Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker 1] ,
wonende te [woonadres 1] ,en[verzoeker 2] ,
wonende te [woonadres 2] ,
hierna te noemen: verzoekers,
met betrekking tot:
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1934,wonende te [woonadres 3] ,hierna te noemen: betrokkene.
Procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:- het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 20 oktober 2025;
- de nadere informatie, ontvangen op 10 februari 2026.
Het verzoek is mondeling behandeld op 11 december 2025 in aanwezigheid van betrokkene op de locatie waar betrokkene verblijft en op 2 juli 2026 op de rechtbank te Middelburg in aanwezigheid van de verzoekers.
Beoordeling
Verzoekers vragen machtiging voor het doen van een schenking ter hoogte van € 13.426,00 aan de twee kinderen van betrokkene.
Verzoekers lichten het verzoek als volgt toe:Betrokkene wil ons jaarlijks het maximale belastingvrije bedrag schenken. Dit jaar is dat voor het eerst gedaan. De achterliggende redenatie bij betrokkene is dat ze zo veel mogelijk een belastingheffing wil voorkomen.
In het verleden heeft betrokkene wel eens wat overgemaakt aan de dochter om haar een handje te helpen en ook de zoon heeft wel eens grote bedragen ontvangen.
Om hier enige structuur in aan te brengen en vragen van derden te voorkomen hebben verzoekers een schenkingsovereenkomst opgesteld, mede omdat betrokkene toen bij vlagen al volledig de weg kwijt was.
Uit het gesprek met betrokkene is niet af te leiden of het haar wens is om aan de kinderen te schenken. Ze kan zich wel herinneren dat ze iets heeft ondertekend, maar niet om jaarlijks te schenken aan de kinderen. Ze hebben geen geld nodig en betrokkene wil haar geld houden tot haar overlijden. Pas als er iets gebeurt mogen ze aan haar geld komen.
Bij de beoordeling van dit verzoek volgt de kantonrechter landelijk beleid, zoals vastgelegd in de Aanbevelingen Meerderjarigenbewind, Curatele en Mentorschap (vastgesteld door het LOVT op 3 april 2025). Aanbeveling B.J1 luidt – voor zover nu relevant – als volgt:
Voor schenkingen is toestemming van betrokkene nodig als hij zelf in staat is om beschikkingshandelingen uit te voeren (wilsbekwaam is) en dus zelf toestemming kan geven. Anders is een machtiging van de kantonrechter nodig. Voor het geven van de kleine verjaardags- en sinterklaascadeautjes is geen machtiging nodig. Als betrokkene wilsonbekwaam is, kan een verzoek om te schenken alleen worden toegewezen als een schenkingstraditie wordt aangetoond. Een schenkingstraditie kan blijken uit eerdere schenkingen van betrokkene in de periode voorafgaand aan het bewind (bijv. jaarlijkse donaties aan bepaalde goede doelen, in meerdere jaren schenking aan kinderen van groter omvang dan regulier verjaarscadeau).
Wanneer voortzetting van de schenkingstraditie de toekomstige verzorging van betrokkene in gevaar brengt wordt het verzoek afgewezen. Het liquide vermogen van betrokkene mag na de schenking niet minder dan € 30.000,- worden.
(…)
In bijzondere, door de bewindvoerder aan te voeren, omstandigheden kan van de hoofdregel worden afgeweken, bijvoorbeeld als de schenking de leefomgeving van betrokkene verbetert.
Door de medische situatie is betrokkene niet in staat zelf toestemming te geven voor het doen van schenkingen, zodat een machtiging van de kantonrechter daarvoor nodig is. Het is niet aannemelijk dat betrokkene wilsbekwaam was toen de schenkingsovereenkomst is opgemaakt. Betrokkene heeft in het verleden wel eens wat toegeschoven, maar het structureel schenken van hogere bedragen is niet aangetoond. De kantonrechter zal het verzoek afwijzen. Van een schenkingstraditie is namelijk geen sprake en van bijzondere omstandigheden is niet gebleken. Het is niet in het belang van betrokkene om de machtiging te verlenen.
Beslissing
De kantonrechter wijst het verzoek af.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch:a. door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.