ECLI:NL:RBZWB:2026:7220

ECLI:NL:RBZWB:2026:7220

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 17-06-2026
Datum publicatie 04-08-2026
Zaaknummer 12088409 RR 26-3
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Regelrechterzaak. Terugbetaling aankoopbedrag van een matras. Verstek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Middelburg

Zaaknummer: 12088409 RR 26-3

Vonnis van 17 juni 2026 in de experimentele procedure bij de kantonrechter als regelrechter

in de zaak van

[eisende partij] ,

wonende te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eisende partij] ,

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde partij] B.V.,

gevestigd te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde partij] ,

niet verschenen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 6 februari 2026 ontvangen aanvraagformulier met bijlagen 1 tot en met 3;

- de oproepingsbrieven van 11 februari 2026;

- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026.

[gedaagde partij] is niet in de procedure verschenen. Tegen haar is daarom verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit).

Aan het slot van de mondelinge behandeling is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.

2. De beoordeling

Waar gaat de zaak over?

[eisende partij] eist in deze procedure betaling van € 387,25 (bestaande uit terugbetaling van het aankoopbedrag van het matras van € 374,95 en € 12,30 aan verzendkosten voor de aangetekende brief d.d. 15 december 2025). Volgens haar is het volgende gebeurd. [eisende partij] heeft op 4 augustus 2025 een opbergboxspring Up van 160 x 200 cm met hoofdbord en matras met geïntegreerd topmatras voor € 1.093,95 (het gaat om “Anna Matras” met geïntegreerd topmatras de Luxe Hybrid top matras 9cm) gekocht bij [gedaagde partij] . Op 20 oktober 2025 zijn de boxspring en matras geleverd. Het matras bleek direct bij levering niet goed te zijn. Aan de ligkant van het matras zijn schuimrubberen puntjes voelbaar, terwijl dit vlak hoort te zijn. [eisende partij] heeft diezelfde dag [gedaagde partij] hierover geïnformeerd. [gedaagde partij] gaf aan dat het matras vier weken de tijd moet krijgen en dat daarnaast een 90 dagen omruilgarantie geldt. Op 17 november 2025 heeft [eisende partij] [gedaagde partij] nogmaals bericht. [gedaagde partij] heeft per e-mail van 21 november 2025 aangegeven dat de bovenkant inderdaad plat hoort te zijn. [gedaagde partij] wilde het matras omruilen, maar dit zou vier weken duren. [eisende partij] is hier niet mee akkoord gegaan. [eisende partij] heeft de koopovereenkomst vervolgens gedeeltelijk ontbonden. Zij heeft per brief van 15 december 2025 gevraagd tot terugbetaling van het bedrag voor het matras binnen 14 dagen na 17 december 2025. De hoogte van de aankoopsom van het matras heeft [eisende partij] begroot op € 374,95 aan de hand van informatie op de website van [gedaagde partij] . Op 7 januari 2026 heeft [eisende partij] nogmaals om terugbetaling gevraagd. [gedaagde partij] is niet tot terugbetaling van het bedrag overgegaan.

[eisende partij] krijgt gelijk

[gedaagde partij] is niet verschenen in deze regelrechterzaak. Als de gedaagde in een regelrechterzaak niet rechtsgeldig in het geding verschijnt en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten zoals genoemd in artikel 8 derde lid, artikel 9 en artikel 11, eerste lid van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter in acht zijn genomen, wordt tegen haar verstek verleend (artikel 14 Tijdelijke besluit experiment regelrechter).

De regelrechter is van oordeel dat aan de voorgeschreven termijnen en formaliteiten is voldaan. De regelrechter zal daarom verstek verlenen tegen [gedaagde partij] . Daarbij merkt de regelrechter op dat de stukken met daarin een uitnodiging voor de zitting die op 11 februari 2026 aangetekend aan het adres van [gedaagde partij] is verzonden, op 12 februari 2026 is bezorgd en hiervoor namens [gedaagde partij] is getekend.

De verstekverlening leidt ertoe dat de vorderingen ten aanzien van [gedaagde partij] zullen worden toegewezen, tenzij deze de regelrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen (artikel 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Gelet op hetgeen [eisende partij] op het aanvraagformulier met de bijgevoegde stukken en de toelichting op de mondelinge behandeling heeft aangevoerd komt de regelrechter de vordering niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal deze worden toegewezen zoals is gevorderd.

Ter de zitting heeft [eisende partij] aangegeven dat ze, door middel van een wijziging van eis, wil dat het matras door [gedaagde partij] wordt opgehaald. De regelrechter kan hier echter niet over oordelen, nu een wijziging van eis ex artikel 130 Rv niet mogelijk is, omdat [gedaagde partij] niet op de mondelinge behandeling is verschenen.

[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen

[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:

- griffierecht

93,00

- een forfaitair bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten vanwege het verschijnen ter zitting

50,00

Totaal

143,00

Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eisende partij] dat eist en [gedaagde partij] daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3. De beslissing

De kantonrechter als regelrechter

veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 387,25, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag van € 374,25, met ingang van 1 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 143,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.

Bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan door een schriftelijke mededeling aan de griffier van deze rechtbank, die wordt gedaan per gewone post of langs elektronische weg. Dat doet u in beginsel binnen vier weken na de betekening van het vonnis aan u in persoon of nadat u bekend bent geworden met het vonnis. De termijn begint ook op de dag waarop het vonnis ten uitvoer is gelegd. Er zijn uitzonderingen mogelijk op de termijn van verzet.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand