RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449678 / FA RK 26-3283
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats], Thailand,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.J. van Rooij uit Purmerend.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], psychiater;
Ook was aanwezig mevrouw [persoon 2], sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Zij is echter niet gehoord.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 19 augustus 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
De betrokkene geeft aan dat zij geen bezwaar heeft tegen verlening van een zorgmachtiging als een soort vangnet, zodat gewaarborgd wordt dat zij haar medicatie zal blijven gebruiken en zij de contacten met het FACT-team zal accepteren. De betrokkene heeft die zorg al een paar jaar en dat gaat goed. In het verleden is betrokkene opgenomen geweest bij [accommodatie]. Betrokkene heeft toen de diagnose schizofrenie gekregen. Met die diagnose kan betrokkene zich niet verenigen. Volgens betrokkene kent zij een belast verleden en is zij daardoor drugs gaan gebruiken. De laatste keer dat betrokkene drugs gebruikte dateert van zo’n drie maanden geleden. Betrokkene gebruikte toen ook alcohol. Betrokkene ziet in dat dat met de medicatie geen goede combinatie is. Enkel medicatie is beter. Wel ervaart betrokkene van de medicatie bijwerkingen. Betrokkene hoopt daarom dat de medicatie nog kan worden afgebouwd.
De psychiater brengt naar voren dat zij niet (meer) onomstotelijk kan vaststellen dat bij betrokkene sprake zou zijn van schizofrenie. Er is nu enkel nog van een psychotische kwetsbaarheid sprake.
Wel is het gebruik van joints voor betrokkene een belangrijke factor waardoor psychoses ontstaan. Ten gevolge daarvan heeft betrokkene geregeld katatone klachten laten zien. Gezien wordt voorts dat betrokkene dan geregeld tot impulsieve acties komt, door bijvoorbeeld opeens naar Thailand te vertrekken. Betrokkene is toen haar woonruimte kwijtgeraakt. Een aansluitende zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden acht de psychiater al met al nog zeer wel aangewezen. Dit temeer omdat de medicatie van betrokkene wordt afgebouwd.
De advocaat voert aan dat betrokkene jarenlang de diagnose schizofrenie heeft gekregen en dat dit bij haar te zeer negatieve gevoelens oproept. Betrokkene vindt het daarom fijn dat haar huidige behandelend psychiater het enkel heeft over een psychotische kwetsbaarheid. De advocaat geeft aan dat het voor betrokkene heel belangrijk is dat dit zo in de te geven beschikking wordt opgenomen. Daarnaast betwist betrokkene dat bij haar tevens sprake zou zijn van een verslavingsstoornis. Van ernstig nadeel is op dit moment evenmin sprake.
Gezien het verleden kan de advocaat zich voorstellen dat van (het risico op) ernstig nadeel nog sprake is. Indien de rechtbank een zorgmachtiging zal afgeven, verzoekt de advocaat om in elk geval de verplichte vormen van zorg “het toedienen van vocht en voeding” en het beperken van betrokkene in het gebruik van communicatiemiddelen af te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op grond van de stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en de ter zitting gedane verklaring van de behandelend psychiater van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een psychotische kwetsbaarheid.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij met name in aanmerking dat betrokkene steeds terugkerende psychoses laat zien, mede geluxeerd door het gebruik van soft drugs, waarbij dan sprake is van desorganisatie en momenten van (zelfs levensgevaarlijke) katatonie. Tevens is betrokkene dan bij momenten agressief.
Ook gaat betrokkene zwerven, is zij daardoor in het verleden dakloos geraakt , waarbij totale zelfverwaarlozing optreedt.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis, omdat betrokkene een beperkt ziekte-inzicht en ziektebesef kent. Zo heeft betrokkene (eerder) ook aangegeven te zullen stoppen met haar depotmedicatie als deze niet langer verplicht zou zijn. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, hieronder in dit geval te verstaan dat betrokkene haar medewerking zal verlenen aan de ambulante behandelcontacten met het FACT-team. De frequentie van deze contacten zullen op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene worden bepaald.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten
- toedienen van vocht, voeding, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van
een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een
somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten in de vorm van het
gebruik van communicatiemiddelen.
worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat ter zitting is gebleken dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te kunnen wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.