[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking West-Brabant, de heffingsambtenaar.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van belanghebbende om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van de heffingsambtenaar van 23 april 2024. Belanghebbende heeft het beroep ingetrokken, omdat hij met de heffingsambtenaar een compromis heeft bereikt.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. De heffingsambtenaar heeft de rechtbank meegedeeld dat belanghebbende geen aanspraak kan maken op een vergoeding van proceskosten naast de vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht, zoals vermeld in het compromisvoorstel waar belanghebbende mee in heeft gestemd.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de belastingrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
Is de heffingsambtenaar aan belanghebbende tegemoetgekomen?
4. Op 12 juni 2024 heeft belanghebbende beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waarin het bezwaar van belanghebbende ongegrond is verklaard. De heffingsambtenaar heeft met belanghebbende een compromis gesloten, waarbij de WOZ-waarde van de woning van belanghebbende is verlaagd naar € 509.000, - en de aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing zijn verminderd. Hiermee is de heffingsambtenaar tegemoetgekomen aan het beroep van belanghebbende.
Moet de heffingsambtenaar de proceskosten van belanghebbende vergoeden?
5. Belanghebbende heeft bij de intrekking van zijn beroepschrift verzocht om een veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten. Belanghebbende stelt dat hij uren heeft moeten opnemen in verband met zijn aanwezigheid bij de taxatie van zijn woning. Belanghebbende stelt daarom recht te hebben op een vergoeding van verletkosten van € 191,31. Dit bedrag vindt zijn oorsprong in de drieënhalf uur verlof die zijn opgenomen in verband met zijn aanwezigheid. De rechtbank constateert dat belanghebbende verzoekt om een vergoeding van verletkosten. Verletkosten zijn kosten van het tijdsverzuim voor het bijwonen van een zitting. In het onderhavige geval heeft belanghebbende een taxatie bijgewoond, die niet kan worden aangemerkt als een door de rechter geïnitieerde taxatie, en geen zitting op de rechtbank. Er is ook geen sprake van een onderzoekshandeling op initiatief van de rechter. Verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals deze bedoeld zijn in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Krijgt belanghebbende een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat de heffingsambtenaar verplicht is het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden. De heffingsambtenaar heeft in het compromis al toegezegd dit bedrag aan belanghebbende te vergoeden.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 6 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.