RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/449417 / FA RK 26-3150
Datum uitspraak: 6 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. I.H.T.J. Anthonise-Gieling uit Goes.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene (telefonisch), bijgestaan door zijn advocaat;
de heer [persoon 1], behandelaar;
de heer [persoon 2], mede-behandelaar.
2. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3. De standpunten
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat een zorgmachtiging niet nodig is omdat hij bereid is vrijwillig mee te werken aan de behandeling. Hij merkt dat het depot goed werkt en dat hij deze medicatie wil blijven gebruiken. Volgens hem zijn zijn problemen vooral ontstaan door cannabisgebruik en oververmoeidheid en niet door een weigering van de zorg. Betrokkene merkt op dat hij een zorgmachtiging zal accepteren als dit noodzakelijk is zodat hij in ieder geval zorg en onderdak krijgt. Zijn voorkeur ligt echter wel bij een vrijwillig behandeltraject.
De advocaat verzoekt tijdens de zitting namens betrokkene om afwijzing van het verzoek nu betrokkene inmiddels inzicht heeft in de noodzaak van een behandeling en vrijwillig meewerkt aan de medicatie. Betrokkene wil zijn leven buiten de instelling voortzetten en voelt zich tijdens een opname niet goed.
De behandelaar verklaart dat een zorgmachtiging voor betrokkene noodzakelijk is. Hoewel betrokkene op dit moment bereid is de depotmedicatie te accepteren, is uit recente opnames gebleken dat hij tijdens psychotische ontregelingen en middelengebruik de samenwerking met de hulpverlening verliest en vrijwillige zorg niet toereikend is. Gelet op de wisselende bereidheid tot behandeling, de dakloosheid en het risico op ernstig nadeel vindt de arts verplichte zorg noodzakelijk om de behandeling te kunnen waarborgen en de veiligheid van betrokkene te beschermen.
4. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van een psychotische stoornis en autisme met daarbij cannabisgebruik. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Betrokkene laat als gevolg van een psychotische stoornis, in combinatie met autisme en middelengebruik, ernstig ontregeld gedrag zien. Hij vertoont forse agitatie, verbale agressie en impulsief gedrag waarbij hij buurtbewoners heeft bedreigd, vernielingen heeft aangericht en zich ook tijdens de opname ontwrichtend heeft gedragen. Daarnaast onttrekt hij zich aan afspraken waardoor hij zijn woning dreigt te verliezen en maatschappelijke teloorgang dreigt. Tevens zijn er zorgen vanwege de suïcidale voorgeschiedenis van betrokkene en de uitlatingen die hij hierover heeft gedaan.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet nodig en staat wisselend tegenover medicatie en behandeling. De rechtbank stelt op basis van de verklaring van de behandelaar vast dat er een groot risico bestaat dat betrokkene zonder zorgmachtiging opnieuw uit beeld raakt, psychotisch ontregelt en agressief gedrag vertoont. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid – in geval van opname;
- insluiten – in geval van opname;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene – in geval van opname;
- onderzoek aan kleding of lichaam – in geval van opname;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen – in geval van opname;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen - in geval van opname;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie – indien behandeling in een ambulant kader niet langer toereikend is.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 januari 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026 door mr. Smits, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.