RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/449754 / FA RK 26-3315
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1], nu verblijvende in de [accommodatie] te [plaats 2],
advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [persoon], arts in opleiding tot psychiater.
2. Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 9 juni 2026 is ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 30 juni 2026.
3. Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
4. De standpunten
Betrokkene zegt dat zij liever zorg op vrijwillige basis wil, maar zij vindt de machtiging verder prima. De opname is naar aanleiding van een ruzie met haar ex-vriend. Zij is momenteel goed ingesteld op de medicatie en zij wil graag naar huis.
De psychiater zegt dat het beter gaat met betrokkene, maar dat zij nog niet voldoende is hersteld om met ontslag te gaan. Betrokkene werd opgenomen in manisch psychotische toestand. Zij neemt haar medicatie niet op vrijwillige basis in en de opname verloopt moeizaam. Onlangs heeft betrokkene vrijheden gekregen, maar is zij vervolgens niet teruggekeerd naar de afdeling. Het FACT-team heeft daarop gedurende een week geprobeerd ambulante hulp te geven, maar dit bleek niet haalbaar. Inmiddels is medicatie opgestart, maar het gewenste effect is nog niet bereikt. Hij vindt een zorgmachtiging nodig.
De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek. Volgens hem is het ernstig nadeel ontstaan door de situatie met de ex-vriend van betrokkene. Betrokkene neemt nu haar medicatie en haar ex-vriend is niet meer in haar huis. Indien dit onvoldoende wordt geacht, geeft betrokkene aan dat zij er geen bezwaar tegen heeft om langer op de afdeling te verblijven op vrijwillige basis. Mocht de zorgmachtiging toch worden verleend, dan verzoekt de advocaat om deze voor een verkorte duur van drie maanden toe te wijzen.
5. De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizoaffectieve stoornis van het bipolaire type. Daarnaast is er sprake van middelengebruik en onderliggend is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank overweegt hierbij als volgt. Door haar psychische stoornis, kampt betrokkene met grootsheidswanen en hallucinaties. Vanuit deze wanen en hallucinaties krijgt zij opdrachten, bijvoorbeeld om zichzelf te verhangen en denkt betrokkene paranormaal te zijn. Daarnaast zorgt betrokkene voor geluidsoverlast in de buurt. Hiermee roept betrokkene agressie van derden over zich af. Tot slot is er sprake van zelfverwaarlozing. Haar huis is een rommel en bevuild.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, blijkt dat betrokkene naar huis wil. Ook is in het verleden gebleken dat betrokkene zich onttrekt aan de zorg als er geen machtiging van kracht is. Daarnaast is betrokkene niet van plan om haar medicatie te accepteren.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt onder meer het meewerken aan de contacten met het ambulante zorgteam;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe geen noodzaak bestaat.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6. De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 januari 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.