RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/450043 / FA RK 26-3471
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1], nu verblijvende te [accommodatie], te [plaats 2],
advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 juli 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[persoon 1], verpleegkundig specialist in opleiding;
Dhr. [persoon 2], verzorgende.
2. Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in het [accommodatie]. De burgemeester van Woensdrecht heeft de inbewaringstelling op 6 juli 2026 afgegeven.
3. Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4. De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat hij onlangs ruzie heeft gehad met zijn echtgenote, waarna hij naar de accommodatie is gebracht. Inmiddels heeft hij de situatie met zijn echtgenote uitgepraat. Hij vindt het prima om op de afdeling te verblijven.
De verpleegkundig specialist in opleiding zegt dat betrokkene bij opname fors agressief gedrag vertoonde, maar inmiddels zeer coöperatief is en geen verzet meer toont. Daarnaast geeft zij aan dat betrokkene weliswaar hoopt naar huis te gaan, maar daartoe geen aanstalten maakt. Ook is op de afdeling geen agressief gedrag meer waargenomen. Gelet hierop acht zij voortzetting van de inbewaringstelling niet langer noodzakelijk en kan betrokkene volgens haar op vrijwillige basis op de afdeling verblijven.
De verzorgende onderschrijft het standpunt van de verpleegkundig specialist in opleiding.
De advocaat voert aan dat betrokkene op vrijwillige basis in de accommodatie wil verblijven. Volgens de advocaat ervaart betrokkene het verblijf niet als vervelend. Om die redenen verzoekt de advocaat de rechtbank om het verzoek af te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Tijdens de zitting is gebleken dat er geen sprake is van verzet van betrokkene tegen opname in de accommodatie. Dit maakt dat niet is voldaan aan de wettelijke criteria voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd.
6. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.