RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449556 / FA RK 26-3218
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
de zorgverantwoordelijke van betrokkene;
- de heer [persoon] , case manager.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene stelt tijdens de zitting dat een zorgmachtiging niet nodig is. Hij geeft aan helder te willen kunnen blijven functioneren en ervaart dat medicatie zijn helderheid vermindert. Volgens betrokkene bestaat er geen medicatie die het gebrek aan vertrouwen kan wegnemen.
De advocaat van betrokkene voert tijdens de zitting namens betrokkene aan dat hij altijd vrijwillig aan zijn behandeling heeft meegewerkt en dat de afbouw van de medicatie in overleg heeft plaatsgevonden. Nu betrokkene aangeeft zich beter te voelen, een krantenwijk heeft en vier dagdelen dagbesteding volgt, is een zorgmachtiging volgens de advocaat niet noodzakelijk.
De behandelaar stelt tijdens de zitting dat sinds het staken van de medicatie er sprake is van een geleidelijke verslechtering van het toestandsbeeld van betrokkene. Betrokkene is achterdochtig, het functioneren binnen de dagbesteding neemt af en het doel van de zorgmachtiging is daarom het hervatten en instellen van de medicatie om verdere ontregeling en ernstig nadeel te voorkomen.
De casemanager geeft aan dat hij in de afgelopen drie maanden een goed contact met betrokkene heeft opgebouwd. Bij betrokkene ziet de casemanager soms moeilijk invoelbaar gedrag en veel achterdocht richting het systeem en hulpverlening. De personen om betrokkene heen zien ook dat hij niet meer zichzelf is. Volgens de casemanager is de hulpvraag van betrokkene zelf gericht op het stabiliseren van zijn psychotische belevingen.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type. Betrokkene heeft geen ziektebesef en geen ziekte-inzicht.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Sinds betrokkene is gestopt met zijn medicatie is er sprake van een duidelijke verslechtering van zijn toestandsbeeld. Betrokkene vertoont grensoverschrijdend en stalkingsgedrag richting een vrouwelijke mede-patiënte met wie hij naar eigen zeggen spiritueel communiceert en voor wie hij romantische gevoelens koestert. Daarnaast laat betrokkene onaangepast gedrag zien waardoor anderen zich onveilig voelen. Het gedrag van betrokkene roept spanningen op en brengt een reëel risico op agressieve reacties van derden met zich mee, waarvoor eerder een politie-interventie nodig is geweest.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is op eigen initiatief gestopt met de medicatie en weigert deze opnieuw in te nemen Daarnaast houdt betrokkene zich niet aan de gemaakte afspraken en opgelegde beperkingen. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1957 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Smits, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.