ECLI:NL:RBZWB:2026:7156

ECLI:NL:RBZWB:2026:7156

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 03-07-2026
Datum publicatie 03-08-2026
Zaaknummer C/02/448089 / KG ZA 26-245
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding wijziging voorlopige zorgregeling

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/448089 / KG ZA 26-245

Vonnis in kort geding van 3 juli 2026

in de zaak van

[de vrouw] ,

hierna te noemen de vrouw,

wonende te [plaats 1] ,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

advocaat: mr. P.B.J. Dekker te Goirle,

tegen

[de man] ,

hierna te noemen de man,

wonende te [plaats 1] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat: mr. N.M. Lindhout-Schot te Tilburg,

over de minderjarigen:

- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012;

- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2013;

- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2013.

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met zeventien producties van 2 8 mei 2026;

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met tien producties van 3 juni 2026;

- de vier aanvullende producties van mr. P.B.J. Dekker van 4 juni 2026;

- de brief van mr. P.B.J. Dekker van 19 juni 2026.

De voorzieningenrechter heeft de zaak tijdens de zitting van 5 juni 2026 met gesloten deuren behandeld, omdat het belang van de minderjarige en/of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen de partijen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast is verschenen een medewerkster namens de Raad.

De minderjarige [minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daar vervolgens op kunnen reageren.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn de navolgende thans nog minderjarige kinderen geboren:

- [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 2012;

- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2013;

- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2013.

Bij beschikking van de rechtbank Overijssel van [datum 1] 2020 is de echtscheiding uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op [datum 2] 2020 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Oisterwijk.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] verblijven bij de vrouw.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter in deze rechtbank van 26 januari 2026 is, voor zover thans van belang, vervangende toestemming verleend aan de vrouw om [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in te schrijven op haar adres. Daarnaast is de man veroordeeld tot nakoming van de volgende zorgregeling, met de voorwaarde dat de man met de minderjarigen daarvoor steeds in (de regio) [plaats 1] verblijft:

- Week 1: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zaterdag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend.

- Week 2: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zondagmiddag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

- Week 3: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze vrijdagmiddag naar het logeerhuis. De vrouw haalt de jongens op zondagmiddag op bij het logeerhuis. Zij verblijven dan bij haar tot dinsdagochtend.

- Week 4: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zondagmiddag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

3. Het geschil in conventie en reconventie

De vrouw vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de man te bevelen uitvoering te geven aan het vonnis van de rechtbank van 26 januari 2026 van de rechtbank voor wat betreft nakoming van de volgende zorgregeling, met de voorwaarde dat de man met de minderjarigen daarvoor steeds in (de regio) [plaats 1] verblijft:

- Week 1: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zaterdag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend;

- Week 2: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zondagmiddag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag;

- Week 3: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze vrijdagmiddag naar het logeerhuis. De vrouw haalt de jongens op zondagmiddag op bij het logeerhuis. Zij verblijven dan bij haar tot dinsdagochtend;

- Week 4: Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt hij ze op zondagmiddag naar de vrouw bij wie zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag;

op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat de man met de naleving

van de beschikking in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000, -;

II. de man te veroordelen in de proceskosten van deze procedure.

Door en namens de vrouw is daartoe in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling, kort samengevat, het navolgende aangevoerd. In het vonnis van 26 januari 2026 is de voorwaarde gesteld dat de man telkens in (regio) [plaats 1] verblijft, gelet op de voorgenomen verhuizing van de man met de kinderen naar [plaats 2] en het feit dat de zorg en de vergoedingen voor de jongens zijn geregeld vanuit de gemeente [plaats 1] . Sinds januari 2026 huurt de man een huurwoning in [plaats 1] voor onbepaalde tijd. De man gaat echter ondanks het vonnis telkens naar [plaats 2] met de kinderen. De vrouw heeft twijfels of de man niet alsnog zal gaan verhuizen naar [plaats 2] met de kinderen. De man mag in overleg een uitstapje maken met de kinderen. Daarbij vindt de vrouw het wel van belang dat de zwemles en skateles van de kinderen doorgang vinden en dat [minderjarige 1] kan afspreken met vriendinnen. Verder mag de man in de vakanties naar [plaats 2] , zo lang hij dat op tijd aankondigt bij de vrouw, aangezien er dan geen school, zwemles en skateles is. De man is echter meerdere keren met de kinderen naar [plaats 2] gegaan, terwijl de vrouw daar niet mee had ingestemd. Ook is de man zonder overleg naar [plaats 3] en [plaats 4] gegaan met de kinderen. [minderjarige 1] geeft inmiddels regelmatig aan dat zij niet naar de man wil. De vrouw wil dat het vonnis wordt nagekomen door de man op straffe van een dwangsom, omdat de man zich kennelijk niet gehouden voelt het vonnis na te komen. Er dient rust te zijn voor de kinderen. Daarom is eerder bepaald dat de contactmomenten in [plaats 1] moeten plaatsvinden. Wel kan de vrouw ermee instemmen dat de man één weekend per twee maanden naar [plaats 2] gaat met de kinderen en dat de man één weekend per twee maanden eventueel buiten (de regio) [plaats 1] mag verblijven met de kinderen. Verder moet de vrouw opnieuw een procedure aanhangig maken, doordat de man zich niet aan het vonnis houdt. De kosten voor deze procedure dienen daarom op rekening van de man te komen.

De man voert verweer tegen de vorderingen van de vrouw in conventie en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.

In reconventie vordert de man bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. de in het kort geding vonnis van uw rechtbank van 26 januari 2026 (zaaknummer

C/02/442546 / KG ZA 26-648), opgenomen omgangsregeling te wijzigen en te bepalen dat de voorwaarde dat de man in het kader van de uitvoering van de zorgregeling steeds in (de regio) [plaats 1] verblijft, komt te vervallen;

II. de vrouw te veroordelen tot nakoming van de zorgregeling zoals die tussen partijen is afgesproken, inhoudende:

- Week 1. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zaterdag 10.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft

van vrijdag uit school tot zaterdagochtend bij de man;

- Week 2. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zondagmiddag 17.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1]

verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

- Week 3. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

vrijdagmiddag 17.00 uur naar het logeerhuis. De vrouw haalt de jongens op zondagmiddag

op bij het logeerhuis. Zij verblijven dan bij haar tot dinsdagochtend.

- Week 4. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zondagmiddag 17.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1]

verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

III. althans de in het kort geding vonnis van uw rechtbank van 26 januari 2026 (zaaknummer C/02/442546 / KG ZA 26-648), opgenomen omgangsregeling te wijzigen en te bepalen dat de voorwaarde dat de man in het kader van de uitvoering van de zorgregeling steeds in (de regio) [plaats 1] verblijft, nog slechts zal gelden voor één omgangsweekend per maand en uitdrukkelijk niet voor andere omgangsweekenden en vakanties;

IV. althans de in het kort geding vonnis van uw rechtbank van 26 januari 2026 (zaaknummer C/02/442546 / KG ZA 26-648), opgenomen omgangsregeling te wijzigen en te bepalen dat de voorwaarde dat de man in het kader van de uitvoering van de zorgregeling steeds in (de regio) [plaats 1] verblijft komt te vervallen en een zodanige tijdelijke voorziening te treffen die de voorzieningenrechter geraden voorkomt, dit totdat partijen in overleg met hulpverlening dan wel via een bodemprocedure tot een andere invulling van de zorgregeling zijn gekomen

De man vordert in conventie en in reconventie de vrouw te veroordelen in de kosten van het geding, alsmede in de wettelijke rente over deze kosten, voor zover deze niet zijn voldaan binnen veertien dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis.

Ter onderbouwing van zijn verweer en vorderingen voert de man, kort samengevat, het navolgende aan. De vrouw verzocht eerder een verhuisverbod voor de man met de kinderen naar [plaats 2] . De man heeft namelijk een woning in [plaats 2] . Het vonnis van 26 januari 2026 is daardoor ingegeven. Ook wilde de vrouw dat de hobby’s van de kinderen in (de regio) [plaats 1] door moesten gaan. De man dient daar rekening mee te houden, aangezien de skatelessen van [minderjarige 1] op zaterdag plaatsvinden en de zwemles van de jongens op zondag is. De man heeft een huurwoning gevonden in [plaats 1] en staat daar met de jongens ingeschreven. De partner van de man woont met haar zoon, [persoon] , in [plaats 2] . De man verblijft daar regelmatig. De man zal niet verhuizen, in ieder geval totdat de jongens naar een woongroep zullen verhuizen. Na het vonnis is de situatie tussen partijen echter veranderd, doordat de vrouw geen uitzonderingen toestaat voor uitstapjes. Dit levert enorme spanningen op tussen partijen en het lukt partijen niet om daar samen afspraken over te maken. De ouders zouden een traject gaan volgen bij de Gezinsadvocaat, echter moet de zaak eerst worden besproken in het MET/Proeftuin overleg. Het strikt handhaven van de voorwaarde om in (de regio) [plaats 1] te blijven, betekent dat de man niet me de kinderen naar zijn partner, zijn ouders of schoonouders kan gaan. Dit terwijl de vrouw wel uitstapjes mag maken met de kinderen buiten (de regio) [plaats 1] . Het vonnis beperkt de man en de kinderen ten onrechte in hun bewegingsvrijheid. De man acht deze beperking niet in het belang van de kinderen en wil daarom deze voorwaarde uit het vonnis laten vervallen. De man heeft gezag en kan de omgangsmomenten invullen zoals hij wenst. Verder komt de man het vonnis na door enkel uitstapjes te maken. De man gaat niet steeds op en neer naar [plaats 2] en overnacht daar ook niet met de kinderen. Hij heeft de kinderen twee keer meegenomen naar [plaats 2] , waarbij de kinderen één keer hun sportlessen niet bij hebben kunnen wonen. De man wil graag één weekend per maand zelf invullen wat hij gaat doen met de kinderen. Het andere weekend per maand zal de man in [plaats 1] blijven.

De Raad heeft tijdens de zitting, kort samengevat, naar voren gebracht dat de kern van het probleem erin zit dat er veel gebeurd is tussen partijen en zij elkaar niet vertrouwen. De Raad acht het van belang dat partijen daar verwerking of therapie voor gaan krijgen. Verder vindt de Raad de situatie te complex om de voorzieningenrechter te kunnen adviseren.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

De voorzieningenrechter heeft tijdens de zitting op 5 juni 2026 geprobeerd partijen tot overeenstemming te laten komen over een voorlopige zorgregeling en heeft daarom de zaak na de zitting gedurende twee weken aangehouden, in afwachting van een bericht van (de advocaten van) partijen over een eventuele overeenstemming. De advocaat van de vrouw heeft per bericht van 19 juni 2026 laten weten dat het partijen niet is gelukt om tot overeenstemming te komen. De voorzieningenrechter zal daarom alsnog een beslissing nemen op de vorderingen.

Vanwege de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie, zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van partijen bij hun vorderingen vast. De voorlopige zorgregeling die is vastgesteld bij het vonnis van 26 januari 2026, wordt op dit moment niet steeds nagekomen door de man. De man heeft sinds het vonnis meerdere keren buiten (de regio) [plaats 1] verbleven met de kinderen. Gebleken is dat deze voorwaarde die is gesteld aan de voorlopige zorgregeling uit het vonnis van 26 januari 2026 forse spanningen oplevert tussen partijen.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de door de voorzieningenrechter eerder vastgestelde voorlopige zorgregeling moet worden nageleefd totdat er een definitieve regeling is. Dit kan echter anders worden indien nadien feiten zijn voorgevallen die maken dat deze zorgregeling niet (meer) in het belang van de kinderen moet worden geacht. In het vonnis van 26 januari 2026 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige zorgregeling bepaald, waarbij de voorwaarde is gesteld dat de man telkens met de kinderen in (de regio) [plaats 1] zal verblijven. Op dat moment was de man ogenschijnlijk van plan om (zonder voorafgaande toestemming van de vrouw) te verhuizen naar [plaats 2] . De man had een woning gekocht in [plaats 2] en had geen woning meer in [plaats 1] . Op dit moment huurt de man echter een woning in [plaats 1] voor onbepaalde tijd, waar hij de kinderen kan ontvangen en waar de jongens ingeschreven staan. De man geeft aan dat er geen plannen zijn om met de kinderen naar [plaats 2] te verhuizen.

