[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen),
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de ontvanger in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de ontvanger van 8 oktober 2024. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat de ontvanger het besluit heeft herzien.
De rechtbank heeft de ontvanger in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De ontvanger heeft de rechtbank meegedeeld dat hij akkoord gaat met het vergoeden van de gemaakte proceskosten en het door belanghebbende betaalde griffierecht.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. De ontvanger heeft aangegeven akkoord te zijn met het vergoeden hiervan. De rechtbank ziet geen aanleiding om anders te beslissen en wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Belanghebbende krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. De ontvanger moet deze vergoeding betalen.
Welk bedrag aan proceskosten moet de ontvanger aan belanghebbende vergoeden?
3. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van
€ 934. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. Aangezien sprake is van een beroep dat ziet op het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar, is een wegingsfactor van 0,5 van toepassing. De proceskostenvergoeding bedraagt dan € 467.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
4. De rechtbank wijst erop dat de ontvanger verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.Belanghebbende moet zich hiervoor dan ook tot de ontvanger wenden.
Beslissing
De rechtbank veroordeelt de ontvanger tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.