RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummers: C/02/449942 / JE RK 26-1172 en C/02/450030 / JE RK 26-1188
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking van de kinderrechter over de schriftelijke aanwijzingen
in de zaken van
C/02/449942 / JE RK 26-1172
[ouder 1] en [ouder 2],
hierna te noemen de ouders,
wonende in [woonplaats] .
en
C/02/450030 / JE RK 26-1188
[minderjarige] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
wonende in [woonplaats] ,
tegen
de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
C/02/450030 / JE RK 26-1188
[ouder 1] en [ouder 2],
hierna te noemen de ouders,
wonende in [woonplaats] .
C/02/449942 / JE RK 26-1172
[minderjarige] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
wonende in [woonplaats] ,
De kinderrechter merkt als informant aan:
C/02/449942 / JE RK 26-1172 en C/02/450030 / JE RK 26-1188
[jeugdhulpverlening] ,
hierna te noemen: [jeugdhulpverlening] ,
gevestigd in [plaats].
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over het verzoek geadviseerd.
1. Het verloop van de procedures
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de ouders;
het verzoekschrift van [minderjarige] ;
het bericht van de GI van 3 juli 2026 met bijlagen;
het bericht van de GI van 6 juli 2026 met bijlagen.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder, bijgestaan door een tolk Syrisch met tolknummer [nummer] ;
een vertegenwoordigster van de GI;
een vertegenwoordigster van de Raad;
- een begeleidster van [jeugdhulpverlening] .
Correct opgeroepen, maar niet aanwezig was:
- de vader.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Ze werd bijgestaan door een begeleidster van [jeugdhulpverlening] , mevrouw [persoon] . Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
De kinderrechter gaat er bij de beoordeling van de verzoeken, op basis van de stukken, vanuit dat de ouders zijn getrouwd en dat zij gezamenlijk zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
Bij beschikking van 20 juni 2024 is [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 20 juni 2024 en tot 4 juli 2024 en is er een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 20 juni 2024 en tot 4 juli 2024, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
Bij beschikking van 3 juli 2024 heeft de kinderrechter de voorlopige ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd met ingang van 4 juli 2024 en tot 20 september 2024. Deze machtiging uithuisplaatsing is hierna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 18 september 2024, met ingang van 20 september 2024 en tot 20 september 2025.
Bij beschikking van 18 september 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 20 september 2024 en tot 20 september 2025. De ondertoezichtstelling van [minderjarige] is hierna verlengd, voor het laatst bij beschikking van 1 oktober 2025 tot 20 september 2026.
De GI heeft op 2 juli 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven over de verzorging en opvoeding van [minderjarige] aan de ouders. Hierin is het volgende opgenomen:
- U verleent geen toestemming aan [minderjarige] om in de periode van 7 juli 2026 tot en met
5 augustus 2026 naar Syrië af te reizen.
- U organiseert, faciliteert of bekostigt geen reis van [minderjarige] naar Syrië.
- Indien u zonder [minderjarige] naar Syrië afreist, verstrekt u vóór vertrek aan Jeugdbescherming
west schriftelijk:
* het adres waar [minderjarige] gedurende uw afwezigheid verblijft;
* de naam, contactgegevens en relatie van de persoon die toezicht houdt op [minderjarige] ;
* informatie waaruit blijkt hoe de dagelijkse verzorging, begeleiding, bereikbaarheid en
veiligheid van [minderjarige] gedurende uw afwezigheid worden gewaarborgd.
- U werkt mee aan de uitvoering van de ondertoezichtstelling en aan de betrokken
hulpverlening.
- U zorgt ervoor dat [minderjarige] bereikbaar blijft voor Jeugdbescherming west en betrokken
hulpverlening.
- U zorgt ervoor dat [minderjarige] verblijft op een veilige en voor Jeugdbescherming west bekende
verblijfplaats.
Ook heeft de GI op 2 juli 2026 een schriftelijke aanwijzing gegeven over de verzorging en opvoeding aan [minderjarige] . Hierin is het volgende opgenomen:
- Je reist in de periode van 7 juli 2026 tot en met 5 augustus 2026 niet naar Syrië.
- Je verleent geen medewerking aan een reis naar Syrië gedurende deze periode.
- Je verblijft gedurende deze periode op een voor Jeugdbescherming West bekende en veilige verblijfplaats.
- Je blijft bereikbaar voor Jeugdbescherming west en betrokken hulpverlening.
- Je werkt mee aan de begeleiding en ondersteuning van [jeugdhulpverlening] , OpenDoor en andere betrokken hulpverleners gedurende de looptijd van de ondertoezichtstelling.
- Je informeert Jeugdbescherming west wanneer je verblijfplaats wijzigt of wanneer zich situaties voordoen die van invloed kunnen zijn op jouw veiligheid.
3. De verzoeken
C/02/449942 / JE RK 26-1172
De ouders verzoeken de schriftelijke aanwijzing van de GI gedeeltelijk vervallen te verklaren, in die zin dat ze bezwaar maken tegen het feit dat [minderjarige] van de GI niet mee mag op vakantie naar Syrië.
C/02/450030 / JE RK 26-1188
[minderjarige] verzoekt de schriftelijke aanwijzing van de GI gedeeltelijk vervallen te verklaren, in die zin dat ze graag met haar ouders mee wil op vakantie naar Syrië.
4. De standpunten
De moeder heeft gesteld dat [minderjarige] en de moeder in de afgelopen periode hard hebben gewerkt om hun band te versterken. Het gaat nu dan ook goed tussen hen. De moeder begrijpt [minderjarige] beter en hun band is momenteel gebaseerd op vertrouwen. De moeder vindt het risico te groot om [minderjarige] alleen in Nederland achter te laten. Er bestaat namelijk een kans dat het opnieuw misgaat met [minderjarige] . [minderjarige] kan, als de familie op vakantie is, terugvallen in onder andere roken, blowen en omgaan met slechte vrienden, omdat dit nog niet volledig onder controle is. De moeder heeft er juist voor gezorgd dat [minderjarige] een veilige en gezonde basis heeft waarbij [minderjarige] beter kan functioneren. De moeder ziet nu eindelijk groei en wil dit samen afsluiten met een vakantie met het gezin. Hierbij is [minderjarige] nog afhankelijk van de moeder als het gaat om paniek en angstaanvallen en ook daarom wil de moeder haar graag meenemen. De vakantie is bedoeld om onder meer de bruiloft van de dochter van de ouders en dus de zus van [minderjarige] bij te wonen. Deze zus woont in Turkije met haar vriend en kinderen. Het is dan ook belangrijk dat [minderjarige] bij deze bruiloft kan zijn. De moeder heeft geregeld dat wanneer [minderjarige] geen toestemming krijgt om mee te gaan, ze terecht kan bij de vrouw van een oom. Echter weigert [minderjarige] dit en zal ze hier dus ook niet naartoe gaan met alle gevolgen van dien. [minderjarige] loopt geen gevaar in Syrië. Het gebied waar de ouders een huis hebben is niet gevaarlijk. De moeder is in de afgelopen jaren vaker heen en weer gereisd met haar kinderen naar Syrië. [minderjarige] kan, als ze dit wil, zonder hoofddoek lopen, ze kan make-up dragen en ze kan shirts met korte mouwen dragen. Dit doen meerdere vrouwen in dit gebied en in de familie van de ouders, de moeder doet dit zelf daar ook. De familie in Syrië weet niet wat er in de afgelopen jaren binnen het gezin en met [minderjarige] is gebeurd, dus [minderjarige] loopt geen risico op uithuwelijking. De moeder staat dit ook niet toe. Zij is verantwoordelijk voor [minderjarige] en de rest van de familie bemoeit zich dan ook niet met haar of met het gezin. De moeder en haar gezin zullen altijd terugkeren naar Nederland. De broer van [minderjarige] is verstandelijk gehandicapt en heeft de zorg in Nederland nodig. Deze zorg kan niet in Syrië worden geboden. De moeder belooft dat [minderjarige] in goede gezondheid en ongetrouwd terugkeert naar Nederland. De moeder weet dat het in Nederland strafbaar is wanneer [minderjarige] op minderjarige leeftijd trouwt. De moeder is doordrongen van de straffen die staan op dergelijke misdrijven. Er zal dan ook niets gebeuren dat tegen de Nederlandse wetgeving is. Op het moment dat [minderjarige] onverhoopt toch gevaar zou lopen, zal de moeder samen met haar zo snel mogelijk terug naar Nederland vliegen of zal ze met [minderjarige] met de auto naar Turkije rijden. Turkije ligt op ongeveer een uur rijden van het huis van de ouders in Syrië.
[minderjarige] heeft aan de kinderrechter laten weten dat ze vrijwillig met haar ouders mee wil op vakantie. Ze loopt geen risico om door haar ouders in Syrië achtergelaten te worden. Haar ouders hebben veel vertrouwen in haar en laten haar nu in haar waarde. Ze hebben haar beloofd dat zij op termijn haar eigen huwelijkspartner mag uitkiezen. Ze hoeft bijvoorbeeld ook geen hoofddoek meer te dragen, mag zelf bepalen welke kleding ze draagt en ze mag logeren bij vriendinnen. Ook heeft [minderjarige] een vriendje en haar ouders vinden dit goed. Hij is zelfs bij hen thuis geweest om kennis te maken. [minderjarige] heeft wel regels, maar dit zijn regels die in Nederland normaal zijn en waar ze zich aan kan en wil houden. Ze heeft inmiddels veel minder de behoefte om zich af te zetten tegen haar ouders. [minderjarige] heeft in de afgelopen periode hard aan zichzelf en aan de band met haar ouders gewerkt. Ze heeft veel slaapproblemen en paniekaanvallen gehad en is bang om terug te vallen als ze alleen thuis blijft. Ze is bang dat ze weer gaat blowen, omdat ze zich alleen voelt en dat ze nachtmerries en herbelevingen krijgt. Ze heeft dan ook veel behoefte aan een veilige omgeving. Deze veilige omgeving ervaart ze bij haar ouders. [minderjarige] heeft niet genoeg vertrouwen in zichzelf om zelfstandig thuis te blijven of om ergens anders te worden ondergebracht op het moment dat haar familie op vakantie naar Syrië gaat. Haar moeder zorgt voor een veilige basis en op dit moment slaapt [minderjarige] nog bij haar in verband met herbelevingen. Hiernaast heeft [minderjarige] in de afgelopen 12 jaar geen kans gehad om op vakantie te gaan met en naar haar familie en ziet ze deze reis om een zeer moeilijke tijd af te sluiten. Ze wil graag meer van haar cultuur zien. Het gebied waar ze naartoe gaan is veilig en niet streng. Zij ziet in videobelcontacten met familie in Syrië dat er meerdere jonge vrouwen zijn die bijvoorbeeld geen hoofddoek dragen. Ook zullen andere familieleden zich niet bemoeien met [minderjarige] . Haar moeder is in de afgelopen jaren meerdere keren met een aantal kinderen heen en weer gereisd tussen Nederland en Syrië. Toen [minderjarige] aangaf naar moeder dat ze gewoon stiekem konden gaan zonder dat ze dit aan de GI zouden melden, heeft de moeder gezegd dat ze dit niet wil en dat ze eerlijk wil zijn naar de GI toe. De ouders hebben al tickets voor hen en de andere kinderen geboekt, omdat er voor [minderjarige] nog geen toestemming is om mee te reizen. Als [minderjarige] mee mag, zal ze een paar dagen later vliegen samen met een oom, een tante en hun kinderen. Stel dat [minderjarige] zich toch onveilig voelt dan heeft ze een ondertekend papier van haar ouders waarmee ze ook alleen terug naar Nederland kan vliegen. Ze gaat hier ook een kopie van maken voor het geval dit wordt afgepakt.
Door de GI is gesteld dat zij de verantwoordelijkheid hebben om de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] te beschermen gedurende de ondertoezichtstelling. Bij de afweging voor het geven van een schriftelijke aanwijzing heeft de GI gekeken naar de wensen van de ouders en [minderjarige] , naar de huidige situatie binnen het gezin en naar de
veiligheidsrisico's die verbonden zijn aan een verblijf in Syrië. Ook is meegewogen dat de
aanleiding voor de ondertoezichtstelling onder andere lag in zorgen over de veiligheid van [minderjarige] , mogelijke beïnvloeding vanuit het gezinssysteem, achterlating, eergerelateerde problematiek en zorgen over een mogelijke uithuwelijking. Hoewel er de afgelopen periode positieve ontwikkelingen zijn geweest en de samenwerking tussen [minderjarige] , de ouders en de hulpverlening is verbeterd, vindt de GI dat deze zorgen nog onvoldoende zijn weggenomen.
Daarnaast vindt de GI het belangrijk dat de veiligheid van [minderjarige] gewaarborgd kan worden. Wanneer ze in Syrië verblijft, kan de GI geen toezicht houden of ingrijpen wanneer er zorgen ontstaan. Ook zijn de mogelijkheden voor Nederlandse instanties om hulp te bieden zeer beperkt. Voor Syrië geldt een negatief reisadvies (code rood) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarnaast is de Nederlandse ambassade in Syrië gesloten, waardoor geen directe consulaire ondersteuning beschikbaar is wanneer zich problemen voordoen. Ook is er door de GI gekeken naar de situatie die ontstaat wanneer [minderjarige] niet meegaat naar Syrië. Wanneer ze niet met het gezin meereist, verblijft ze gedurende ongeveer vier weken zonder toezicht in Nederland. Daarbij is de zorg dat er geen stabiel netwerk beschikbaar is waarop [minderjarige] gedurende deze periode volledig kan terugvallen voor ondersteuning, begeleiding en toezicht. Daarnaast heeft [minderjarige] aangegeven geen hulpverlening van [jeugdhulpverlening] , Open Door of de GI te willen ontvangen wanneer ze in Nederland moet achterblijven. Bij de familie die de moeder aangedragen heeft, wil [minderjarige] niet verblijven. Ook de plaatsing op een groep is geen optie, omdat [minderjarige] niet overal meer welkom is en ze dit niet wil. Een eventuele uithuisplaatsing is dus geen oplossing en er is momenteel geen plek beschikbaar. Voor een gesloten plaatsing zijn momenteel geen gronden. Er zal dus geen zicht zijn op [minderjarige] op het moment dat zij niet mee mag naar Syrië. Ondanks deze zorgen vindt de GI dat de veiligheidsrisico's die samenhangen met het verblijf van [minderjarige] in Syrië op dit moment zwaarder wegen. De risico's van een verblijf in Nederland zijn aanwezig, maar kunnen mogelijk met passende begeleiding, toezicht en ondersteuning worden beperkt. De risico's van een verblijf in Syrië zijn voor de GI niet of nauwelijks beïnvloedbaar. De GI vindt het dan ook niet in het belang van [minderjarige] om naar Syrië af te reizen, ondanks dat de moeder met de hulpverlening meewerkt, eerlijk is over deze reis en bereid is mee te werken met een veiligheidsplan en te tekenen voor terugkeer van [minderjarige] .
Door de Raad is gesteld dat [minderjarige] kwetsbaar is. Hierbij is er onvoldoende te controleren in hoeverre de ouders open zijn over alles dat speelt en het is onbekend hoe hoog de druk op de moeder is vanuit haar familie. Er zitten risico’s aan zowel het afreizen van [minderjarige] naar Syrië als aan het alleen thuisblijven van [minderjarige] . De Raad neemt in overweging dat [minderjarige] bijna 18 jaar oud is en dus over een aantal maanden zelf kan beslissen om naar Syrië af te reizen. Echter geldt er momenteel code rood in Syrië, waardoor de Raad niet kan instemmen met een verblijf van [minderjarige] in Syrië.
[jeugdhulpverlening] heeft gesteld dat [minderjarige] graag mee wil gaan naar Syrië en dat ze hier, voor zover zij in kunnen schatten, niet in wordt beïnvloed door de ouders. Wanneer [minderjarige] alleen thuis blijft, kan [jeugdhulpverlening] overdag contact met haar hebben, maar in de avonden en nachten kan dit niet. [jeugdhulpverlening] maakt zich zorgen over wat er dan met [minderjarige] gebeurt. Er is geen back up plan voor het moment dat [minderjarige] thuisblijft. Verder hebben de moeder en [minderjarige] in de afgelopen periode een groei doorgemaakt. De moeder accepteert hulpverlening en is eerlijk tegen hen. [jeugdhulpverlening] spreekt het vertrouwen uit richting de moeder. Echter kan de situatie in het gebied in de Syrië waar de ouders naartoe gaan ook veranderen, waardoor [minderjarige] daar dan niet meer veilig zou zijn.
5. De beoordeling
Ontvankelijkheid
De GI kan ter uitvoering van haar taak een schriftelijke aanwijzing geven aan de ouders met gezag over de verzorging en opvoeding van het kind, maar kan ook een schriftelijke aanwijzing geven aan het kind zelf. De kinderrechter kan op verzoek van de ouders met gezag of het kind een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Het indienen van het verzoek om vervallenverklaring moet gebeuren binnen twee weken na de dag waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt. De kinderrechter stelt vast dat het verzoek tijdig is binnengekomen en verklaart de ouders en [minderjarige] daarom ontvankelijk hun verzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
Een schriftelijke aanwijzing wordt beschouwd als een besluit. De kinderrechter beoordeelt eerst of de GI bevoegd was om een schriftelijke aanwijzing te geven. Daarbij is onder meer relevant of de aanwijzing gaat over de uitvoering van de ondertoezichtstelling, meer specifiek over de verzorging en opvoeding van het kind. Ook dient duidelijk te zijn dat de gezaghebbende ouder/het kind ofwel niet meewerkt aan de uitvoering van het plan van aanpak bij de ondertoezichtstelling ofwel dat de aanwijzing noodzakelijk is om een concrete bedreiging in de ontwikkeling van het kind weg te nemen. Als de kinderrechter van oordeel is dat er sprake is van een bevoegd gegeven aanwijzing, wordt die aanwijzing getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
In de eerste plaats is de kinderrechter van oordeel dat de aanwijzing past binnen de ondertoezichtstelling en dat de GI de aanwijzing had mogen geven. De vakantie naar Syrië is belangrijk voor [minderjarige] en haar familie, mede omdat de zus van [minderjarige] in Syrië trouwt en ze hier met het hele gezin bij willen zijn. De GI verleent hier echter geen toestemming voor, omdat ze de veiligheid van [minderjarige] in Syrië niet kunnen waarborgen gezien het feit dat er code rood geldt voor heel Syrië en gezien het risico op uithuwelijking, achterlating of eergerelateerd geweld ten aanzien van [minderjarige] in het verleden. De aanwijzing past daarom binnen de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter is van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing zorgvuldig tot stand is gekomen. De ouders en [minderjarige] hebben een vooraankondiging gehad en hebben op 2 juli 2026 de schriftelijke aanwijzing ontvangen. De GI heeft van tevoren de zienswijze van zowel de ouders als [minderjarige] opgevraagd en meegewogen in het besluit.
Daarnaast is de kinderrechter van oordeel dat de GI de schriftelijke aanwijzing deugdelijk gemotiveerd heeft. Het besluit is helder, concreet en controleerbaar. De redenen staan duidelijk in de aanwijzing en de belangen van de ouders en van [minderjarige] zijn voldoende meegewogen.
