ECLI:NL:RBZWB:2026:7337

ECLI:NL:RBZWB:2026:7337

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-07-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer C/02/435433 FA RK 25-2518
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Echtscheiding met nevenvoorzieningen. UHA verwijzing. Aanhouding beslissing op verzoeken met betrekking tot de wijze van verdeling van de huwelijksgemeenschap.

Uitspraak

3. De verzoeken

De vrouw verzoekt nu, samengevat:

­ de echtscheiding uit te spreken;

­ te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw en op haar adres staan ingeschreven;

­ een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voor [minderjarige 3] vast te stellen, in die zin dat [minderjarige 3] gedurende een weekend per veertien dagen van vrijdag 16:30 uur tot zondag 16:30 uur bij de man verblijft en in beginsel iedere woensdagmiddag na school tot 17:00 uur, alsmede de helft van de vakanties;

­ de wijze van verdeling van de gemeenschap te gelasten conform het voorstel van de vrouw onder 11 tot en met 17 van het verzoekschrift;

­ de vrouw bij niet medewerking van de man vervangende toestemming te verlenen voor het notariële transport van de woning aan de koper(s) in die zin dat de door de rechtbank te geven beschikking in de plaats treedt van de handtekening van de man;

­ te bepalen dat deze beschikking in de plaats treedt van alle vereisten die nodig zijn voor de beëindiging van de VOF waaronder met name van de handtekening van de man op de beëindigingsovereenkomst.

De man verzoekt nu, samengevat:

­ de echtscheiding uit te spreken;

­ een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, waarbij [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] eenmaal per veertien dagen van vrijdag 16:30 uur tot zondag 16:30 uur bij de man verblijven, [minderjarige 3] daarnaast ook elke woensdagmiddag en verder dat [minderjarige 1] , [minderjarige 3] en [minderjarige 2] de helft van de vakanties en feestdagen bij de man verblijven;

­ te bepalen dat partijen binnen vier weken na de beschikking van de rechtbank gezamenlijk opdracht geven aan een NVM-makelaar teneinde een taxatie te verrichten en te bepalen dat de vrouw de echtelijke woning binnen drie maanden na datum van de taxatie de woning zal overnemen tegen de alsdan bepaalde taxatiewaarde en de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid zal ontslaan, onder de gehoudenheid dat de vrouw de helft van de overwaarde aan de man zal voldoen;

­ te bepalen dat, indien de vrouw niet in staat is om de woning binnen de gestelde termijn over te nemen, partijen binnen vier weken gezamenlijk opdracht zullen geven aan een NVM-makelaar teneinde het verkooptraject te starten, waarbij de NVM-makelaar de bied- en laatprijs zal bepalen;

­ te bepalen dat iedere partij afzonderlijk bevoegd is tot het verstrekken van een verkoopopdracht aan een NVM-makelaar indien partijen niet binnen vier weken gezamenlijk opdracht aan de NVM-makelaar hebben gegeven;

­ te bepalen dat partijen verplicht zijn om hun medewerking te verlenen aan het notariële transport van de woning aan de koper;

­ te bepalen dat bij een verkoop aan een derde de kosten van de makelaar, de notaris en de overige kosten van levering bij helfte worden gedeeld, alsmede te bepalen dat de netto verkoopopbrengst bij helfte wordt gedeeld;

­ te bepalen dat de banksaldi, inclusief broodfonds, per peildatum bij helfte worden gedeeld.

4. De beoordeling

Echtscheiding

De rechtbank acht de vrouw en de man ontvankelijk in hun echtscheidingsverzoeken. De door hen aangevoerde omstandigheden zijn van dien aard dat redelijkerwijs niet van hen kan worden verlangd dat een door beide partijen ondertekend ouderschapsplan wordt overgelegd.

Op uitdrukkelijk verzoek van partijen zal de rechtbank nu beslissen op het niet weersproken verzoek tot echtscheiding, het hoofdverblijf en de verwijzing naar de hulpverlening ten aanzien van de kinderen, zodat dat zo spoedig mogelijk van start kan gaan. De beslissing over de overige nevenvoorzieningen, waar partijen het (gedeeltelijk) niet over eens zijn, zal worden aangehouden.

Hoofdverblijf

Het verzoek tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw zal als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen, nu niet is gebleken dat het belang van de kinderen zich tegen deze regeling verzet.

Regeling zorg- en opvoedingstaken

Standpunten

Namens en door de vrouw is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

De vrouw verzoekt om vaststelling van een zorgregeling voor alleen [minderjarige 3] . [minderjarige 1] en [minderjarige 2] willen niet naar hun vader gaan en de vrouw kan hen niet dwingen. Uiteraard mogen de kinderen naar de man toegaan als zij dat willen. Partijen hebben een concept ouderschapsplan opgesteld, maar dat is uiteindelijk niet ondertekend. Er is gedoe geweest rondom het halen en brengen van de kinderen. De vrouw staat nu ook niet meer achter de regeling in het concept ouderschapsplan. De kinderen hebben het moeilijk door de scheiding en vooral [minderjarige 3] zit klem. Partijen hebben inmiddels hulpverlening bij [jeugdorganisatie] ingeschakeld, waaronder hulpverlening voor de kinderen in de vorm van een kindbehartiger. Door [jeugdorganisatie] wordt ingezet op solo parallel ouderschap. Verder heeft de vrouw enkele dagen voor de zitting van de man een bericht ontvangen waarin hij meldt dat hij is ingetrokken bij zijn nieuwe partner. [minderjarige 3] is daar onlangs samen met de man geweest en toen heeft [minderjarige 3] met de hond op de bank geslapen. De vrouw weet nog niets over de nieuwe huisvesting van de man en mede gelet op hetgeen [minderjarige 3] heeft verteld heeft zij zorgen over de nieuwe woonsituatie van man.

Tot slot kan de vrouw er mee instemmen als de hulpverlening bij [jeugdorganisatie] wordt voortgezet in het kader van het Uniform Hulpaanbod (hierna: UHA).

Namens en door de man is, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd.

De man is het niet eens met de door de vrouw voorgestelde zorgregeling. Hij wil meer contact en met alle kinderen. Daarom verzoekt hij zelfstandig dat er voor de drie kinderen voor de weekenden, vakanties en feestdagen één en dezelfde zorgregeling geldt. De man kan zich indenken dat er voor [minderjarige 1] een soepelere regeling wordt afgesproken, maar niet voor de andere twee kinderen. De kinderen moeten op een gelijkwaardige manier worden behandeld. De man wil [minderjarige 1] overigens weer graag zien en denkt dat [minderjarige 1] dat met de juiste hulpverlening ook weer zal willen. De man bevestigt dat partijen hulpverlening hebben aangevraagd bij [jeugdorganisatie] en dat hij de papieren daarvoor heeft getekend. Verder heeft de man bevestigd dat hij onlangs is verhuisd en dat hij is gaan samenwonen. In de woning bij zijn nieuwe partner is een slaapplek voor [minderjarige 3] en [minderjarige 2] , maar nu nog niet voor [minderjarige 1] . Tot slot kan ook de man er mee instemmen als de hulpverlening bij [jeugdorganisatie] wordt voortgezet in het kader van het UHA.

De Raad heeft de rechtbank geadviseerd om partijen in het kader van het UHA voor hulpverlening door te verwijzen. De Raad ziet enerzijds dat sprake is van een ernstig verstoorde ouderrelatie, maar anderzijds dat beide partijen daar iets aan willen doen door het traject bij [jeugdorganisatie]. De Raad vindt dat aan kinderen van twaalf, en ook van veertien jaar oud, een zorgregeling kan worden opgelegd. Als de vrouw zegt dat zij de kinderen niet kan dwingen, dan voelen de kinderen de ruimte en nemen zij die. Emoties en gevoelens van kinderen zijn belangrijk, maar de kinderen hebben wat dat betreft ook naar hun ouders te luisteren. Overigens kan de Raad zich wel indenken dat dit wat betreft [minderjarige 1] genuanceerder ligt, gelet op zijn autisme. De Raad vraagt zich echter wel af wat het met [minderjarige 1] doet als er voor hem een andere regeling zou gelden dan voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . Belangrijk is dat beide ouders beseffen, en dat ook uitdragen, dat zij een verantwoordelijkheid hebben in het nakomen van de zorgregeling. De man moet zich ook houden aan de afgesproken regeling als hij financiële problemen heeft. De Raad vindt het belangrijk dat partijen de hulpverlening bij [jeugdorganisatie] voortzetten, maar nu via het UHA. In dat geval ontvangen de Raad en de rechtbank een bericht als het hulpverleningstraject bij [jeugdorganisatie] onverhoopt mocht mislukken en komt er meer regie in de reeds ingezette hulpverlening.

[minderjarige 1] heeft in het gesprek met de kinderrechter onder meer verteld dat hij zijn vader al tien of elf maanden niet heeft gezien. [minderjarige 1] vindt dat wel ‘chill’. Hij vindt dat het thuis nu veel beter gaat. Er is veel minder ruzie en de sfeer is een stuk gezelliger. Misschien dat [minderjarige 1] zijn vader later weer wil zien, maar de komende paar jaar niet. Hij heeft veel ruzie gehad met zijn vader, onder andere over het avondeten. Er zijn dingen gebeurd die niet zo fijn zijn. Hij wil daarom op dit moment geen contact met zijn vader, ook niet in de vorm van appberichten of een kaartje. Verder praat [minderjarige 1] op dit moment met een hulpverlener.

[minderjarige 2] heeft aan de kinderrechter onder meer verteld dat het thuis een stuk beter gaat dan eerst. Zij mag vrij weinig van haar vader, haar moeder laat haar meer los. [minderjarige 2] heeft met haar vader veel meegemaakt aan de eettafel. Zo moest ze van hem dingen eten die zij niet lust en net zo lang aan tafel blijven zitten tot ze het eten op was. Zij wil geen vaste contactregeling. Zij ziet haar vader één keer per maand of één keer per twee maanden en zij vindt het zo goed. [minderjarige 2] wil niet bij haar vader slapen. Verder vindt [minderjarige 2] het vervelend als er hulpverleners naar school komen die haar uit de klas halen.

[minderjarige 3] heeft de kinderrechter verteld dat hij veel last heeft van de scheiding. Hij is daar erg verdrietig over. Soms krijgt hij hoofdpijn van de scheiding, voelt hij zich slaperig en wordt hij misselijk. Dan kan hij niet goed werken op school en kan hij zich niet concentreren. Soms gaat het goed thuis bij mama, maar soms heeft [minderjarige 3] ruzie met haar. [minderjarige 3] vindt het moeilijk om in het weekend van zijn vader naar zijn moeder te gaan en andersom, want hij moet dan steeds zijn spullen inpakken. [minderjarige 3] vindt het wel leuk om naar zijn vader te gaan. Zijn vader is nu leuker dan voorheen. Hij zou het liefste willen dat zij allemaal weer samen in één huis wonen, maar dan wel met de papa zoals hij nu is.

Beoordeling

Op grond van de stukken en wat is besproken op de zitting stelt de rechtbank vast dat de onderlinge verstandhouding en oudercommunicatie tussen partijen ernstig is verstoord. Het lukt partijen als de ouders van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] (hierna ook te noemen: ouders) samen niet de problemen tussen hen op te lossen. Ouders zijn daarom een hulpverleningstraject aangegaan bij [jeugdorganisatie]. Dat is een eerste goede stap die partijen samen al hebben gezet. De rechtbank vindt het, net als de Raad, evenwel nodig dat voor deze ouders en hun minderjarige kinderen een passend (jeugd)hulpverleningstraject bij een zorgaanbieder wordt ingezet, in die zin dat het huidige hulpverleningstraject bij [jeugdorganisatie] wordt voortgezet in het kader van het UHA zodat er meer regie kan worden gevoerd en gekeken kan worden of ook nog andere hulpverlening al dan niet noodzakelijk is. Opgemerkt wordt dat het dus uitdrukkelijk niet de bedoeling is dat in het kader van het UHA nu bij een andere zorgaanbieder hulpverlening wordt ingeschakeld; het reeds ingezette traject bij [jeugdorganisatie] dient in ieder geval te worden voortgezet.

