RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11599606 \ CV EXPL 25-985
Vonnis van 29 juli 2026
in de zaak van
[eisende partij] ,
te [plaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij],
procederend in persoon,
tegen
1. STICHTING ACHMEA RECHTSBIJSTAND,
te Tilburg,
Hierna te noemen: SAR,
gemachtigde: Stichting Achmea Rechtsbijstand,2. ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Apeldoorn,
hierna te noemen: Achmea,
gemachtigde: mr. I.C. Boot,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: Achmea c.s.
1. De zaak in het kort
[eisende partij] heeft bij Achmea een rechtsbijstandsverzekering afgesloten. SAR geeft uitvoering aan de rechtsbijstand op grond van deze verzekering. [eisende partij] heeft een beroep gedaan op de rechtsbijstandsverzekering in verband met een probleem met zijn auto. SAR heeft in eerste instantie geen dekking verleend. [eisende partij] stelt dat SAR tekortgeschoten is in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst waardoor hij onder andere het recht heeft zelf een advocaat in te schakelen op kosten van Achmea c.s. De vorderingen worden afgewezen. Bij het kopje ‘de beoordeling’ legt de rechter uit waarom.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis van 20 augustus 2025- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026 waarop [eisende partij] zijn eis vermeerderd heeft en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
3. De feiten
[eisende partij] heeft op 29 april 2021 een rechtsbijstandsverzekering afgesloten bij Achmea. Achmea heeft het verlenen van rechtsbijstand onder de polis toevertrouwd aan SAR.
[eisende partij] heeft op 6 augustus 2024 in Duitsland een tweedehands auto, te weten een Mercedes EQS53 AMG (hierna: de auto), gekocht. De auto was op dat moment tien maanden oud. De auto vertoont gebreken in die zin dat deze zonder reden de noodstop activeert. [eisende partij] heeft hierover contact gehad met Mercedes dealer Louwman te [plaats 2] (hierna: Louwman). [eisende partij] heeft in deze kwestie op 13 januari 2025 een beroep gedaan op zijn rechtsbijstandsverzekering bij SAR.
Op 17 januari 2025 vraagt SAR aan [eisende partij] de koopovereenkomst van de auto toe te sturen. [eisende partij] stuurt diezelfde dag de voorpagina van de factuur, een e-mail van Louman dat er nog garantie op de auto zit en een e-mail van [eisende partij] zelf. [eisende partij] meldt daarbij dat het om fabrieksgarantie van Mercedes gaat en dat de overeenkomst met de verkopende partij daarom niet relevant is. Die dag wordt telefonisch besproken dat de e-mail van Louman onvoldoende is om te beoordelen of het gebrek onder de fabrieksgarantie valt zodat er geen dekking voor rechtsbijstand is.
Op 20 januari stuurt [eisende partij] een e-mail waarin hij kenbaar maakt dat hij het oneens is met het standpunt van SAR dat het geschil niet onder de dekking valt. Hij stelt SAR in gebreke en geeft SAR een termijn van 5 dagen om dat standpunt ter herzien.
Diezelfde dag meldt SAR nogmaals dat er geen garantie gegeven is bij de auto zodat zij geen dekking verleent. [eisende partij] reageert dat er sprake is van fabrieksgarantie zodat het geschil wel onder de dekking valt en geeft SAR een nieuwe termijn tot de volgende werkdag 17.00 uur om haar standpunt te herzien.
Achmea bericht op 21 januari 2025 dat [eisende partij] bezwaar heeft gemaakt tegen het standpunt van SAR met betrekking tot de dekking, dat zijn klacht daarover in behandeling wordt genomen en dat hij binnen 5 dagen hierover van SAR zal vernemen.
[eisende partij] reageert dezelfde dag dat hij geen bezwaar heeft aangetekend maar dat hij een laatste moment heeft gegeven om te reageren ook al is verzuim al ingetreden. [eisende partij] kondigt aan dat hij een dagvaarding zal uitbrengen.
Achmea stuurt een e-mail dat zij de klacht ten aanzien van het niet verlenen van dekking heeft ontvangen en dat zij die in behandeling neemt. De klachtcoördinator kondigt aan dat zij de volgende dag telefonisch contact op zal nemen.
[eisende partij] stuurt vervolgens een e-mail waarin hij toelicht waarom het weigeren van dekking volgens hem onterecht is.
Op 22 januari 2025 reageert SAR dat er wel sprake is van dekking en wordt alsnog een jurist aan het dossier toegewezen.
Bij e-mail van 24 januari 2025 schrijft de behandelend jurist van SAR aan [eisende partij] dat zij meer informatie nodig heeft om het geschil te beoordelen en adviseert zij [eisende partij] om de verkoper van de auto aan te spreken. [eisende partij] reageert dezelfde dag dat hij het met dat advies niet eens is en Mercedes Nederland wil aanspreken. De jurist van SAR reageert dat zij de al gevoerde correspondentie wil ontvangen zodat zij kan beoordelen of er nog tot herstel gesommeerd moet worden. Ook licht zij toe waarom zij adviseert de verkoper aan te spreken.
Op 31 januari 2025 reageert [eisende partij] dat hij de verkoper nog niet in gebreke heeft gesteld zodat die niet in verzuim is maar Mercedes Nederland wel. [eisende partij] voegt de verkoop factuur bij. SAR reageert dezelfde dag dat zij adviseert (ook) de verkoper in gebreke te stellen en dat het ontbinden van de koopovereenkomst alleen mogelijk is ten opzichte van de verkoper.
Maandag 3 februari 2025 reageert [eisende partij] dat hij de verkoper niet in gebreke wil stellen vanwege de reistijd die gemoeid is met het terugbrengen van de auto. Hij wil ook niet dat de koopovereenkomst wordt ontbonden maar dat de auto hersteld wordt en als dat niet lukt dat de auto vervangen wordt voor een vergelijkbare auto.
Op 6 februari 2025 schrijft SAR dat het advies blijft de verkoper aan te spreken maar dat zij voor het aanspreken van de fabrikant graag de koopovereenkomst ontvangt zodat zij kan vaststellen welke garantievoorwaarden van toepassing zijn. SAR vraagt ook om de volledige correspondentie toe te sturen.
Op 16 februari 2025 reageert [eisende partij] dat hij wil dat alleen Mercedes Nederland wordt aangesproken en dat SAR de garantievoorwaarden bij Mercedes Nederland kan opvragen.
SAR reageert op 17 februari 2025 dat zij dat zal doen maar dat zij voordat zij Mercedes Nederland aanschrijft graag de volledige correspondentie ontvangt. [eisende partij] reageert dat er geen aanvullende stukken zijn.
Op 20 februari 2025 mailt SAR dat uit het bericht dat [eisende partij] wel heeft overgelegd blijkt dat er meer correspondentie is, dat er verwezen wordt naar afspraken en dat zij graag verneemt wat daarvan de status is en dat zij ook een volledige koopovereenkomst nodig heeft om het dossier te kunnen beoordelen. [eisende partij] reageert dat hij verder niets heeft en dat hij de eerder geïnitieerde procedure tegen SAR zal oppakken als SAR zijn zaak niet in behandeling neemt.
Op 21 februari 2025 vraagt SAR nogmaals om een koopovereenkomst en een toelichting bij het eerder overgelegde bericht. SAR meldt dat de kosten van een procedure tegen SAR niet worden gedekt onder de rechtsbijstandsverzekering. [eisende partij] reageert dat hij verder niets heeft en dat Achmea in verzuim is.
Op 25 februari 2025 schrijft [eisende partij] dat verschillende veiligheidsfuncties van zijn auto plotseling werden uitgeschakeld tijdens het rijden waardoor hij bijna een ongeluk heeft gehad. Hij vraag SAR de kwestie meteen op te pakken. SAR reageert dat zij vandaag een concept op kan stellen mits [eisende partij] informatie aanlevert over het bericht wat hij eerder heeft overgelegd en de koopovereenkomst aanlevert. [eisende partij] reageert dat dat een bericht was aan een specialistisch advocaat die hem adviseerde en dat hij verder geen stukken heeft.
