ECLI:NL:RBZWB:2026:738

ECLI:NL:RBZWB:2026:738

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 09-02-2026
Datum publicatie 06-02-2026
Zaaknummer 02-022360-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Op tegenspraak
Zittingsplaats Middelburg

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor diefstal met bedreiging met geweld met een op een vuurwapen lijkend voorwerp. Deels voorwaardelijke werkstraf.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummers: 02-022360-25

Vonnis van de meervoudige kamer van 9 februari 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2007,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. M. Kalle, advocaat te Middelburg.

1. Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting met gesloten deuren van 26 januari 2026, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 23 oktober 2024:

Feit 1: sloffen sigaretten heeft gestolen van [aangever] door bedreiging met geweld;

Feit 2: een op een vuurwapen lijkend voorwerp voorhanden heeft gehad.

3. De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 23 oktober 2024 schuldig heeft gemaakt aan diefstal met bedreiging met geweld. Verdachte heeft aan aangever de BB-gun getoond en deze op hem gericht en gezegd dat hij moest maken dat hij wegkwam of woorden van gelijke strekking.

Feit 2:

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een BB-gun, een wapen van categorie I, onder 7º van de Wet wapens en munitie voorhanden heeft gehad nu hij deze BB-gun gebruikt heeft om de diefstal als bedoeld onder feit 1 te plegen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat beide feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. De verdediging benadrukt dat er weliswaar iets gezegd is door verdachte, maar dat hij niet “of ik schiet” gezegd heeft of woorden van gelijke strekking. Ook wordt door de verdediging betwist dat verdachte de BB-gun op aangever gericht heeft.

Het oordeel van de rechtbank

De bewijsmiddelen

Aangezien verdachte ten aanzien van de feiten een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte het wapen op aangever heeft gericht en heeft gezegd “voordat ik schiet” of woorden van gelijke strekking, omdat het dossier daarvoor naast de verklaring van aangever onvoldoende bewijs bevat.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

op 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland 5 sloffen sigaretten, die geheel aan [aangever] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door een op een pistool gelijkend voorwerp te tonen aan die [aangever] en daarbij te zeggen "Ga hier weg ", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2

op 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, namelijk een Colt M1911 Al, voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest. Tevens wordt een voorwaardelijke jeugddetentie gevorderd voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt, met het oog op het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag geen (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Voor het overige kan de verdediging zich vinden in de eis van de officier van justitie, maar wordt verzocht een deel van de werkstraf voorwaardelijk op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een straatroof en het voorhanden hebben van een op een vuurwapen lijkend voorwerp (een BB-gun). Verdachte heeft aangever naar een afgelegen plek laten komen op een tijdstip dat het al donker was en vervolgens aangever onder bedreiging van een wapen sloffen sigaretten afhandig gemaakt. Het moet voor het slachtoffer een bijzonder angstige ervaring geweest zijn, omdat hij niet wist of het wapen dat verdachte op hem richtte een echt vuurwapen betrof. Dit soort feiten heeft niet alleen veelal ernstige psychische gevolgen voor het slachtoffer, maar zorgt ook voor gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Daarnaast is wapenbezit, ook als het gaat om een nepvuurwapen, onacceptabel omdat het risico bestaat dat dit gebruikt wordt (zoals ook in dit geval) en dat daarmee mensen worden bedreigd en bang gemaakt.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij niet eerder veroordeeld is voor een strafbaar feit.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 13 januari 2026 en de aanvulling die daarop ter zitting is gegeven. Hieruit volgt dat er twijfels zijn of de leeftijdsgenoten met wie verdachte omgaat wel een positieve invloed hebben, gezien het feit dat hij via een van hen het wapen heeft geleend waarmee het delict is gepleegd. Daarnaast geeft verdachte zelf aan onvoldoende weerbaar te zijn in situaties waarin leeftijdsgenoten vragen mee te doen met iets waarvan hij achteraf beseft dat dit fout of strafbaar is. Zijn weerbaarheid, impulsiviteit en contact met bepaalde leeftijdsgenoten zullen de kans op recidive vergroten. Beschermende factoren die het risico op recidive kunnen verkleinen, zijn dat verdachte een zinvolle dagbesteding heeft door school, stage en werk en dat hijzijn school zeer serieus neemt. Verdachte luistert naar de regels en afspraken thuis en zijn ouders zijn nauw betrokken. Hij moet hen altijd laten weten waar hij is en met wie en ook wordt door vader gecontroleerd of hij bijvoorbeeld daadwerkelijk op school is. Daarnaast is verdachte uit eigen beweging naar de huisarts gegaan omdat hij merkt dat hij zich slecht kan concentreren en impulsief handelt als mensen iets van hem vragen waarvan hij weet dat het niet goed voor hem is. De Raad ziet geen aanleiding voor het adviseren van bijzondere voorwaarden en adviseert de hulp in het vrijwillig kader verder op te pakken. De Raad adviseert een deels voorwaardelijke werkstraf met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden.

De op te leggen straf

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en naar de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen. De rechtbank is van oordeel dat een voorwaardelijke jeugddetentie, ondanks de ernst van het feit, niet passend is gelet op het blanco strafblad van verdachte en de beschermende factoren zoals benoemd door de Raad. De rechtbank acht wel van belang om aan verdachte een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend zal de rechtbank aan verdachte een werkstraf opleggen voor de duur van 100 uur, met aftrek van voorarrest, waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

7. Het beslag

De onttrekking aan het verkeer

Het inbeslaggenomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 13 en 55 van de Wet wapens en munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

feit 2: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en

munitie;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, waarvan 30 uren, subsidiair 15 dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:

* 1 STK Speelgoed (Omschrijving: PL2000-2024279428-G2820968 speelgoed pistool, zwart) .

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Hoeven, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mr. P.W.G. de Beer en mr. N.C.W. Haesen, kinderrechters,

in tegenwoordigheid van 9 februari 2026, griffier,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 9 februari 2026.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland

5, althans een of meer sloffen sigaretten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen welke

diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die [aangever] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door een op een

pistool, althans een (vuur)wapen gelijkend voorwerp te richten naar en/of te tonen

aan die [aangever] en/of daarbij heeft gezegd "Ga hier weg voordat ik schiet",

althans woorden van gelijke aard of strekking;

( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2

hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te [plaats] , gemeente Schouwen-Duiveland

een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten

een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een

ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen

geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk

een nabootsing van een pistool, welke door vorm en afmetingen een sprekende

gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, namelijk een Colt M1911 Al, voorhanden

heeft gehad;

( art 13 lid 1 Wet wapens en munitie )

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?