RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449819 / FA RK 26-3342
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
dhr. [persoon 1] , arts;
dhr. [persoon 2] , regiebehandelaar;
[persoon 3] , verpleegkundige.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] . De burgemeester van Middelburg heeft de crisismaatregel op 30 juni 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft betrokkene aangegeven dat hij zich zwak voelt. Betrokkene wil graag bij [accommodatie] blijven om tot rust te komen.
De advocaat van betrokkene bepleit een toewijzing van de machtiging voor een kortere duur, namelijk voor de periode van een week. De advocaat vraagt zich af of een machtiging voor de duur van drie weken proportioneel is, gezien het feit dat betrokkene in de samenwerking is en het steeds beter met hem gaat.
De arts heeft verklaard dat het een geruime periode goed ging met betrokkene. Betrokkene is onder behandeling bij het FACT-team, echter is hij in de afgelopen periode ontregeld. De reden voor de ontregeling is (thans nog) onbekend. Vermoedelijk is betrokkene gestopt met het innemen van antipsychoticum. Een voortzetting van de crisismaatregel is voorlopig noodzakelijk om betrokkene verder in te stellen op medicatie. Daarvoor is een week te kort, nu nog niet te voorspellen is of de zeer recente medewerking van betrokkene blijvend zal zijn. Voor deze ochtend wilde verdachte niet meewerken en geen medicatie innemen.
In aanvulling op de arts heeft de behandelaar toegelicht dat het FACT-team de zorg voor betrokkene weer overneemt, zodra hij is gestabiliseerd.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene niet in staat is om voor zichzelf te zorgen. In de thuissituatie heeft betrokkene zichzelf flink verwaarloosd en liet hij de zorg niet langer toe. Betrokkene maakt een angstige indruk en het is moeilijk om met betrokkene in contact te komen. Betrokkene is flink afgevallen, wankel ter been en had een piepende ademhaling. Ook de buurvrouw heeft haar zorgen geuit. Betrokkene is achterdochtig, is eerder liggend in een bos gevonden en er zijn vermoedens dat er risicovolle personen bij betrokkene de woning in komen.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene is gekend met meerdere psychotische decompensaties in het verleden.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de arts tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Hoewel betrokkene tijdens de mondelinge behandeling heeft aangegeven dat hij bij [accommodatie] wil blijven, is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een voldoende bestendige bereidheid ten aanzien van de benodigde zorg. Betrokkene wilde eerder niet meewerken en geen medicatie innemen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke, griffier en op schrift gesteld op 17 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.