[eiseres] B.V., uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd een beslissing heeft genomen over de Eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWB) van haar (ex-)werknemer.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.
Is een toereikende machtiging overgelegd?
3. De rechtbank kan met de reeds overgelegde stukken niet vaststellen of
[persoon] rechtsgeldig is gemachtigd om namens [eiseres] beroep in te stellen.
De rechtbank zal op dit punt echter geen herstel-verzuimbrief sturen omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat het beroep reeds om een andere reden niet ontvankelijk is. Hierna zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.
Is het beroep ontvankelijk?
4. Volgens eiseres kan (ook) tegen het niet tijdig nemen van een ambtshalve te nemen besluit beroep worden ingesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 4 mei 2010 bepaald dat tegen het niet tijdig nemen van een ambtshalve besluit geen beroep kan worden ingesteld indien in de wet geen termijn is gesteld waarbinnen een dergelijk besluit moet zijn genomen.
De rechtbank stelt vast dat het te nemen besluit geen besluit op een aanvraag is, maar een ambtshalve te nemen besluit. Daarvoor is geen wettelijk vastgestelde beslistermijn. Omdat in deze zaak geen besluit is aangevraagd, gaat in dit geval ook niet op dat dan uitgegaan kan worden van de termijn van artikel 4:13, lid 2 van de Awb. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 4 augustus 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.