RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449595 / FA RK 26-3238
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. C.L.M. Gommers uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 juni 2026;
het op 1 juli 2026 ontvangen e-mailbericht van de mentor.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon], behandelend psychiater, werkzaam bij de GGZ Breburg.
2. Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 17 augustus 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4. De standpunten
De betrokkene geeft aan dat het op dit moment goed met haar gaat. Betrokkene ziet in dat dat geen vanzelfsprekendheid is. Betrokkene verzet zich daarom niet tegen het verzoek dat zij ziet als een vangnet ingeval het met haar onverhoopt weer minder mocht gaan. Betrokkene vindt het belangrijk dat er aandacht blijft bestaan voor het correct gebruiken het actuele signaleringsplan. Zo vindt betrokkene met name haar zus, haar zoon en haar wandelmaatje personen die van belangrijke waarde kunnen zijn bij het oppikken van signalen dat het niet goed gaat met betrokkene.
De psychiater verklaart dat hij het verzoek als zijnde een vangnet ondersteunt. Betrokkene is bekend met diabetes. Indien het met betrokkene onverhoopt minder gaat, is dit één van de eerste dingen waarvoor betrokkene dan geen oog meer heeft en is er daardoor bij haar sprake van een snelle ontregeling van haar diabetes en achteruitgang van haar gezondheid. Ook is er na een langere tijd van verward zijn steeds een wat langere tijd nodig om te herstellen. De psychiater acht het van belang dat er in voorkomend geval dan snel kan worden ingegrepen. Zo moest betrokkene zowel in 2024 als in 2025 na een decompensatie worden opgenomen. Daarbij acht de psychiater een zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden aangewezen, omdat hij verwacht dat de kwetsbaarheid van betrokkene na ommekomst van 6 maanden niet anders zal zijn. Alhoewel de psychiater van mening is dat (de toepassing van) een actueel signaleringsplan met name de taak is van het woonbegeleidingsteam van betrokkene, verklaart hij zich bereid om dit punt met hen te bespreken.
De advocaat stelt vast dat betrokkene over een goede zelfreflectie beschikt en dat betrokkene zich tegen het verzoek als zijnde een vangnet niet verzet. De advocaat kan zich voorstellen dat de rechtbank het voorliggend verzoek zal toewijzen en dat zij daarin de ter zitting besproken verplichte vormen van zorg zal opnemen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is op basis van de stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en de behandeling ter zitting van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, meer specifiek een bipolaire stemmingsstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt hierbij met name in aanmerking dat betrokkene tijdens een manische ontregeling zichzelf verwaarloost. Betrokkene vergeet dan voor zichzelf te zorgen en neemt haar insuline en overige medicatie niet meer in, hetgeen leidt tot ontregeling van haar diabetes en dit kan leiden tot lichamelijke schade. Ook kan het gedrag van betrokkene tijdens een manie leiden tot een verhoogde prikkelbaarheid, waarmee betrokkene bij derden agressie kan opwekken. Bovendien kan betrokkene tijdens een ontregeling doodsgedachten hebben.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene op dit moment goed aan de benodigde zorg meewerkt. Het recente verleden heeft echter laten zien dat betrokkene haar medicatie niet altijd even trouw inneemt en dan in korte tijd flink kan ontregelen. Dat heeft toen heeft geleid tot manische ontregelingen. Zowel in 2024 als in 2025 moest betrokkene om die reden nog worden opgenomen. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. De rechtbank overweegt hierbij dat deze vorm van verplichte zorg er in dit geval op ziet, dat betrokkene zal meewerken aan het toelaten van ambulante contacten met het FACT-team. De frequentie van deze contacten zullen op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene worden bepaald.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen,
ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis,
ter behandeling van een somatische aandoening;
- het onderdeel ‘in de vorm van het gebruik van communicatiemiddelen’ bij de
verplichte vorm van zorg: aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen
leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten
in de vorm van het gebruik van communicatiemiddelen,
worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat ter zitting is gebleken dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te kunnen wenden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverwegingen 5.6. en 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 juli 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 15 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.