ECLI:NL:RBZWB:2026:7393

ECLI:NL:RBZWB:2026:7393

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 08-08-2026
Zaaknummer C/02/448935 / JE RK 26-990
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Rekestprocedure
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling. Schriftelijke afdoening van de zaak omdat alle belanghebbenden instemmen met de verlenging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448935 / JE RK 26-990

Datum uitspraak: 8 juli 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant,

locatie Etten-Leur,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats 1] (Syrië),

hierna te noemen [minderjarige 1] ,

[minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 2014 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 2] ,

[minderjarige 3] ,

geboren op [geboortedag 3] 2022 in [geboorteplaats 2] ,

hierna te noemen [minderjarige 3] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1] ,

[de vader] ,

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 2 juni 2026, ontvangen op 2 juni 2026;

de telefoonnotitie van de griffier van de rechtbank van 1 juli 2026 van het telefoongesprek tussen de griffier en de moeder;

het e-mailbericht van de moeder van 1 juli 2026;

het bericht van de GI van 1 juli 2026;

het bericht van de griffier van de rechtbank gericht aan de GI van 1 juli 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek van de GI stond gepland op de zitting van 3 juli 2026. De ouders hebben op 1 juli 2026 laten weten akkoord te zijn met het verzoek van de GI en een zitting niet nodig te vinden. De GI heeft, in reactie hierop, verzocht de zaak schriftelijk af te doen. Nu belanghebbenden geen gebruik willen maken van een zitting en de kinderrechter zich verder voldoende geïnformeerd acht om een beslissing op het verzoek van de GI te nemen, heeft zij aanleiding gezien om de zitting van 3 juli 2026 niet door te laten gaan.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd over het verzoek van de GI. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter op 30 juni 2026.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

De minderjarigen wonen bij de moeder.

De minderjarigen zijn door de kinderrechter van deze rechtbank met ingang van 15 juli 2024 onder toezicht gesteld van de GI. De ondertoezichtstelling van de minderjarigen is bij beschikking van 9 juli 2025 verlengd tot 15 juli 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De GI stelt dat er in de afgelopen periode, mede dankzij de inzet van passende hulpverlening en de betrokkenheid van beide ouders, mooie stappen zijn gezet. Er is sprake van een verbeterd pedagogisch klimaat, meer structuur in de thuissituatie en een toenemende openheid van de ouders om hulp te aanvaarden en te reflecteren op hun rol als opvoeders. De traumabehandeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij [ggz-instelling] loopt. Dit neemt niet weg dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Bij alle drie de minderjarigen is sprake van een forse ontwikkelingsachterstand. [minderjarige 1] is uitgevallen op school en op dit moment is er nog geen passend onderwijs voor hem gevonden. [minderjarige 2] gaat, hoewel zij wel beter in haar vel lijkt te zitten dan een half jaar geleden, doubleren in groep 7 zodat zij bij dezelfde meester in de klas kan blijven. [minderjarige 3] is in onderzoek bij Kentalis vanwege vermoedens van TOS. Daarnaast waren er rond de meivakantie van 2026 grote zorgen over het gedrag van [minderjarige 1] , waarbij het de vraag was of hij thuis bij de moeder kon blijven wonen. [minderjarige 1] hield zich niet aan de regels en ondermijnde het gezag van met name de moeder. Nadat vanuit [ggz-instelling] een mannelijke begeleider voor [minderjarige 1] is aangesteld, is de situatie thuis weliswaar rustiger geworden, maar het blijft nog broos. Een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden is nodig om de reeds ingezette hulpverlening effectief voort te zetten, het verloop van de traumabehandeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] alsook het gedrag van [minderjarige 1] goed te kunnen monitoren en zorg te dragen voor passend onderwijs voor alle drie de minderjarigen. Belangrijk is dat de veiligheid, stabiliteit en ontwikkelingskansen van de minderjarigen worden geborgd, ook op de langere termijn.

De moeder heeft in een telefoongesprek met de griffier van de rechtbank op 1 juli 2026 en in haar e-mailbericht van (eveneens) 1 juli 2026 aangegeven dat zij en de vader akkoord zijn met het verzoek van de GI en dat zij een zitting niet nodig vinden.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben in het gesprek met de kinderrechter op 30 juni 2026, afzonderlijk van elkaar, aangegeven het prima te vinden als de huidige jeugdzorgwerker nog wat langer betrokken blijft.

5. De beoordeling

Wat zegt de wet?

Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255, eerste lid, van het BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255, eerste lid, van het BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:

a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;

b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, van het BW, in staat zijn te dragen.

Inhoudelijke beoordeling

De kinderrechter stelt vast dat in het afgelopen jaar is ingezet op een verdere verbetering van de problematiek die bij de minderjarigen speelt en hun opvoedsituatie bij beide ouders. Hierin zijn positieve stappen gezet. De ouders werken mee aan de benodigde hulpverlening en staan hier ook achter. De traumabehandeling van de minderjarigen bij [ggz-instelling] is ingezet en de minderjarigen, de moeder en de vader werken mee aan de hulpverlening. Wel zijn er nog steeds zorgen over de ontwikkeling van de minderjarigen, waarbij met name [minderjarige 1] zorgelijk gedrag laat zien. Het is daarom van belang dat de GI nog betrokken blijft om regie te voeren en om verdere ontwikkelingen te monitoren. Bovendien zijn de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet (volledig) behaald waardoor de inzet van hulpverlening in het gedwongen kader nog steeds noodzakelijk is. Wel spreekt de kinderrechter de hoop uit dat de ontwikkelingsbedreigingen bij de minderjarigen de komende periode zodanig verminderen dat de zaak over zes maanden overgedragen kan worden naar het vrijwillige kader.

Gelet op het vorenstaande acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling van de minderjarigen voor de duur van zes maanden passend en aangewezen. Uit de berichten die rechtbank van de moeder en de GI heeft ontvangen, komt naar voren dat de moeder en de vader hiermee instemmen. De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen en beslissen dat de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt verlengd voor de verzochte duur van zes maanden.

De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van15 juli 2026 tot 15 januari 2027;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026, in aanwezigheid van mr. Snatersen als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Snatersen als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand