RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449393 / FA RK 26-3136
Datum uitspraak: 3 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat: mr. J.J. van 't Hoff uit Tilburg.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden bij de [accommodatie] , te [plaats] o p 3 juli 2026. Daarbij zijn aanwezig en gehoord:
betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
arts, mevrouw [persoon 1] ;
behandelaar, de heer [persoon 2] .
Hoewel daartoe correct opgeroepen is betrokkene niet fysiek bij de zitting aanwezig. Bij aanvang van de zitting geeft de arts aan dat zij die ochtend per WhatsApp contact heeft gehad met betrokkene en zij haar te kennen heeft gegeven niet naar de zitting te zullen komen. Daarop besluit de rechtbank betrokkene te bellen met de vraag of de rechtbank haar thuis kan horen. Betrokkene geeft aan niet thuis te zijn en niet op een ander moment gehoord te willen worden. Ze gaat wel akkoord met telefonisch horen door de rechtbank. De andere aanwezigen hebben geen bezwaar tegen deze manier van horen. Betrokkene is tijdens de gehele zitting telefonisch aanwezig geweest.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van 16 februari 2026 heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend tot en met 16 augustus 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4. De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij zich momenteel niet goed voelt. Het liefst zou betrokkene voor korte tijd opgenomen worden, zodat zij even uit de situatie kan. Betrokkene ziet in dat zij medicatie nodig heeft. Daar heeft zij zich bij neergelegd. Zij zegt toe te zullen doen wat haar opgedragen wordt. Of er nu wel of geen zorgmachtiging is, betrokkene zal haar depotmedicatie blijven gebruiken. Ook zal zij gesprekken met het FACT-team blijven voeren. Betrokkene is het bovendien eens met haar diagnose. Zij heeft het liefst geen zorgmachtiging. Wanneer de arts een zorgmachtiging toch nodig vindt, dan stemt betrokkene hiermee in. Zij erkent dat haar intrinsieke motivatie om de zorg te accepteren wisselt.
De arts verklaart, samengevat, als volgt. De arts beaamt dat betrokkene iedere maand haar depot komt halen. Zij voelt daarvoor de motivatie, echter dit is gelinkt aan de zorgmachtiging. In het verleden, toen er geen zorgmachtiging was, kwam betrokkene haar medicatie niet halen. Zij heeft dan ook geen behoefte aan contact met het FACT. Zij laat nu tijdens de zitting voor het eerst ziekte-inzicht zien. Echter, dit kan op een ander moment anders zijn. De zorgmachtiging is dan ook nodig als stok achter de deur. De arts acht een opname voorzienbaar, echter daaraan kan, gelet op de voorgeschiedenis van opnamen, geen termijn worden verbonden.
De behandelaar verklaart, samengevat, dat het alcohol- en drugsgebruik ook invloed op betrokkene heeft. Daarom wordt ook verzocht om bij een opname alle vormen van zorg die zien op het controleren op en onderzoek op de aanwezigheid van middelen toe te staan. Wanneer er geen zorgmachtiging voor betrokkene is, zal zij contacten met het FACT-team afhouden. Dat vormt een risico op een terugval. Dat betrokkene nu aangeeft opgenomen te willen worden, is niet eerder voorgekomen. Wanneer er geen zorgmachtiging wordt verleend, is de kans groot dat er crisismaatregelen nodig zijn. Betrokkene zal daarmee in een negatieve spiraal terechtkomen. Op de vraag van de rechtbank waarom het verzoek zes maanden inhoudt in plaats van twaalf maanden, geeft de behandelaar aan dat dit naar alle waarschijnlijkheid een administratieve fout betreft en twaalf maanden noodzakelijk is.
De advocaat bepleit, samengevat, om een afwijzing van het verzoek. Betrokkene geeft aan zorg te willen ontvangen in een vrijwillig kader. Het is in het verleden lang goed met betrokkene gegaan, zonder dat sprake was van een zorgmachtiging. Ook nu gaat het goed en accepteert zij haar medicatie. Betrokkene geeft zelfs te kennen dat zij opgenomen wil worden. Het is dan ook niet voorzienbaar dat het in het komende half jaar mis zal gaan met betrokkene en zij daadwerkelijk verplichte zorg dient te krijgen. Betrokkene wil uitdrukkelijk meewerken en trekt nu zelf aan de bel. Dit toont ziekte-inzicht.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. Door of namens betrokkene wordt dit niet ontkend.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene zichzelf verwaarloost en zij onvoldoende eet en drinkt en daardoor is afgevallen. Bovendien is bij betrokkene sprake van overlastgevend gedrag richting buurtbewoners en dreigt zij door een huurachterstand haar woning te verliezen. Daarbij komt dat de woning van betrokkene ernstig vervuild is.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel betrokkene tijdens de zitting voor het eerst aangeeft zorg te willen ontvangen in een vrijwillig kader, heeft de rechtbank er voor nu onvoldoende vertrouwen in dat met betrokkene (behandel)afspraken zijn te maken over zorgverlening in een vrijwillig kader. Betrokkene lijkt nu gemotiveerd voor zorg, maar die situatie is erg pril. Daar komt bij dat de arts aangeeft dat de intrinsieke motivatie van betrokkene wisselt. Betrokkene erkent dat. Dat betrokkene haar medicatie nu accepteert is positief en volgens de arts en behandelaar het effect van de zorgmachtiging. Het moet goed met betrokkene blijven gaan en daarvoor is een zorgmachtiging als stok achter de deur nog nodig. Betrokkene heeft hiertegen op zichzelf geen bezwaar. Om de huidige zorgverlening aan betrokkene door te kunnen zetten, en betrokkene daarvoor gemotiveerd te blijven houden, is een zorgmachtiging nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De zorgvormen ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ en ‘opnemen in een accommodatie’ zijn noodzakelijk gebleken om betrokkene in crisissituaties kortdurend op te kunnen nemen en gevaar bij ontregeling af te wenden.
De zorgvormen ‘onderzoek aan (…)’ en ‘onderzoek van (…)’ en zal de rechtbank in de machtiging overnemen. Deze vormen van zorg zijn toegestaan tijdens een opname van betrokkene om ervoor te zorgen dat betrokkene vrij blijft van het gebruik van middelen en om haar eigen én andermans veiligheid te waarborgen.
De rechtbank bepaalt daarbij nog dat onder ‘aanbrengen van beperkingen
in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten’ moet worden verstaan dat betrokkene periodiek contact heeft met haar ambulant behandelteam en zij de door hen gegeven aanwijzingen opvolgt. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg op deze wijze toe. Het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen is niet nodig gebleken en de rechtbank wijst dat af.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden. De rechtbank geeft de zorgaanbieder nog in overweging dat binnen deze periode kan worden onderzocht of een zelfbindingsverklaring voor betrokkene passend is.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de volgende maatregelen kunnen worden toegepast;
het toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles;
het beperken van de bewegingsvrijheid;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, zoals is weergegeven in rechtsoverweging 5.7.3;
opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat de verplichte zorg onder sub D en E. enkel en alleen mag worden toegepast gedurende een opname van betrokkene;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van mr. Vos, griffier, en op schrift gesteld op 14 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.