beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/447837 / FA RK 26-2306
Datum uitspraak: 6 juli 2026
beschikking op de vraag van de minderjarige
[minderjarige] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2014,
wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
gezamenlijk te noemen: de ouders.
De Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg , hierna te noemen: de Raad, is op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) betrokken in de zaak om de kinderrechter over de vraag van de minderjarige te adviseren.
1. Het procesverloop
Op 4 mei 2026 heeft de rechtbank een brief van [minderjarige] ontvangen.
De kinderrechter heeft op 4 juni 2026 met [minderjarige] over haar brief gesproken.
Naar aanleiding van het gesprek met [minderjarige] heeft de kinderrechter de ouders uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek heeft plaatsgevonden op 29 juni 2026. De ouders waren aanwezig. Ook was een medewerkster van de Raad aanwezig.
De kinderrechter heeft tijdens het gesprek met de ouders een samenvatting gegeven van de brief die [minderjarige] heeft geschreven en ook verteld wat er is besproken in het gesprek van 4 juni 2026. De ouders van [minderjarige] hebben de gelegenheid gekregen om hierop te reageren.
2. De feiten
De ouders zijn met elkaar getrouwd geweest. In het huwelijk van de ouders is de echtscheiding uitgesproken, welke beschikking op 12 juni 2018 is ingeschreven in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand.
De ouders hebben samen het gezag over [minderjarige] .
[minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw.
3. De vraag van [minderjarige]
vraagt de kinderrechter om haar te helpen om medicatie te krijgen.
[minderjarige] heeft in haar brief en tijdens het gesprek met de kinderrechter aangegeven dat zij graag medicatie wil om zich, met name op school, beter te kunnen concentreren en om meer rust in haar hoofd te krijgen. Ook hoopt zij door medicatie beter te kunnen slapen, zodat zij overdag meer energie heeft en er minder snel ruzie ontstaat. Op dit moment heeft zij hulp van [hulpverlening] . Die hulp kan niet doorgaan als zij geen medicatie krijgt. Haar vader wil niet dat zij medicatie krijgt en geeft geen toestemming voor de medicatie.
4. De beoordeling van de kinderrechter
[minderjarige] heeft de kinderrechter een vraag gesteld via de zogenaamde ‘informele rechtsingang’. De informele rechtsingang biedt een kind van twaalf jaar en ouder een eigen toegang tot de rechtbank. Op informele wijze, zoals bijvoorbeeld met een brief, e-mailbericht of telefoontje, kan een kind een vraag aan de kinderrechter stellen. Niet alle vragen van een kind kunnen door de kinderrechter via de informele rechtsingang worden behandeld. In de wet is bepaald dat de kinderrechter op een vraag van een kind van twaalf jaar of ouder ambtshalve alleen een beslissing kan nemen over (1) het toekennen van eenhoofdig gezag, (2) omgang en informatie (3) de verdeling van de zorg- en opvoedtaken (4) benoeming van een bijzondere curator.
De vraag van [minderjarige] om medicatie te krijgen valt niet onder één van deze onderwerpen. Dit betekent dat de informele rechtsingang in dit geval niet open staat voor de vraag van [minderjarige] . De kinderrechter kan daarom geen (ambtshalve) beslissing op de vraag van [minderjarige] nemen.
Gelet op het vorenstaande had de kinderrechter de hoop dat de ouders tijdens het gesprek op 29 juni 2026 alsnog samen tot een beslissing over de medicatie voor [minderjarige] zouden kunnen komen. Dit is niet gelukt, omdat zij te veel van mening bleven verschillen over de noodzaak van medicatie. De moeder wenst dat er op dit moment met medicatie gestart wordt. Gebeurt dat niet, dan stopt de hulpverlening voor [minderjarige] . De vader wil nog met medicatie wachten. Hij wil eerst dat er meer rust rondom [minderjarige] ontstaat en bezien hoe het met [minderjarige] gaat als zij naar haar nieuwe school ( [basisschool] ) gaat. De Raad heeft de ouders geadviseerd te vertrouwen op wat hulpverlening en medici in het belang van [minderjarige] vinden en [minderjarige] buiten het conflict tussen hen beiden te houden.
De ouders hebben tijdens het gesprek wel toegezegd om volgende week, als zij hebben nagedacht over wat er is gezegd en besproken, contact met elkaar op te nemen om te bespreken of ze wellicht alsnog samen een beslissing over de medicatie voor [minderjarige] kunnen nemen. De rechtbank spreekt de hoop uit dat dit, in het belang van [minderjarige] , alsnog lukt. Als dit niet het geval is, geeft de rechtbank mee dat het op de weg van de moeder ligt om te overwegen of zij voor het verkrijgen van vervangende toestemming een afzonderlijke procedure wil starten.
5. Brief aan [minderjarige]
De kinderrechter vindt het belangrijk om [minderjarige] een brief te sturen met uitleg over haar beslissing en beide ouders daarvan op de hoogte te stellen. In de brief aan [minderjarige] , die naar het adres van de moeder wordt verzonden, leest [minderjarige] het volgende:
Beste [minderjarige] ,
Omdat jij mij een brief had gestuurd, hebben wij op 4 mei 2026 met elkaar gesproken. Jij hebt toen heel duidelijk uitgelegd dat je graag medicatie wil en waarom je dat wil. Ik heb jou verteld dat ik niet kan beslissen dat jij medicatie krijgt. Dat is een beslissing die jouw papa en mama samen moeten nemen. Wel heb ik beloofd om met jouw papa en mama over jouw wens te zullen praten.
Op 29 juni 2026 zijn jouw papa en mama naar de rechtbank gekomen en heb ik met ze gesproken. Er was ook een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming bij.
Ik heb van jouw papa en mama gehoord dat ze allebei heel graag willen dat het goed met jou gaat. Ze houden namelijk allebei heel veel van jou. Jouw papa en mama denken alleen verschillend over wat voor jou het beste is.
Het is jouw papa en mama nog niet gelukt om samen een beslissing te nemen over de medicatie. Wel hebben jouw papa en mama goed naar elkaar en naar de mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming geluisterd. Jouw papa en mama gaan nadenken over wat er allemaal is gezegd. En ze hebben afgesproken dat ze volgende week contact met elkaar zullen hebben. Jouw papa en mama zullen dan bespreken of ze toch nog samen een beslissing over de medicatie kunnen nemen. Ik hoop voor jou dat dat lukt.
Omdat ik niet kan beslissen dat jij medicatie krijgt, is dit mijn laatste brief aan jou. Ik begrijp dat dit voor jou een moeilijke beslissing is en dat dit niet is wat je had gehoopt. Toch wil ik je nog een keer bedanken voor je brief. Ik vind het ontzettend knap van jou dat je die aan mij hebt geschreven en dat je zo goed aan mij hebt verteld wat jij belangrijk vindt.
Ik wens je het allerbeste en een fijne vakantie.
Met vriendelijke groet,
De kinderrechter
6. De beslissing van de kinderrechter
De kinderrechter:
neemt geen ambtshalve beslissing op de aanvraag van [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. Polak, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 in aanwezigheid van mr. De Bont, griffier.