beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/435177 / FA RK 25-2372
Datum uitspraak: 8 juli 2026
(Nadere) beschikking betreffende inschrijving school, hoofdverblijfplaats en een zorgregeling
in de zaak van
[de vrouw],
hierna: de vrouw,
wonende in [woonplaats 1],
advocaat: mr. F. Ergec te [geboorteplaats],
tegen
[de man],
hierna: de man,
wonende in [woonplaats 2],
advocaat: mr. J.L.P. Heuts te Breda.
over de minderjarigen:
- [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2015, hierna: [minderjarige 1].
- [minderjarige 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2017, hierna: [minderjarige 2].
Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad
voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna: de Raad, de rechtbank over de verzoeken geadviseerd
1. Het (nadere) procesverloop
In het dossier zitten de volgende stukken:
de tussenbeschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 21 oktober 2025 en alle daarin genoemde stukken;
het op 28 januari 2026 ontvangen rapport van het UHA-loket;
de op 30 januari 2026 ontvangen e-mail van de vrouw;
de op 3 februari 2026 ontvangen brief van de Raad;
het op 7 april 2026 ontvangen rapport van de Raad;
het op 29 april 2026 ontvangen F9-formulier met bijlage van mr. Ergec;
het op 11 juni 2026 ontvangen F9-formulier van mr. Heuts;
de op 19 juni 2026 ontvangen e-mail van mr. Ergec.
2. De (verdere) beoordeling
Vorige beschikking
De rechtbank verwijst naar de tussenbeschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 21 oktober 2025. Hierin is, kort samengevat, aan de vrouw toestemming verleend om met de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van heden te verhuizen naar [woonplaats 1], alsmede hen in te schrijven in het BRP van de nieuwe woning. Daarnaast zijn de ouders en de minderjarigen voor een (jeugd)hulptraject verwezen naar het Uniform Hulpaanbod (UHA). Ook zijn de overige beslissingen aangehouden en is de procedure in de stand waarin zich deze bevindt naar de enkelvoudige kamer van de rechtbank verwezen.
Rapport Uniform Hulpaanbod
Uit het op 28 januari 2026 ontvangen rapport van het UHA-loket volgt, kort samengevat, dat de resultaten niet zijn behaald. Er ligt complexe scheidingsproblematiek ten grondslag aan de huidige situatie, hetgeen maakt dat systemische hulp werd geadviseerd. Het is niet gelukt om een hulpverleningstraject in te zetten. Er zijn zorgen over de kinderen. Zij zitten klem in een loyaliteitsconflict en verbreken het contact met de vader om rust voor zichzelf te creëren. De zorgregeling met de vader is opgeschort. De ouders zijn niet in staat om samen te werken om een contactbreuk te voorkomen en hebben een andere visie op de huidige situatie rondom de kinderen.
Rapport Raad
Uit het op 7 april 2026 ontvangen rapport van de Raad volgt, kort samengevat, dat de Raad zich ernstige zorgen maakt over het uitblijven van contact tussen de vader en de kinderen en het feit dat zij zich klem voelen tussen de ouders. Daarnaast lijken de ouders nauwelijks met elkaar te communiceren over belangrijke gebeurtenissen, zoals de verhuizing, de Veilig Thuis meldingen en de schoolwisseling. Voorts uiten de kinderen signalen van fysieke straffen door de vader, hetgeen nog onvoldoende geduid kan worden. Ook na het onderzoek van de Raad blijven nog veel onduidelijkheden en tegenstrijdigheden bestaan. De Raad kan onvoldoende duiden waar de afwijzende houding van de kinderen ten aanzien van het contact met de vader vandaan komt. Er moet meer zicht komen op de onderlinge gezinsrelaties en ieders (on)mogelijkheden om tot verandering te kunnen komen. De Raad adviseert om het verzoek van de moeder ten aanzien van de wijziging van de school toe te wijzen, nu de kinderen geen bezwaren hebben geuit en er vanuit school geen signalen zijn gekomen dat een verandering negatieve gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van de kinderen. Met betrekking tot de overige verzoeken adviseert de Raad om de beslissingen aan te houden voor de duur van negen maanden, in afwachting van de uitkomsten van de nog in te zetten hulpverlening.
Resterende verzoeken
Thans ligt nog ter beoordeling voor het verzoek van de vrouw om, bij beschikking, te bepalen dat aan de vrouw vervangende toestemming wordt verleend om de kinderen [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 te [geboorteplaats] en [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 te [geboorteplaats], met ingang van datum van deze beschikking in te schrijven bij de [basisschool] gelegen aan [adres] te [woonplaats 1].
Daarnaast ligt nog ter beoordeling voor de zelfstandige verzoeken van de man:
- te bepalen dat de kinderen met ingang van de datum van de beschikking bij de man zullen verblijven in de ene week van maandagmiddag na school tot woensdagochtend naar school en vervolgens van vrijdagmiddag na school tot woensdagochtend naar school in de andere week, alsmede gedurende de helft van de vakanties, dan wel een andere verdeling van zorg- en opvoedingstaken vast te stellen die uw rechtbank in het belang van de kinderen acht;
- te bepalen dat de kinderen voortaan, vanaf datum beschikking, hun hoofdverblijfplaats bij de man zullen hebben.
Nadere standpunten
Uit het F9-formulier van mr. Heuts van 11 juni 2026 blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de schoolwijziging. De minderjarigen zijn inmiddels ingeschreven op de nieuwe school. De man handhaaft zijn verzoeken ter zake het hoofdverblijf van de kinderen en de zorgregeling. De man verzoekt bovendien de behandeling van de (resterende) verzoeken aan te houden voor de duur van zes maanden in afwachting van het verloop van de ondertoezichtstelling.
Uit het e-mailbericht van mr. Ergec van 19 juni 2026 volgt dat de man inmiddels toestemming heeft verleend voor de inschrijving van de minderjarigen op de basisschool in haar woonplaats. Dit maakt dat de vrouw haar verzoek op dit punt intrekt en geen verdere behandeling noodzakelijk acht. Ten aanzien van de zelfstandige verzoeken van de man verzoekt de vrouw om deze verzoeken aan te houden in afwachting van de uitkomst van de lopende hulpverleningstrajecten en onderzoeken.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het F9-formulier van mr. Heuts van 11 juni 2026 en het e-mailbericht van mr. Ergec van 19 juni 2026 blijkt dat partijen overeenstemming hebben bereikt over de schoolwijziging van de kinderen. De kinderen zijn inmiddels ingeschreven op de nieuwe school in de woonplaats van de vrouw. Gelet hierop heeft de vrouw haar verzoek met betrekking tot de vervangende toestemming inschrijving school ingetrokken. Dit maakt dat het verzoek niet verder kan worden onderzocht en beoordeeld. De rechtbank zal dit verzoek van de vrouw dan ook afwijzen.
Uit het F9-formulier van mr. Heuts van 11 juni 2026 en het e-mailbericht van mr. Ergec van 19 juni 2026 blijkt ook dat partijen ten aanzien van de zelfstandige verzoeken van de man een aanhouding voor de duur van zes maanden verzoeken, in afwachting van de uitkomsten van de (lopende) hulpverleningstrajecten. De rechtbank zal, gelet op het voorgaande, de behandeling van het resterende deel van de verzoeken aanhouden voor de periode van zes maanden. De rechtbank verzoekt (de advocaten van) partijen om de rechtbank, onder gelijktijdige verstrekking aan partijen, uiterlijk op de hieronder genoemde pro forma datum te informeren over de recentelijke ontwikkelingen en de huidige stand van zaken, alsmede het door hen gewenste verdere procesverloop.
3. De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek van de vrouw ten aanzien van de vervangende toestemming inschrijving school af;
houdt de verdere behandeling van deze zaak aan tot 30 december 2026 PRO FORMA, zulks in afwachting van de berichten van (de advocaten van) partijen, zoals is overwogen onder rechtsoverweging 2.9.
Deze beschikking is gegeven door mr. Borm, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.