Op 25 februari 2025 laat [eisende partij] het klachtenteam van SAR weten dat zijn zaak niet naar wens wordt opgepakt en dat hij een procedure tegen SAR zal starten.
Op 7 maart 2025 wordt de dagvaarding in deze procedure uitgebracht.
4. Het geschil
[eisende partij] vordert, na eisvermeerdering ter zitting, – samengevat – het volgende:
voor recht te verklaren dat Achmea c.s. toerekenbaar tekort zijn geschoten in hun verplichtingen uit de rechtsbijstandsverzekering door ten onrechte dekking te weigeren voor het geschil omtrent de Mercedes;
voor recht te verklaren dat Achmea c.s. door de afwijzing van SAR op de ingebrekestelling van 20 januari 2025 in verzuim zijn geraakt, waardoor [eisende partij] gerechtigd is externe rechtsbijstand in te schakelen op kosten van Achmea c.s.;
voor recht te verklaren dat [eisende partij] de verbintenis tot nakoming van de rechtsbijstandsverzekering rechtsgeldig heeft omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding waarmee Achmea c.s. gehouden zijn redelijke kosten te vergoeden;
primair Achmea c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van alle kosten voor externe rechtsbijstand die [eisende partij] heeft gemaakt en zal maken in het geschil met de dealer en/of fabrikant van de Mercedes en in het geschil met Achmea c.s. zelf, op te maken bij staat;
of subsidiair voor recht te verklaren dat [eisende partij] recht heeft op vrije advocaatkeuze en daarmee Achmea c.s. te veroordelen tot betaling van alle gemaakte en te maken kosten voor rechtsbijstand in het geschil met de dealer en/of fabrikant van de Mercedes en in het geschil met Achmea c.s. zelf;
of meer subsidiair Achmea c.s. te veroordelen tot het inschakelen van een externe deskundige als bindend adviseur conform de polisvoorwaarden welke de stelling van SAR in haar e-mail van 20 februari 2025 om 09.04 uur toetst op basis van de in het dossier beschikbare feiten en stukken en Achmea c.s. te veroordelen zich aan dit oordeel te houden;
5. [eisende partij] vordert ook dat Achmea c.s. in de proceskosten wordt veroordeeld.
6. [eisende partij] wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
[eisende partij] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij een rechtsbijstandsverzekering heeft afgesloten bij Achmea. Op grond van die verzekering had SAR rechtsbijstand moeten verlenen bij zijn geschil met Mercedes. Door de dekking af te wijzien is zij tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Doordat SAR bij die weigering bleef is zij in verzuim. Daarom heeft [eisende partij] de verbintenis tot nakoming omgezet in een verbintenis tot schadevergoeding. Ook heeft [eisende partij] recht op vrije advocaatkeuze.
SAR voert verweer. SAR vindt dat de vordering van [eisende partij] moet worden afgewezen en wil dat [eisende partij] in de proceskosten wordt veroordeeld. SAR wil de mogelijkheid krijgen om deze proceskostenveroordeling meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. SAR voert ter verweer aan dat [eisende partij] met SAR geen verzekeringsovereenkomst heeft gesloten zodat SAR geen wanprestatie kan hebben gepleegd. Er is geen sprake van een toerekenbare tekortkoming of van verzuim. Schout heeft alleen recht op vrije advocaatkeuze als bij het geschil waarvoor de rechtsbijstandsverzekeraar wordt ingeschakeld sprake is van een gerechtelijke of administratiefrechtelijke procedure of belangenverstrengeling. Hiervan is geen sprake dus [eisende partij] heeft geen recht op vergoeding van advocaatkosten. Er is sprake van schuldeisersverzuim omdat [eisende partij] weigert volledige informatie aan te leveren waardoor het SAR onmogelijk wordt gemaakt goede rechtshulp te verlenen.
Achmea voert verweer. Achmea vindt dat de vordering van [eisende partij] moet worden afgewezen en wil dat [eisende partij] in de proceskosten wordt veroordeeld. Achmea wil de mogelijkheid krijgen om deze proceskostenveroordeling meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. Achmea betwist dat zij toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Achmea betwist dat zij in verzuim is, zij is nooit in gebreke gesteld. Ten aanzien van de vergoeding voor rechtsbijstand voert Achmea aan dat in de algemene voorwaarden staat dat geschillen met betrekking tot de kwaliteit van de rechtsbijstand zijn uitgesloten van de rechtsbijstandsverzekering. Daarnaast procedeert [eisende partij] in persoon. De aard en omvang van de kosten worden door hem verder niet inzichtelijk gemaakt. Verder sluit Achmea zich aan bij het verweer van SAR op dit punt. Achmea sluit zich ook aan bij het beroep van SAR op schuldeisersverzuim.
5. De beoordeling
de eisvermeerdering
[eisende partij] heeft ter zitting zijn eis vermeerderd in die zin dat hij het onder 4 als meer subsidiair gevorderde aan zijn eis heeft toegevoegd. Achmea c.s. hebben daartegen bezwaar gemaakt en verzocht schriftelijk te mogen reageren op de eisvermeerdering. De kantonrechter staat de eisvermeerdering toe aangezien dit kan tot eindvonnis is gewezen. De eisvermeerdering is overzichtelijk zodat van strijd met de goede procesorde geen sprake is. Omdat de vorderingen zullen worden afgewezen worden Achmea c.s. niet meer in de gelegenheid gesteld op de eiswijziging te reageren.
de grondslag van de vordering
De kantonrechter stelt bij de beoordeling het volgende voorop. [eisende partij] en Achmea hebben een verzekeringsovereenkomst gesloten. De polisvoorwaarden bepalen wanneer en op welke wijze de verzekeringsovereenkomst moet worden uitgevoerd. [eisende partij] legt aan al zijn vorderingen ten grondslag dat Achmea c.s. tekortgeschoten zijn in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst en dat zij in verzuim zijn. De kantonrechter begrijpt de stellingen van [eisende partij] zo dat hij Achmea c.s. verwijt dat in eerste instantie geen dekking is verleend voor zijn geschil aangaande de auto en dat hij Achmea c.s. verwijt dat SAR geen goede rechtsbijstand heeft verleend en geen advocaat heeft toegewezen of heeft ingestemd die te betalen.
ten aanzien van het verlenen van dekking
Omdat SAR op 22 januari 2025 alsnog dekking heeft verleend gaat de kantonrechter er vanuit dat het weigeren van dekking door SAR onterecht was. In zoverre handelde SAR in strijd met de verzekeringsovereenkomst. Door op 22 januari 2025 alsnog dekking te verlenen is deze tekortkoming hersteld. [eisende partij] stelt echter dat verzuim al is ingetreden zodat hij recht heeft op schadevergoeding. Daarvoor is vereist dat een ingebrekestelling wordt verstuurd waarin een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld. Als er binnen die termijn niet wordt nagekomen is sprake van verzuim. De kantonrechter is van oordeel dat Achmea c.s. niet in verzuim is. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
[eisende partij] heeft SAR op 20 januari 2025 in gebreke gesteld en een termijn van vijf dagen gesteld om alsnog na te komen. Als SAR haar standpunt dat er geen dekking is herhaalt wijzigt [eisende partij] de termijn om dat standpunt te herzien naar de volgende werkdag 17.00 uur. Dat is geen redelijke termijn zodat met het verstrijken van die termijn geen verzuim is ingetreden. SAR heeft op 22 januari 2025, en dus binnen twee dagen alsnog dekking verleend. Dat is binnen een redelijke termijn. Van verzuim is dus geen sprake. Bovendien is niet gebleken dat [eisende partij] ook maar enige schade heeft geleden als gevolg van deze twee dagen durende tekortkoming zodat [eisende partij] ook geen belang heeft bij zijn vorderingen op dit punt. Gelet op het voorgaande komt de kantonrechter niet toe aan het verweer van Achmea dat zij geen ingebrekestelling heeft ontvangen.
ten aanzien van het verlenen van rechtsbijstand
De kantonrechter ziet geen tekortkoming inde wijze waarop SAR rechtsbijstand heeft verleend. Daarvoor is het volgende van belang. Het advies van SAR om de verkopende partij aan te spreken is begrijpelijk en toen duidelijk werd dat [eisende partij] dat advies naast zich neer wilde leggen en vasthield aan zijn wens om Mercedes Nederland aan te spreken heeft SAR meermaals gevraagd de volledige koopovereenkomst en correspondentie aan te leveren zodat zij het dossier kan beoordelen. [eisende partij] heeft naast de stukken genoemd in 3.3 niets aangeleverd. De kantonrechter stelt vast dat nergens uit blijkt dat er überhaupt een geschil is met Mercedes. Het enige wat [eisende partij] heeft overgelegd is een e-mail over de problemen met de Mercedes waarvan hij zelf stelt dat die niet aan Mercedes is gericht maar aan een advocaat. Dat [eisende partij] bij Mercedes aanspraak heeft gemaakt op reparatie onder de garantie en dat Louwman en/of Mercedes Nederland vervolgens onwillig zijn geweest daaraan te voldoen blijkt nergens uit. SAR heeft meermaals gevraagd hoe de correspondentie met Mercedes is verlopen. Zonder deze informatie kan SAR logischerwijs geen rechtsbijstand verlenen. Dat is haar niet te verwijten. Van een tekortkoming in de nakoming is geen sprake.
de rechtsverhouding tussen partijen
SAR voert onder andere ter verweer aan dat zij geen overeenkomst heeft met [eisende partij] en dus niet kan worden aangesproken op nakoming. De vraag of [eisende partij] SAR rechtstreeks kan aanspreken op grond van de verzekeringsovereenkomst met Achmea kan in het midden blijven aangezien uit het voorgaande volgt dat SAR geen verwijt te maken valt.
het recht op vrije advocaatkeuze of een bindend adviseur
Voor zover [eisende partij] vordering 4, althans het subsidiair en meer subsidiair gevorderde, grondt op de polisvoorwaarde is er ook geen grond voor toewijzing. Op grond van artikel 19 van de polisvoorwaarden mag de verzekerde zelf een advocaat kiezen als er een gerechtelijke procedure gevoerd moet worden of als sprake is van belangenverstrengeling. In 5.6 is al overwogen dat niet vast staat dat er überhaupt sprake is van een geschil met Mercedes Nederland en/of Louwman. De vraag of er een gerechtelijke procedure gevoerd moet worden of dat het geschil nog op een andere manier kan worden opgelost is dus nog helemaal niet aan de orde. Dat er sprake is van belangenverstrengeling bij Achmea c.s. is ook niet gebleken.
[eisende partij] heeft ter zitting toegelicht dat hij met een bindend adviseur bedoelt een scheidsrechter zoals vermeld in artikel 21 van de polisvoorwaarden. Artikel 21 betreft de geschillenregeling van Achmea. Het voorleggen van een klacht aan een scheidsrechter betreft stap drie in de geschillenregeling. Dat stap één en twee, te weten het indienen van een klacht en het beoordelen daarvan door Achmea, al zijn doorlopen blijkt nergens uit zodat er geen grond is voor toewijzing van de vorderingen. Daarnaast blijkt nergens uit dat Achmea c.s. onwillig zijn om uitvoering te geven aan de klachtenregeling als de juiste procedure doorlopen wordt. [eisende partij] heeft daarom ook geen belang bij deze vorderingen zodat deze ook om die reden moet worden afgewezen.
conclusie
Uit het voorgaande volgt dat alle vorderingen van [eisende partij] worden afgewezen.
proceskosten
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Achmea c.s. betalen. De proceskosten van Achmea worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
542,50
De proceskosten van SAR worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
542,50
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vorderingen van [eisende partij] af,
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van Achmea van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van Achmea als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van SAR van € 542,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eisende partij] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten van SAR als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. De Graaf en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.