ECLI:NL:RBZWB:2026:7341

ECLI:NL:RBZWB:2026:7341

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 07-08-2026
Datum publicatie 07-08-2026
Zaaknummer 12283115 \ VV EXPL 26-69 (E)
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Tilburg

Samenvatting

Tussen verhuurder en huurster bestaat sinds 18 maart 2020 een huurovereenkomst met betrekking tot een sociale huurwoning. Verhuurder heeft van diverse omwonenden in de periode van oktober 2025 tot heden overlastmeldingen ontvangen. De meldingen zien op overlast, bestaande uit geschreeuw en gegil, zowel in de woning als op straat. De overlast doet zich dag en nacht voor en omwonenden voelen zich onveilig. De laatste maanden wordt het geschreeuw extremer en richt huurster zich ook op bedreigende wijze expliciet richting haar omwonenden door het noemen van namen. De politie is ook van de situatie op de hoogte. In 2026 zijn er in totaal 11 meldingen gedaan vanuit de buurt. De politie is al meerdere keren ter plaatse gekomen en huurster is daarbij ook twee keer aangehouden. Verhuurder vordert in deze procedure ontruiming van de huurwoning. De kantonrechter wijst de vordering toe.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Tilburg

Zaaknummer: 12283115 \ VV EXPL 26-69

Vonnis in kort geding van 7 augustus 2026

in de zaak van

STICHTING LEYSTROMEN,

te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: Leystromen,

gemachtigde: mr. P.L.T. Roks,

tegen

[huurder] ,

te [plaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [huurder] ,

niet verschenen.

1. De zaak in het kort

Tussen Leystromen en [huurder] bestaat sinds 18 maart 2020 een huurovereenkomst met betrekking tot de sociale huurwoning aan [adres] . Leystromen heeft van diverse omwonenden in de periode van oktober 2025 tot heden overlastmeldingen ontvangen. De meldingen zien op overlast, bestaande uit geschreeuw en gegil, zowel in de woning als op straat. De overlast doet zich dag en nacht voor en omwonenden voelen zich onveilig. De laatste maanden wordt het geschreeuw extremer en richt [huurder] zich ook op bedreigende wijze expliciet richting haar omwonenden door het noemen van namen. De politie is ook van de situatie op de hoogte. In 2026 zijn er in totaal 11 meldingen gedaan vanuit de buurt. De politie is al meerdere keren ter plaatse gekomen en [huurder] is daarbij ook twee keer aangehouden. Leystromen vordert in deze procedure ontruiming van de huurwoning. De kantonrechter wijst de vordering toe.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,- de mondelinge behandeling van 29 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagde.

3. Het geschil

Leystromen vordert in kort geding samengevat – bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad ontruiming van het gehuurde met veroordeling van [huurder] in de proceskosten.

Leystromen legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder] tekort is geschoten in de nakoming van haar huurovereenkomst. Zij is op grond van de huurovereenkomst en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden verplicht zich als een goed huurder te gedragen en ervoor te zorgen dat omwonenden geen overlast of hinder ondervinden. Zij veroorzaakt echter al geruime ernstige overlast, waarbij omwonenden structureel worden geconfronteerd met geschreeuw, gegil, nachtelijke geluidsoverlast en gevoelens van onveiligheid. Daarnaast is er op korte termijn geen concreet uitzicht op een structurele oplossing binnen de huidige woonvorm.

Hoewel behoorlijk gedagvaard met inachtneming van de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten, is [huurder] niet ter zitting verschenen. Tegen haar is dan ook verstek verleend. Mevrouw [ambulant begeleider] is de ambulant begeleider van [huurder] en is wel ter zitting verschenen. De heer [vader] , vader van [huurder] , is ook ter zitting verschenen. De kantonrechter heeft hen gehoord als informant. Leystromen heeft een duidelijk beeld geschetst van de overlastgevende situatie. Dit beeld wordt door [ambulant begeleider] en de vader van [huurder] niet ontkend. [huurder] bevindt zich momenteel in een psychische crisis en het is duidelijk dat zij meer zorg nodig heeft dan het vrijwillige kader op dit moment biedt. In dit kader is ook een zorgmachtiging aangevraagd.

