RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11989204 \ CV EXPL 25-6143
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
N.V. UNIVÉ ZORG,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: ‘Univé’,
gemachtigde: Inkassier,
tegen
[de bewindvoerder] B.V., IN DE HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER IN HET BEWIND VAN [gedaagde partij],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: ‘de bewindvoerder’,
procederend zonder gemachtigde.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, met producties 1 tot en met 5;
de conclusie van antwoord, met producties;
de akte van Univé;
de antwoordakte van de bewindvoerder.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Hoofdsom
Tussen Univé en [gedaagde partij] bestaat een zorgverzekeringsovereenkomst.
Univé stelt dat [gedaagde partij] verschillende zorgkosten over de periode januari 2013 tot en met april 2018 niet heeft betaald. Univé vordert daarom veroordeling van de bewindvoerder tot betaling van € 2.251,09, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De bewindvoerder voert geen inhoudelijk verweer tegen de hoogte van de achterstallige zorgkosten. De bewindvoerder maakt wel bezwaar tegen de door Inkassier gevoerde gang van zaken. Zo heeft Inkassier de in het algemeen door bewindvoerders gehanteerde inventarisatie- en stabilisatiefase niet gerespecteerd, heeft Inkassier haar correspondentie onjuist aan de bewindvoerder geadresseerd en is Inkassier ten onrechte voor de tweede maal een procedure gestart voor (het restant van ) dezelfde vordering, zo stelt de bewindvoerder.
De kantonrechter is van oordeel dat de door Univé gevorderde hoofdsom van € 2.394,66 kan worden toegewezen. De bewindvoerder heeft de verschuldigdheid of de hoogte van deze hoofdsom namelijk niet betwist. De bezwaren van de bewindvoerder zien uitsluitend op de wijze waarop Inkassier de zaak heeft behandeld en hoe zij richting de bewindvoerder heeft gecommuniceerd. De kantonrechter begrijpt dat deze gang van zaken voor de bewindvoerder als vervelend kan zijn ervaren. Deze gang van zaken doet echter niet af aan de verplichting om het verschuldigde bedrag aan Univé te betalen.
Wettelijke rente
De door Univé gevorderde wettelijke rente over het bedrag van € 2.394,66 zal worden toegewezen, tot 8 november 2025 berekend op een bedrag van € 9,34.
Buitengerechtelijke kosten
Univé vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: ‘het Besluit’). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Univé heeft aan de bewindvoerder een aanmaning verstuurd die niet voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. In de aanmaning is namelijk geen betalingstermijn van veertien dagen (maar slechts tien dagen) gegeven die ingaat op de dag na ontvangst van de aanmaning door de bewindvoerder. Dit is wel vereist op grond van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.
Betaling door (de bewindvoerder van) [gedaagde partij]
Univé heeft onbetwist gesteld dat [gedaagde partij] (althans haar bewindvoerder) een bedrag van € 515,91 voldaan. Dat bedrag moet in mindering worden gebracht op de openstaande hoofdsom en de wettelijke rente.
Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom - wettelijke rente tot 8 november 2025
€€
2.394,669,34
+
totaal
€
2.404,00
- betalingen
€
515,91
-/-
Totaal
€
1.888,09
Dit bedrag moet worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2025 tot de dag van volledige betaling.
Proceskosten
De bewindvoerder is voor het grootste gedeelte in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Univé worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
385,00
- salaris gemachtigde
€
325,50
(1,5 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
965,14
Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat het salaris gemachtigde een bijdrage van de ene partij in de kosten van de andere vormt, die niet met btw wordt belast. Over het geheven griffierecht is evenmin btw verschuldigd. De over het (na)salaris en griffierecht gevorderde btw zal dan ook worden afgewezen.
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt de bewindvoerder om aan Univé te betalen een bedrag van € 1.888,09, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 8 november 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 965,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hartman en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.