RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449657 / FA RK 26-3276
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
nu verblijvende in een [accommodatie] , locatie: [adres] te [plaats 2] ,
advocaat mr. V.C. Andeweg uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 25 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
[persoon 1] , casemanager;
[persoon 2] , arts in opleiding tot psychiater;
[persoon 3] , moeder van betrokkene.
Daarnaast was aanwezig, maar is niet gehoord: [persoon 4], voormalig voogd.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 15 juni is ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 6 juli 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene zegt dat hij graag naar huis wil en terug wil naar zijn broertje en zusjes. Daarnaast geeft betrokkene aan dat hij het op de afdeling ook prima vindt.
De casemanager brengt naar voren dat betrokkene veel blowt en dat hij als gevolg daarvan psychotisch is geraakt. Daarnaast is betrokkene enige tijd vermist geweest, omdat hij naar Spanje was vertrokken, waar hij eveneens opgenomen is geweest. Verder is betrokkene ambivalent ten aanzien van het innemen van zijn medicatie en zijn verblijf op de afdeling. Uit het verleden is gebleken dat de noodzakelijk geachte zorg niet op vrijwillige basis kan worden voortgezet, omdat betrokkene in dat geval zijn medicatie staakt.
De psychiater zegt dat betrokkene onlangs op de afdeling is gekomen na een overplaatsing en dat er tot op heden nog geen verplichte zorg is toegepast. Wel benadrukt de psychiater dat de bestendigheid van de vrijwillige medewerking niet kan worden gewaarborgd, gelet op het verleden van betrokkene. Daarnaast wordt betrokkene momenteel nog ingesteld op de juiste dosering van de medicatie.
Moeder van betrokkene brengt naar voren dat zij het eens is met het verzoek. Zij geeft aan dat betrokkene momenteel niet kan terugkeren naar huis en dat hij op de afdeling goed wordt behandeld.
De advocaat voert aan dat de medische verklaring volgens haar teveel is gebaseerd op het verleden. Betrokkene is volgens de advocaat bereid om behandeling te accepteren. Daarom vraagt de advocaat afwijzing van het verzoek. Daarnaast heeft betrokkene altijd meegewerkt aan medicatie en medische controles. Indien de zorgmachtiging toch wordt toegewezen, acht de advocaat deze vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk. Ook acht de advocaat de verplichte zorgvorm ‘insluiten’ niet noodzakelijk.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene is namelijk psychotisch ontregeld, mogelijk is er ook sprake van een depressieve stoornis. Er is daarnaast sprake van cannabisgebruik, hetgeen de psychotische ontregeling ook luxeert.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt daarbij onder ander in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene zijn medicatie staakt, met als gevolg dat hij weer psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling is betrokkene verbaal agressief naar zijn familieleden, gooit met spullen in huis en schreeuwt veel. Ook steelt hij spullen van de kamers van zijn zus en broers. Daarnaast geeft betrokkene zijn geld snel uit, vermoedelijk aan verdovende middelen, die het psychiatrisch toestandsbeeld verergeren.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene geeft tijdens de zitting aan naar huis te willen en uit de stukken blijkt dat betrokkene geen bemoeienis vanuit het GGZ wenst. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt onder meer het meewerken aan de contacten met het ambulante zorgteam;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe geen noodzaak bestaat.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] , Syrië, wat inhoudt dat de maatregelen die in overweging 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 januari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.