RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449989 / FA RK 26-3451
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. J. Nederlof uit [geboorteplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 juli 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
mevrouw [persoon 1] , psychiater;
de heer [persoon 2] , ambulant behandelaar van het FACT-team.
Tevens waren aanwezig de heer [persoon 3] , agoog, en de heer [persoon 4] , verpleegkundige. Zij zijn echter niet gehoord.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel bij de [accommodatie]. De burgemeester van gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 3 juli 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4. De standpunten
Betrokkene geeft aan dat bij hem sprake is van een opbouw van eenzaamheid over langere tijd. Dat werd betrokkene teveel. Betrokkene deed toen de in de stukken vermelde suïcidepoging. De huidige opname valt betrokkene zwaar. Hij wil de gesprekken met zijn psycholoog weer gaan oppakken, om uiteindelijk weer te kunnen meedoen in de samenleving, door bijvoorbeeld het hebben van een baan en het volgen van een opleiding. Naar de mening van betrokkene zal op een later moment voor hem tevens traumabehandeling nodig zijn.
Na een korte schorsing van de mondelinge behandeling voor overleg met zijn advocaat, verklaart betrokkene bereid te zijn om zijn verblijf in de instelling voor korte tijd voort te zetten, zodat voor een verantwoorde terugkeer naar de thuissituatie eerst een en ander op orde kan worden gebracht en een herhaling van het gebeurde kan worden voorkomen.
De psychiater verklaart dat zij bereid is om met betrokkene mee te denken over hoe lang een klinische behandeling nog strikt noodzakelijk zal zijn. Voor dit moment acht de psychiater het voor een terugkeer van betrokkene naar huis te vroeg. Zo is met betrokkene de ernst van de suïcidepoging nog niet besproken kunnen worden, en zolang betrokkene niet doordrongen is van de ernst van dat feit, bestaat er volgens de psychiater een gerede kans op herhaling. Verder heeft betrokkene ook nog tijdens de opname geprobeerd zichzelf van het leven te beroven. Naar de mening van de psychiater laat betrokkene nu ten aanzien van zijn doodswens een wisselend toestandsbeeld zien en is hij pas recent gestart met antidepressiva. Om deze redenen acht de psychiater het voor een ontslag van betrokkene te vroeg. De psychiater geeft aan dat zij met alle betrokkenen op donderdag 9 juli 2026 een afstemmingsoverleg ingepland heeft staan. Indien dan met alle betrokkenen goede afspraken gemaakt kunnen worden en een ontslag verantwoord kan zijn, wil de psychater daartoe overgaan. Naar de mening van de psychiater zal al met al binnen zo’n week meer duidelijk moeten kunnen zijn. Zij nodigt betrokkene met nadruk uit om gegevens van de 2 mensen die hem het meeste bijstaan aan haar te verstrekken zodat zij ook voor dit gesprek kunnen worden uitgenodigd.
De ambulant behandelaar van het FACT-team onderschrijft de visie en het standpunt van de psychiater.
De advocaat onderschrijft namens betrokkene het plan van aanpak zoals door de behandelend psychiater naar voren is gebracht. Dat zo zijnde verzoekt de advocaat (formeel) om de crisismaatregel voor de duur van één week voort te zetten en het verzoek voor het overige af te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
De rechtbank neemt hierbij met name in aanmerking dat bij betrokkene onverminderd nog sprake is van suïcidegevaar.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Uit de overgelegde stukken, in het bijzonder de medische verklaring, en de behandeling ter zitting blijkt namelijk dat bij betrokkene sprake is van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, depressieve-stemmingsstoornissen en middelgerelateerde-en verslavingsstoornissen.
De stoornis is door of namens betrokkene ook niet betwist.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene zelfs gedurende de huidige opname geprobeerd heeft zich van het leven te beroven.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder in dit geval te verstaan dat betrokkene zijn medewerking zal verlenen aan ambulante behandelcontacten. De frequentie van deze contacten wordt op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene bepaald;
- opnemen in een accommodatie (zo kort als verantwoord mogelijk is).
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten
het toedienen van vocht en voeding;
het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen,
ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter
behandeling van een somatische aandoening;
insluiten;
het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot
gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten in de vorm van het
gebruik van communicatiemiddelen.
worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat ter zitting is gebleken dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te kunnen wenden.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Weliswaar heeft betrokkene zich ter zitting bereid verklaard om zijn verblijf nog voor korte tijd voort te zetten. Echter, niet zeker is of betrokkene die toezegging kan nakomen en met alle mogelijke middelen en maatregelen moet voorkomen moet worden dat betrokkene naar zijn doodswensen zal handelen uit een opwelling. Een onomkeerbare situatie moet te allen tijde worden voorkomen. Kortom, het is nog te vroeg om te kunnen zeggen dat de zorg op vrijwillige basis op een verantwoorde manier kan plaatsvinden.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Het voorgaande brengt met zich dat het verzoek qua duur in volle omvang zal worden toegewezen, en wel voor de verzochte drie weken. De rechtbank acht dit een gepaste duur gezien het huidige toestandsbeeld van betrokkene en omdat een paar dagen na de zitting eerst nog het genoemde afstemmingsoverleg dient plaats te vinden om te bespreken of de crisissituatie voldoende geluwd is. Vervolgens zal nog enige tijd nodig zijn om het verblijf van betrokkene in de thuissituatie dusdanig te organiseren dat dit, met de zorg vanuit het FACT-team, zo verantwoord mogelijk zal zijn.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.5. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 juli 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen , griffier en op schrift gesteld op 16 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.