Dan komt de kinderrechter toe aan de vraag of de schriftelijke aanwijzing evenredig is in verhouding tot het te dienen doel en of het minst ingrijpende middel is gekozen om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. De kinderrechter is van oordeel dat de schriftelijke aanwijzing voor wat betreft de vakantie naar Syrië een erg ingrijpende maatregel is. [minderjarige] kan als enige van haar gezin niet mee naar Syrië om de bruiloft van haar zus bij te wonen en haar cultuur te leren kennen. Dit heeft grote consequenties voor de familiebanden van [minderjarige] , waardoor ook artikel 8 EVRM wordt geschaad, zonder dat hierbij recente en concrete risico’s zijn benoemd voor [minderjarige] . Daarnaast is gebleken dat er ook grote veiligheidsrisico’s zijn op het moment dat [minderjarige] als enige van het gezin thuis blijft. Er is op dat moment geen back up plan voor haar en haar veiligheid kan niet worden gegarandeerd. Op het moment dat de rest van het gezin naar Syrië gaat, zal [minderjarige] ongeveer vier weken alleen thuis zijn, omdat er geen andere beschikbare plek voor haar is en/of ze hier niet naartoe wil, terwijl er volgens de GI geen gronden zijn voor een gesloten plaatsing. Er zal in die periode dan ook weinig tot geen ondersteuning, begeleiding en toezicht zijn op [minderjarige] en ze zal buiten beeld raken. Het risico dat [minderjarige] dan terugvalt in haar problematiek is groot volgens zowel [minderjarige] , de moeder als de hulpverlening. Haar moeder vormt momenteel een veilige basis en helpt haar om terugval te voorkomen. De kinderrechter is van oordeel dat er andere middelen voorhanden zijn dan een schriftelijke aanwijzing om te bewerkstelligen dat de veiligheid van [minderjarige] zo veel als mogelijk wordt gegarandeerd. Dit kan door het opstellen van een uitgebreid veiligheidsplan voor als [minderjarige] met haar gezin mee gaat naar Syrië. De ouders hebben zich tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard om hieraan mee te werken en er alles aan te doen dat [minderjarige] veilig is en blijft in Syrië. Als haar veiligheid toch in het geding zou komen heeft de moeder een aantal opties gegeven om haar in veiligheid te brengen. De kinderrechter weegt bij haar beslissing ook mee dat [minderjarige] over een half jaar 18 jaar wordt en zelfstandig kan reizen naar Syrië, dat de moeder en [minderjarige] in het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt en dat de moeder bij de GI openheid van zaken heeft gegeven door toestemming te vragen om met het gezin naar Syrië op vakantie te gaan, ondanks dat [minderjarige] stiekem mee wilde gaan. Ondanks code rood in Syrië is de moeder in de afgelopen jaren meerdere keren met de kinderen op en neer gereisd zonder dat dit tot problemen heeft geleid. De kinderrechter beseft zich dat beide opties, te weten het mee laten gaan van [minderjarige] naar Syrië en het alleen thuisblijven van [minderjarige] , risico’s met zich meebrengen. In het geval dat [minderjarige] met de ouders naar Syrië reist voor de vakantie is er in ieder geval toezicht door haar ouders. Zij hebben het gezag over haar en hebben de afgelopen periode laten zien dat zij het beste met [minderjarige] voor hebben en dat zij bereid zijn haar ontwikkeling tot een jonge vrouw met eigen keuzes te ondersteunen.
Het bovenstaande afwegend is de kinderrechter van oordeel dat de maatregel niet in verhouding staat tot het doel en dat de GI niet de minst ingrijpende maatregel heeft gekozen om de veiligheid van [minderjarige] te garanderen. Gezien het bovenstaande zal de kinderrechter de schriftelijke aanwijzingen dan ook gedeeltelijk vervallen verklaren, in die zin dat de eerste twee gedachtestreepjes in de schriftelijke aanwijzing van de ouders en van [minderjarige] vervallen worden verklaard.
De kinderrechter geeft ten overvloede mee dat van de ouders en [minderjarige] wordt verwacht dat ze meewerken aan het veiligheidsplan dat de GI gaat opstellen en dat [minderjarige] , zoals tijdens de mondelinge behandeling benoemd, drie keer per dag videobelcontact heeft met een jeugdbeschermer van de GI of een hulpverlener. Op het moment dat het toch niet veilig blijkt in Syrië voor [minderjarige] , dienen de ouders haar, zoals tijdens de mondelinge behandeling besproken en toegestemd, zo snel als mogelijk in veiligheid te brengen door haar terug te laten vliegen naar Nederland of door haar met de auto naar Turkije te brengen. [minderjarige] dient in goede gezondheid en ongetrouwd terug te keren naar Nederland. De kinderrechter verwacht van de ouders dat ze deze verantwoordelijkheid aankunnen en pakken waar dit nodig mocht zijn.
6. De beslissing
De kinderrechter:
verklaart de schriftelijke aanwijzingen van de GI van 2 juli 2026 (gericht aan de ouders en gericht aan [minderjarige] ) gedeeltelijk vervallen, te weten voor de eerste twee gedachtestreepjes die betrekking hebben op de vakantie naar Syrië.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van drs. Swint als griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open.