Ouders hebben tijdens de zitting ermee ingestemd dat de rechtbank hen en hun minderjarige kinderen voor (jeugd)hulpverlening verwijst naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant. De verwijzing heeft op 25 juni 2026 plaatsgevonden met het verzenden van het verwijzingsformulier naar het loket. Deze beschikking geldt als bevestiging dat ouders met de doorverwijzing en de voorwaarden daarvan hebben ingestemd.

Met de inzet van het (jeugd)hulptraject gaan de ouders, zo is met hen afgesproken, in ieder geval werken aan het behalen van de volgende resultaten:

­ de ouders hebben inzicht in de (psychologische) gevolgen van de scheiding voor het kind;

­ het kind heeft een stem in het scheidingsproces, voelt zich gehoord en gesteund.

Gebleken is dat ouders daarnaast ook op andere onderdelen hulp en ondersteuning nodig hebben. Daarom heeft de rechter na overleg met de ouders besloten dat zij samen met een zorgaanbieder ook gaan werken aan het behalen van het de volgende resultaten:

­ de (gezagdragende) ouders zorgen voor afspraken en beslissingen die in het belang zijn van het kind (lichte interventie);

­ het kind en de (gezagdragende) ouders hebben onbelast contact met elkaar;

­ de nieuwe gezinssituaties zorgen gezamenlijk voor een goede basis voor de ontwikkeling van het kind.

De resultaten heeft de rechtbank ook vastgelegd in een resultatenlijst. Deze lijst is meegezonden met het verwijzingsformulier.

Na afloop van het (jeugd)hulpverleningstraject maakt de zorgaanbieder een rapportage op over het verloop en het resultaat van het traject. Deze rapportage wordt als bijlage bij het door de gemeente/toegang op te maken rapport gevoegd. De rechtbank verzoekt het loket om de volledige UHA rapportage uiterlijk op de hierna te noemen pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank in te dienen.

Als de hulp heeft geleid tot een positief resultaat, stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage uit te laten of een mondelinge behandeling nodig is. De advocaten maken in hun reactie kenbaar wat het resultaat van de hulpverlening betekent voor de verzoeken met betrekking tot het de kinderen.

Als de hulp niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat verzoekt de rechtbank het loket de volledige UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad. De Raad toetst en beoordeelt dan of een onderzoek of interventie zal worden verricht. De Raad informeert de rechtbank binnen twee weken na ontvangst van de eindrapportage of er aanleiding is een onderzoek of interventie te starten.

Wanneer de Raad geen aanleiding ziet voor een onderzoek of interventie, maar op grond van de UHA rapportage direct een advies kan geven, stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid zich over dit advies, alsmede over het verdere procesverloop uit te laten.

Wanneer de Raad een onderzoek wel noodzakelijk vindt, dan verzoekt de rechtbank de Raad dit onderzoek te verrichten en daarover bij de rechtbank een rapport en advies in te dienen ter beantwoording van de volgende vragen:

­ Welke zorgregeling (inclusief vakanties) door de ouders komt het meest tegemoet aan de belangen van de minderjarige kinderen?

­ Hoe dient de (definitieve) regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?

­ Dient de regeling voor alle drie de kinderen hetzelfde te zijn? Of brengt het belang van (één of meer van) de kinderen met zich dat er wordt gedifferentieerd per kind?