4. De beoordeling

Er is sprake van een spoedeisend belang

De kantonrechter overweegt dat voor toewijzing van een vordering in kort geding, allereerst is vereist dat er feiten of omstandigheden zijn die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Leystromen heeft in dit kader aangevoerd dat van haar – en met name van de directe omwonenden van [huurder] – niet in redelijkheid kan worden verlangd dat de uitkomst van een bodemprocedure wordt afgewacht. Naar het oordeel van de kantonrechter is voldoende duidelijk dat sprake is van een spoedeisend belang bij de gevorderde ontruiming.

De gevorderde ontruiming wordt toegewezen

Vervolgens moet beoordeeld worden of het aannemelijk is dat de vorderingen van Leystromen in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben dat het – mede gelet op de belangen van partijen over een weer – gerechtvaardigd is op de toewijzing vooruit te lopen door het treffen van een voorlopige voorziening zoals gevorderd.

De vraag die - kort gezegd - voor ligt is of aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat sprake is van een tekortkoming aan de zijde van [huurder] die ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt. Ingevolge artikel 6:265 van het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft iedere tekortkoming van een partij de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.

De kantonrechter is voorshands van oordeel dat door Leystromen voldoende gemotiveerd gesteld is dat sprake is van ernstige overlast door [huurder] . Dit volgt uit de door Leystromen overlegde meldingen en klachten die zij heeft ontvangen van verschillende omwonenden, maar ook uit de correspondentie met de wijkagent die door haar is overgelegd. Uit de meldingen volgt dat omwonenden klagen over overlast, bestaande uit geschreeuw en gegil zowel overdag als ’s nachts. Omwonenden voelen zich onveilig en bedreigd, nu [huurder] hen soms tijdens het schreeuwen bij hun naam aanspreekt. De kantonrechter oordeelt dat de overlast de grenzen van wat buren moeten accepteren stelselmatig overschrijdt en ernstig is. Uit het tijdsverloop blijkt bovendien dat het gaat om frequente, langdurige en terugkerende klachten. Gelet op de ernstige psychische situatie van [huurder] bovendien op dit moment geen concreet zicht op verbetering van de situatie.

Op grond van het voorgaande is volgens de kantonrechter voorshands voldoende vast komen te staan dat [huurder] zich niet gedraagt als een goed huurder en haar gedrag als overlast kan worden aangemerkt en daarmee tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst. Verder is de kantonrechter voorshands van oordeel dat niet gesproken kan worden van een geringe tekortkoming. De kantonrechter is dan ook voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de vordering van Leystromen in een bodemprocedure zal worden toegewezen, zodat de gevorderde ontruiming de kantonrechter ook niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Door Leystromen wordt gevorderd de ontruiming binnen een termijn van zeven dagen toe te wijzen. De kantonrechter ziet in dit geval geen aanleiding om van de termijn van veertien dagen af te wijken.

Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard

Leystromen verzoekt het vonnis (gemotiveerd) uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Aangezien [huurder] geen verweer heeft gevoerd tegen de uitvoerbaarheid zal de kantonrechter de uitvoerbaarheid bij voorraad toewijzen. Aangezien het vonnis bij verstek is gewezen komt de kantonrechter niet toe aan een gemotiveerde belangenafweging.

[huurder] moet de proceskosten betalen

[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Leystromen worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

127,57

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

987,57

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te ontruimen en te verlaten, met alle goederen en al de personen die zijdens [huurder] in voormelde woning verblijven en deze woning ter vrije en algehele beschikking van Leystromen te stellen, onder afgifte van alle sleutels,

veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 987,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand