ECLI:NL:RBZWB:2026:7377

ECLI:NL:RBZWB:2026:7377

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 08-08-2026
Zaaknummer C/02/449424 / FA RK 26-3153
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Afwijzen verzoek rechterlijke machtiging. Niet voldaan aan verzetscriterium.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449424 / FA RK 26-3153

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats],

thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. M.A. Breewel-Witteveen uit Goes.

1. Het verloop van de procedure

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 18 juni 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 18 juni 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026, in de hierboven genoemde zorginstelling. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- [persoon 1], verpleegkundige;

- de heer [persoon 2], waarnemend behandelaar;

- mevrouw [persoon 3], dochter van betrokkene.

Verschenen, maar niet gehoord is:

- een medewerkster van [accommodatie].

2. Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3. De standpunten

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het goed met haar gaat. Het bevalt haar goed in de zorginstelling en zij wil hier graag blijven wonen.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Er is bij betrokkene geen sprake (meer) van verzet ten aanzien van de opname en het verblijf in de zorginstelling. Betrokkene weet dat zij niet meer terug naar huis kan en zij heeft het erg naar haar zin in de zorginstelling. De afwijzing van het verzoek zal betrokkene en haar familie rust geven.

De verpleegkundige en (waarnemend) behandelaar benoemen dat betrokkene zich de afgelopen tijd vrijwel niet meer verzet tegen haar opname en verblijf in de zorginstelling. Eerder was zij opstandig en probeerde zij uit de verpleeginstelling te ontsnappen. Daar is nu helemaal geen sprake meer van. Dit maakt dat er voor betrokkene geen rechterlijke machtiging nodig is en het verzoek kan worden afgewezen.

De dochter van betrokkene benoemt dat betrokkene eerder heel graag terug naar huis wilde, naar haar partner en haar oude leven. Nu haar partner recent is overleden, heeft betrokkene die behoefte niet meer. Betrokkene beseft heel goed dat zij niet meer op zichzelf kan wonen en zij geeft nu duidelijk aan dat zij in de zorginstelling wil blijven wonen.

4. De beoordeling

De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, in de vorm van gevorderde dementie, waarschijnlijk van het Alzheimertype. Deze diagnose is in 2023 door de huisarts ten aanzien van betrokkene gesteld. Dit is door of namens betrokkene niet betwist.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige psychische schade en ernstige verwaarlozing. In de thuissituatie was er in toenemende mate sprake van ontreddering en angst, waarbij betrokkene continu een beroep deed op haar mantelzorgers. Ook weet betrokkene niet meer hoe zij een inductieplaat moet bedienen, gaat het boodschappen doen niet meer goed en is zij de afgelopen tijd geregeld verdwaald tijdens het wandelen.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is blijvend aangewezen op intensieve en gespecialiseerde 24-uurszorg, toezicht en begeleiding in de nabijheid in een veilige en gestructureerde woonvoorziening. Dit kan haar in de verpleeginstelling worden geboden. Bovendien kan het steunsysteem van betrokkene dan worden ontlast.

Er is echter geen sprake (meer) van verzet tegen de opname en het verblijf in de zin van de Wzd. Betrokkene gaf eerder regelmatig aan dat zij naar huis wilde, waarbij zij ook probeerde uit de zorginstelling weg te komen. Sinds het overlijden van haar partner is daar geen sprake meer van geweest. Betrokkene ziet in dat zij niet meer thuis kan wonen en zij geeft nu ook duidelijk aan dat zij in de zorginstelling wil blijven wonen. Dit is tijdens de zitting bevestigd door de dochter, de verpleegkundige en de (waarnemend) behandelaar van betrokkene. Gelet hierop is niet voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

5. De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juli 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. De Beer

Griffier

  • mr. De Haas

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand