2. Het verzoek
De man verzoekt onder andere vervangende toestemming voor de erkenning van [minderjarige].
3. De beoordeling
Omdat deze procedure onder andere betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet [minderjarige] op grond van artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. M. Hofland, advocaat, kantoorhoudende aan de Baronielaan 28, 4818 RA Breda, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
De bijzondere curator dient binnen vier weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het afstammingsverzoek in te nemen.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Daarbij behoudt de rechtbank zich iedere verdere beslissing voor.
4. De beslissing
De rechtbank
benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2025, mr. M. Hofland, advocaat te [woonplaats 1];
verzoekt de bijzondere curator binnen vier weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek in te nemen;
houdt de verdere behandeling van het afstammingsverzoek aan tot 4 augustus 2026 PRO FORMA, in afwachting van het verslag van de bijzondere curator;
bepaalt dat de mondelinge behandeling van het afstammingsverzoek en het verzoek tot de provisionele voorziening, met gesloten deuren, zal plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur] door mr. Phillips, in het gerechtsgebouw aan de Stationslaan 10 te Breda;
bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor de mondelinge behandeling voor de man en zijn advocaat, de moeder, de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 doormr. Phillips, rechter, in aanwezigheid van Block, griffier.
Tegen deze tussenbeslissing staat geen hoger beroep open.