Het uitgangspunt is dat een ouder met gezag in beginsel vrij is om te bepalen wat hij of zij met de kinderen doet in de tijd dat de kinderen bij die ouder zijn volgens de zorgregeling. Daar horen ook uitstapjes, eventueel met overnachtingen, naar andere plaatsen onder.

De voorzieningenrechter heeft echter ook begrip voor de zorgen die de vrouw heeft omtrent een mogelijke permanente verhuizing van de man naar [plaats 2] . De man heeft namelijk nog steeds de woning in [plaats 2] , waar zijn partner en [persoon] wonen, en waar hij graag met de kinderen wil zijn. Om deze reden acht de voorzieningenrechter het noodzakelijk om ondanks het bovenstaande uitgangspunt een beperking op te leggen aan de voorlopige zorgregeling, namelijk dat de man maximaal één weekend per kalendermaand in [plaats 2] mag verblijven met de kinderen.

Het komt de voorzieningenrechter namelijk voor dat het grote pijnpunt tussen partijen er niet in zit dat de man telkens met de kinderen in [plaats 1] dient te verblijven, maar feitelijk dat de man niet telkens als hij de kinderen heeft naar [plaats 2] gaat met de kinderen. De voorzieningenrechter acht het daarom passender om de beperking op het verblijven in [plaats 2] te leggen, zodat de man vrij is om uitstapjes te maken met de kinderen in de overige omgangsweekenden. De voorzieningenrechter gaat er daarbij vanuit dat de man nog steeds in de regel met de kinderen in [plaats 1] zal verblijven, zoals hij zelf heeft aangegeven tijdens de zitting in dit kort geding. Het is verder aan partijen om in onderling overleg of via een bodemprocedure tot een definitieve regeling te komen. Daaronder valt uitdrukkelijk ook de vraag of en zo ja hoe tijdens vakanties en feestdagen wordt afgeweken van de thans vastgelegde tijdelijke regeling.

Partijen vorderen over en weer de andere partij te veroordelen in de kosten van deze procedure. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om een van de partijen te veroordelen in de kosten van deze procedure. In de omstandigheid dat partijen samen de ouders van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat iedere partij (zowel in conventie als in reconventie) de eigen proceskosten draagt. De vorderingen van partijen om de andere partij te veroordelen in de kosten van deze procedure zal de voorzieningenrechter dan ook afwijzen.

Het meer of anders in conventie en reconventie gevorderde zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

wijzigt de voorlopige zorgregeling, die is vastgesteld in het vonnis van 26 januari 2026, in die zin dat de man en de kinderen voorlopig in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar op de volgende wijze, met de voorwaarde dat de man maximaal één weekend per kalendermaand met de kinderen in [plaats 2] mag verblijven:

- Week 1. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zaterdag 10.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1] verblijft

van vrijdag uit school tot zaterdagochtend bij de man;

- Week 2. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zondagmiddag 17.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1]

verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

- Week 3. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

vrijdagmiddag 17.00 uur naar het logeerhuis. De vrouw haalt de jongens op zondagmiddag

op bij het logeerhuis. Zij verblijven dan bij haar tot dinsdagochtend.

- Week 4. Donderdagmiddag haalt de man de jongens op van de BSO en brengt ze op

zondagmiddag 17.00 uur naar de vrouw alwaar zij verblijven tot dinsdagochtend. [minderjarige 1]

verblijft bij de man van vrijdagmiddag tot zondagmiddag.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen in conventie en reconventie meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Gessel, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 in tegenwoordigheid van mr. Van Oorschot, griffier.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Van Oorschot

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand