RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12173199 \ CV EXPL 26-1643
Vonnis van 5 augustus 2026
in de zaak van
TOPZORGGROEP REVALIDATIE B.V.,
te Goes,
eisende partij,
hierna te noemen: Topzorggroep,
gemachtigde: Rosmalen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde partij] ,
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de akte van Topzorggroep.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Partijen zijn een overeenkomst aangegaan. Na uitvoering hiervan heeft Topzorggroep op 13 december 2024 een factuur verstuurd naar [gedaagde partij].
3. Het geschil
Topzorggroep vordert [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van € 3.425,67 aan hoofdsom te vermeerderen met rente, € 233,96 aan rente tot en met 9 maart 2026 en € 565,76 aan buitengerechtelijke incassokosten. Hierop dient in mindering te komen een betaling van [gedaagde partij] voor een bedrag van € 100,00.
[gedaagde partij] betwist de vordering niet. [gedaagde partij] heeft voor ontvangst van de dagvaarding geprobeerd een betalingsregeling te treffen. Na ontvangst van de dagvaarding heeft [gedaagde partij] uiteindelijk een betalingsregeling getroffen met Topzorggroep. [gedaagde partij] heeft daarop betalingen verricht en die betalingen dienen nog op de vordering in mindering te worden gebracht. Doordat partij een betalingsregeling zijn overeengekomen heeft Topzorggroep onnodig proceskosten gemaakt. [gedaagde partij] verzoekt de kantonrechter deze kosten niet voor zijn rekening te laten komen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Hoofdsom en rente
[gedaagde partij] heeft de vordering tot betaling van de hoofdsom en de bijkomende wettelijke rente niet betwist. De vordering is gelet hierop toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten
Topzorggroep vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde partij] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Topzorggroep heeft aan [gedaagde partij] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom is een bedrag van € 565,76 toewijsbaar.
Door [gedaagde partij] verrichte betalingen
[gedaagde partij] heeft vóór dagvaarding en tijdens deze procedure betalingen verricht van in totaal € 1.300,00 (4 x € 300,00 en een betaling van € 100,00). Deze betalingen dienen op grond van artikel 6:44 BW eerst in mindering te worden gebracht op de kosten, daarna op de verschenen rente en tot slot op de hoofdsom. Dit betekent dat de vorderingen met betrekking tot de buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente tot en met 9 maart 2026 daarmee zijn voldaan. Het resterende bedrag van € 500,28 dient in mindering te worden gebracht op de hoofdsom waardoor een bedrag van € 2.925,39 wordt toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente totdat de hoofdsom geheel is betaald.
Proceskosten
[gedaagde partij] heeft verzocht hem niet in de proceskosten te veroordelen vanwege de betalingsregeling met Topzorggroep. De kantonrechter gaat hieraan voorbij. Gebleken is dat partijen vóór dagvaarding al eerder een betalingsregeling zijn overeengekomen die [gedaagde partij] niet is nagekomen. Topzorggroep is niet verplicht om een betalingsregeling met [gedaagde partij] overeen te komen. Daarnaast is de huidige betalingsregeling overeengekomen op voorwaarde dat in deze procedure vonnis wordt gewezen.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Topzorggroep worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,77
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.402,77
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde partij] om aan Topzorggroep te betalen een bedrag van € 2.925,39 wegens hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover, met ingang van 10 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, aan de zijde van Topzorggroep vastgesteld op € 1.402,77, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.