geen post retour heeft ontvangen, zodat hij ervan uit ging dat het correct was bezorgd. Zoals hiervoor al genoemd, heeft de rechtbank het beroepschrift van 8 november 2024 echter niet ontvangen. Bij gebreke van bewijsstukken kan evenmin worden vastgesteld dat belanghebbende dat stuk heeft verzonden, zodat daarmee bij de beoordeling van de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding geen rekening kan worden gehouden.
De rechtbank heeft belanghebbende bij brief van 1 juli 2025 in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 29 juli 2025 een reden te geven voor het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Dit verzoek is nogmaals gedaan bij aangetekende brief van 4 augustus 2025 en op 8 september 2025. In beide brieven is een termijn van twee weken gegeven. Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op 7 augustus 2025.
Belanghebbende heeft geen reden voor de termijnoverschrijding. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk en het bestreden besluit blijft in stand. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, rechter, in aanwezigheid van mr. W.M.C. Oomen, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.