RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11968501 \ CV EXPL 25-5845
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
HSK GROEP B.V.,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: ‘HSK’,
gemachtigde: Armaere B.V.,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ‘ [gedaagde partij] ’,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, met producties 1 tot en met 4;
het aantekening mondeling verweer van [gedaagde partij] van 19 november 2025, met een productie;
de akte van HSK, met productie A;
de antwoordakte van [gedaagde partij] , met producties;
de akte uitlaten producties van HSK.
Daarna heeft de kantonrechter bepaald dat er een vonnis zal komen.
2. De beoordeling
Hoofdsom
HSK is een zorginstelling voor mentale gezondheid. [gedaagde partij] heeft van HSK psychische hulp ontvangen.
HSK stelt dat [gedaagde partij] een vijftal afspraken niet tijdig heeft geannuleerd (uiterlijk 24 uur voorafgaand aan de afspraak) of dat zij in het geheel niet op afspraken is verschenen. Op grond van de algemene voorwaarden van HSK is [gedaagde partij] een bedrag van € 65,00 per niet (tijdig) geannuleerde afspraak verschuldigd (hierna: ‘no-showbedrag’). HSK vordert daarom in deze procedure [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van een bedrag van (5 x € 65,00 =) € 325,00, vermeerderd met rente en kosten.
[gedaagde partij] betwist dat zij dit bedrag aan HSK verschuldigd is. Volgens haar is niet zij, maar haar werkgever degene die de behandelingsovereenkomst heeft afgesloten. Daarom vindt zij dat zij niet aan die overeenkomst en de bijbehorende algemene voorwaarden is gebonden. Daarnaast voert [gedaagde partij] aan dat zij door haar burn-out niet goed kon inschatten of zij een afspraak meer dan 24 uur van tevoren moest afzeggen. Juist een zorginstelling die psychische hulp verleent, zou dat moeten begrijpen. Het is volgens [gedaagde partij] daarom onredelijk dat zij een bedrag moet betalen omdat zij de afspraak niet (op tijd) heeft afgezegd.
De kantonrechter oordeelt dat tussen HSK en [gedaagde partij] een behandelingsovereenkomst bestaat, ook al zou de werkgever van [gedaagde partij] deze overeenkomst tot stand hebben gebracht. [gedaagde partij] is namelijk degene die de zorg ontvangt. HSK heeft onbetwist gesteld dat [gedaagde partij] daadwerkelijk een aantal behandelingen heeft gehad en dus zorg heeft ontvangen.
De algemene voorwaarden maken deel uit van die behandelingsovereenkomst. [gedaagde partij] heeft erkend dat zij deze voorwaarden heeft ontvangen bij de bevestigingsbrief van 31 juli 2024. Daarnaast staat onder ieder e-mailbericht aan [gedaagde partij] vermeld dat het no-showbeleid van toepassing is. Ook heeft [gedaagde partij] bij een eerdere gemiste afspraak het no-showbedrag betaald. Daaruit blijkt dat [gedaagde partij] bekend was met dit beleid. Niet in geschil is dat [gedaagde partij] de vijftal afspraken waar het in deze zaak om gaat niet uiterlijk 24 uur van tevoren heeft afgezegd.
De kantonrechter volgt [gedaagde partij] niet in haar standpunt dat het in deze situatie onredelijk is om een no-showbedrag in rekening te brengen. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde partij] door haar burn-out een moeilijke periode doormaakte. Dat neemt echter niet weg (1) dat HSK en [gedaagde partij] contractuele afspraken hebben gemaakt over het no-showbedrag en (2) dat HSK kosten maakt voor gereserveerde behandeltijd, terwijl zij een vrijgevallen afspraak die pas op het laatste moment wordt afgezegd meestal niet meer aan een andere cliënt kan geven.
De conclusie is daarom dat [gedaagde partij] het gevorderde no-showbedrag van € 325,00 aan HSK moet betalen.
Wettelijke rente
De door HSK gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 325,00 zal worden toegewezen, tot 29 oktober 2025 berekend op een bedrag van € 14,11.
Buitengerechtelijke kosten
HSK vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. HSK heeft aan [gedaagde partij] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat HSK niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht. Daarom zal een bedrag van € 48,75 worden toegewezen.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom - wettelijke rente tot 29 oktober 2025 - buitengerechtelijke kosten
€€€
325,0014,1148,75
+
Totaal
€
387,86
Proceskosten
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van HSK worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
135,00
- salaris gemachtigde
€
130,50
(1,5 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
455,14
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen in hoger beroep gaat.
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde partij] om aan HSK te betalen een bedrag van € 387,86, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 325,00, met ingang van 29 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 455,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hartman en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.