­ Welke andere feiten/of omstandigheden die uit het onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vragen aan de orde gesteld en zijn wel van belang om te vermelden?

Deze beschikking is een verzoek aan de Raad om dit onderzoek te verrichten, indien het traject niet is gestart of niet positief wordt afgesloten én de Raad dat onderzoek noodzakelijk acht.

Na een onderzoek of interventie van de Raad stelt de rechtbank ouders (en hun advocaten) in de gelegenheid op de rapportage van de Raad te reageren en zich uit te laten over het verdere procesverloop.

De ouders zijn tijdens de zitting geïnformeerd over de privacy aspecten van de doorverwijzing. Zij hebben met het delen van de privacy gegevens en de voorwaarden waaronder de verwijzing plaatsvindt ingestemd.

Omdat ouders en hun kinderen in de gelegenheid worden gesteld deel te nemen aan het (jeugd)hulpverleningstraject beslist de rechtbank nu niet op de verzoeken met betrekking tot de definitieve zorg-/contactregeling, maar houdt zij de beslissing daarover voor de duur van zes maanden aan.

Op verzoek van het loket en/of de gemeente/toegang kan de rechtbank deze termijn verlengen. Dit verzoek moet gemotiveerd worden gedaan. Als de verlenging wordt toegestaan dan geeft de rechtbank een nieuwe pro forma datum door.

Aanhouding van beslissing op overige nevenverzoeken

Omdat de verwijzing in het kader van het UHA zo spoedig mogelijk bij beschikking moet worden afgegeven, wordt de zaak voor de beoordeling van de overige nevenverzoeken (kort gezegd het gelasten van de wijze van verdeling) waarop nog niet is beslist aangehouden tot 28 juli 2026, voor het afgeven van een nadere beschikking.

5. De beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2011 in de gemeente Tilburg met elkaar gehuwd;

bepaalt, uitvoerbaar bij voorraad, dat de minderjarige kinderen:

1. [minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2011;

2. [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2014;

3. [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 3] 2016;

hun hoofdverblijf hebben bij de vrouw;

verwijst ouders en hun minderjarige kinderen voor een (jeugd)hulptraject ten behoeve van de hierboven genoemde resultaten naar het loket van de samenwerkende gemeenten in de regio Midden-Brabant. Het loket zal de ouders en kinderen vervolgens via de toegang van de woonplaatsgemeente van de kinderen verwijzen naar de zorgaanbieder [jeugdorganisatie], bij welke zorgaanbieder voor de ouders en hun minderjarige kinderen al een (jeugd)hulptraject is opgestart, met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 4.10 is overwogen;

verzoekt het loket om uiterlijk op 26 januari 2027 pro forma, of zoveel eerder als mogelijk is, de UHA rapportage over het verloop en de resultaten van het (jeugd)hulpverleningstraject bij de griffie van de rechtbank in te dienen;

verzoekt het loket, wanneer het traject niet is gestart of niet heeft geleid tot een positief resultaat, de UHA rapportage ook direct toe te sturen aan de Raad;

verzoekt de Raad binnen veertien dagen na binnenkomst van de UHA rapportage de rechtbank te informeren of hij aanleiding ziet een onderzoek of interventie te starten;

verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda wanneer het (jeugd)hulptraject niet is voortgezet of niet heeft geleid tot een positief resultaat, dan wel als de Raad daartoe zelf aanleiding ziet, een onderzoek in te stellen ter beantwoording van de in rechtsoverweging 4.18 vermelde vragen en daarover te rapporteren en te adviseren;

verzoekt de Raad zijn rapport en advies binnen vier maanden nadat de Raad de rechtbank heeft laten weten dat een onderzoek of interventie zal worden verricht bij de rechtbank in te dienen;

houdt de beslissing op de verzoeken met betrekking tot de verdeling van zorg- en opvoedingstaken over de minderjarige kinderen en de overige nevenverzoeken aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. Vos, (kinder)rechter, en in tegenwoordigheid van Van der Veeken, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand