ECLI:NL:RBZWB:2026:7398

ECLI:NL:RBZWB:2026:7398

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak 08-07-2026
Datum publicatie 08-08-2026
Zaaknummer C/02/449376 / KG ZA 26-327
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Breda

Samenvatting

Kort geding: vervangende toestemming voor vakantie naar Amerika (familiebezoek) - vordering afgifte paspoorten en verblijfsvergunningen - overeenstemming over de verdeling van de zorgregeling zomervakantie 2026 en (video)belmomenten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

vonnis

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/449376 / KG ZA 26-327

Vonnis in kort geding van 8 juli 2026

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats],

eiser in reconventie,

advocaat: mr. C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers te Eindhoven,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

advocaat: mr. P.F.M. Gulickx te Breda,

Partijen zullen hierna ‘de man’ en ‘de vrouw’ genoemd worden.

over de minderjarigen:

[minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika), hierna te noemen: [minderjarige 1]; [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] (Verenigde Staten van Amerika), hierna te noemen: [minderjarige 2],

Als informant wordt in deze procedure aangemerkt:

STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,

hierna te noemen: de Raad, om de voorzieningenrechter over de vorderingen te adviseren.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met tien producties;

- het stelbericht van mr. Gulickx van 26 juni 2026;

- het bericht met bijlage van mr. Gulickx van 1 juli 2026, betreffende productie 1;

- het bericht van mr. Van der Vegt-Boshouwers van 6 juli 2026, betreffende een volledige weergave van productie 10;

- de pleitnota van mr. Gulickx, overhandigd tijdens de zitting.

Op 8 juli 2026 heeft de voorzieningenrechter de zaak mondeling behandeld tijdens de zitting met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarigen en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eiste.

Tijdens de zitting zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. Daarnaast is verschenen een medewerker namens de Raad en een vertegenwoordigster van de GI.

Volledigheidshalve merkt de voorzieningenrechter op dat partijen tevens zijn bijgestaan door eenzelfde tolk in de Engelse taal, te weten mevrouw [persoon].

Ten slotte is vonnis bepaald.

Gelet op de nauwe samenhang tussen de vorderingen van de man in deze zaak en het verzoek van de GI in de zaak met kenmerk C/02/449603 / JE RK 26-1100, betreffende het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, zijn deze zaken gelijktijdig mondeling behandeld.

2. De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] geboren, hierna gezamenlijk te noemen: de minderjarigen.

Partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarigen.

Bij beschikking van 25 augustus 2025 heeft de kinderrechter de minderjarigen onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 25 augustus 2025 en tot 25 augustus 2026.

Bij beschikking van deze rechtbank van 8 september 2025, hersteld bij beschikking van 23 december 2025, is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken en heeft de rechtbank een tijdelijke zorgregeling bepaald, die wordt uitgevoerd vanuit de echtelijke woning, inhoudende:

De vrouw zorgt voor de minderjarigen vanaf zaterdag 21.00 uur tot woensdag 12.00 uur zolang [minderjarige 2] nog naar de peuterspeelzaal gaat en tot woensdag 14.00 uur zodra [minderjarige 2] naar de basisschool gaat (vanaf [geboortedag 2] 2025).

De man heeft de minderjarigen op zaterdag naar bed gebracht en zal direct na aankomst van de vrouw de woning verlaten.

De man zorgt voor de minderjarigen vanaf woensdag 12.00 uur (zolang [minderjarige 2] nog naar de peuterspeelzaal gaat) dan wel 14.00 uur (zodra ook [minderjarige 2] naar de basisschool gaat) tot zaterdag 21.00 uur.

De man haalt de minderjarigen op van school en/of peuterspeelzaal. De vrouw heeft de woning op woensdag uiterlijk om 12.00 uur dan wel 14.00 uur verlaten.

Beide partijen zorgen ervoor dat de woning schoon wordt achtergelaten voor de komst van de andere ouder.

In deze voorlopige zorgregeling is er geen vakantieregeling opgenomen.

De minderjarigen verblijven op basis van voormelde voorlopige regeling afwisselend bij partijen in de echtelijke woning.

Voor zover hier van belang heeft de voorzieningenrechter, bij vonnis van 15 april 2026 aan de vrouw vervangende toestemming verleend om in de meivakantie van 2026, van zaterdag 18 april 2026 tot dinsdag 5 mei 2026 met de minderjarigen op vakantie te gaan naar de Verenigde Staten voor een familiebezoek. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter de man veroordeeld om de paspoorten en verblijfsvergunningen van de minderjarigen voor 18 april 2026 aan de vrouw beschikbaar te stellen ten behoeve van de vakantie, al dan niet door deze achter te laten in de echtelijke woning op een voor de vrouw toegankelijke plek.

Partijen en de minderjarigen zijn Amerikaans burger.

3. De vorderingen

De man vordert in conventie bij vonnis in kort geding, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair te bepalen dat de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van het doorbrengen van hun zomervakantie 2026 vanaf 11 juli 2026 19.00u onder zorg van de vrouw vallen en wel gedurende drie aaneengesloten weken tot 1 augustus 2026 19.000, waarna zij vanaf dat moment tot en met 21 augustus 2026 hun vakantie met de man doorbrengen;

subsidiair te bepalen dat de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van het doorbrengen van hun zomervakantie 2026 vanaf 8 juli 2026 onder zorg van de man vallen en wel tot 1 augustus 2026 21.00u, waarna zij vanaf dat moment tot en met 22 augustus 2026 21.00u hun vakantie met de vrouw doorbrengen;

zowel primair als subsidiair te bepalen dat na ommekomst van de zomervakantie bij de man respectievelijk de vrouw het reguliere voorlopige zorgschema weer van kracht wordt;

II. te bepalen dat de kinderen in ieder geval op de volgende data en tijdstippen door de alsdan verzorgende ouder in staat moeten worden gesteld contact te hebben via (video)bellen met de andere ouder:

- 17 juli 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time)

- 24 juli 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.000 US Central time)

- 31 juli 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time)

- 7 augustus 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time)

- 14 augustus 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time)

- 19 danwel 21 augustus 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time);

III. de man vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar de Verenigde Staten te reizen voor het doorbrengen van hun zomervakantie met hem, primair in de periode 1 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026 en subsidiair in de periode 10 juli 2026 tot en met 1 augustus 2026 en wel de op wijze als in het lichaam van de dagvaarding beschreven;

IV. de vrouw te veroordelen tot afgifte van de paspoorten en de verblijfsdocumenten van de kinderen aan de man zodat hij met de kinderen kan reizen en wel uiterlijk 8 juli 2026 danwel uiterlijk 1 augustus 2026, althans in ieder geval ruim voor het vertrek van de man, afhankelijk van de beslissing van de voorzieningenrechter ten aanzien van het gevorderde onder I.;

V. te bepalen dat de ouder die niet de zorg heeft voor de kinderen in de zomervakantie van 2026 in de woning aan [adres] te [woonplaats] kan verblijven wanneer de zorgende ouder meer dan 2 aaneengesloten dagen elders verblijft met de kinderen.

De vrouw voert verweer tegen de vorderingen van de man onder III en IV en concludeert tot afwijzing van die vorderingen.

Tijdens de zitting is gebleken dat de vrouw zich niet verzet tegen de vorderingen van de man onder I (primair), II en V.

4. Het standpunt van partijen

Door en namens de man is in de stukken en tijdens de zitting, samengevat, het volgende aangevoerd. In echtscheidingsprocedure is een voorlopige zorgregeling bepaald. Er is nog geen definitieve vakantieregeling, wat maakt dat de voorlopige zorgregeling doorloopt. In de meivakantie wilde de vrouw met de kinderen naar de Verenigde Staten. De man gaf toen geen toestemming, omdat hij zorgen had dat de vrouw niet meer naar Nederland zou terugkeren. Nu wenst de man met de minderjarigen naar de Verenigde Staten te reizen voor een familiebezoek, maar geeft de vrouw daarvoor geen toestemming. De man verblijft met de minderjarigen bij zijn ouders. Zij zullen vliegen via Brussels airport naar Chicago en om vervolgens door te vliegen naar [plaats]. De man heeft de indruk dat de vrouw haar toestemming niet wil geven, omdat zij deze zelf eerder ook niet kreeg. Geprobeerd is om in onderling overleg afspraken te maken over de vakantie, echter dat is niet gelukt. In de visie van de man moet er voor partijen en de minderjarigen duidelijkheid komen over de aanstaande zomervakantie. Het voorstel wat de man heeft gedaan vindt de GI, volgens de man, een redelijk voorstel. De vorige keer was er onduidelijkheid over het achterlaten van de paspoorten en daarom maakt de man dit in zijn vordering wat concreter. De paspoorten worden op 1 augustus 2026 door de vrouw in de tas van de minderjarigen gedaan en na terugkomst zal de man de paspoorten in het keukenkastje leggen, bij de vrouw bekend.

Door en namens de vrouw is, samengevat, het volgende aangevoerd. De vrouw verzet zich niet tegen de vorderingen van de man onder I en V. Ook verzet zij zich niet tegen zijn vordering onder II, met dien verstande dat het laatste belmoment plaatsvindt op 19 augustus 2026. De vrouw maakt wel bezwaar tegen de reis van de man met de minderjarigen naar de Verenigde Staten. De vrouw voert daartoe aan dat zij zorgen heeft over de opvoedvaardigheden van de man en zijn niet consequent optreden. Het lukt de man niet om de minderjarigen goed te corrigeren. Als het uit de hand loopt, is het gelet op de afstand niet mogelijk om snel terug te keren naar Nederland. Hoewel zij zich ook zorgen maakt om de voeding die de minderjarigen krijgen, is dat geen hoofdoverweging voor haar bezwaar. Daarnaast kent de vrouw een agressieve en gewelddadige voorgeschiedenis met de man. Bovendien wenst de vrouw gelijk behandeld te worden. Zij had een rechterlijke toets nodig om haar reis naar de Verenigde Staten te kunnen maken, waardoor het eerlijk is dat de reis van de man ook wordt getoetst. Op die manier worden beide ouders gelijk behandeld. De vrouw heeft er geen bezwaar tegen als de man met de minderjarigen op vakantie zou gaan in Nederland, België of Duitsland.

5. Het advies van de Raad en het standpunt van de GI

De Raad adviseert de voorzieningenrechter, samengevat, als volgt. De Raad heeft geen zorgen over de veiligheid van de minderjarigen als zij met de man op reis gaan. De man zorgt nu ook al een groot deel van de tijd voor de minderjarigen. Het is in het belang van de minderjarigen dat zij, na een vakantie met de vrouw, ook een vakantie met de man kunnen hebben en zij hun familie in de Verenigde Staten kunnen bezoeken. De Raad adviseert dan ook tot toewijzing van de vordering tot het verlenen van vervangende toestemming.

De GI brengt, kort samengevat, naar voren dat wordt aangesloten bij het advies van de Raad. Er zijn geen zorgen over onveiligheid van de minderjarigen wanneer zij bij de man zijn. De man krijgt opvoedondersteuning en voldoet plichtsgetrouw aan wat er van hem wordt verwacht.

6. De beoordeling

Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is

besproken, overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

De voorzieningenrechter constateert dat partijen en de minderjarigen allemaal

Amerikaans burger zijn en dat de minderjarigen zijn geboren in [staat], Verenigde Staten

van Amerika. Dit brengt met zich dat deze zaak meerdere internationale aspecten kent,

waardoor de voorzieningenrechter (ambtshalve) dient te beoordelen of haar in deze zaak

rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de voorzieningenrechter het toepasselijk

recht te bepalen.

Nu de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de

Nederlandse voorzieningenrechter bevoegd van het kort geding kennis te nemen (artikel 7

lid 1 Brussel II-ter Verordening). Op dezelfde grond is op de vorderingen het Nederlands recht van toepassing (artikel 17 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996).

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van de gedingstukken en de toelichting door partijen tijdens de zitting staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het spoedeisend belang van de man bij zijn vorderingen vast. De voorzieningenrechter neemt daarbij in aanmerking dat de zomervakantie en de gewenste reis van de man met de minderjarigen (waar hij de paspoorten en verblijfsvergunningen van de minderjarigen voor nodig heeft) voor de deur staan en de vrouw voor de reis geen toestemming verleent. De spoedeisendheid van de vorderingen is bovendien door of namens de vrouw niet betwist. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat tot een inhoudelijke beoordeling van deze vordering kan worden overgegaan.

Verdeling zomervakantie

De voorzieningenrechter heeft zich ervan vergewist dat de vrouw zich niet verweert tegen de vordering van de man onder I. Deze (primaire) vordering van de man zal dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden.

(Video)belmomenten

Tijdens de zitting is gebleken dat de vrouw zich ook niet verzet tegen de vordering van de man onder II betreffende de (video)belmomenten. In aanvulling daarop spraken partijen met elkaar af dat het laatste (video)belmoment plaatsvindt op 19 augustus 2026 (17.00u Nederlandse tijd, 10.00u US Central time). De vordering van de man zal, inclusief voormelde afspraak, dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden.

Verblijf in de woning

Eveneens is gebleken dat de vrouw zich kan vinden in de vordering van de man onder V, betreffende het verblijf in de woning aan [adres] te [woonplaats]. De vordering van de man zal dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden.

Vervangende toestemming vakantie

Vooropgesteld wordt dat nu partijen gezamenlijk belast zijn met het gezag over de minderjarigen, de man de toestemming van de vrouw nodig heeft om met hen naar het buitenland te reizen en daar te verblijven. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat het in het algemeen belang van een kind is, dat dit kind op vakantie kan met zijn of haar ouders. Uitzonderingen kunnen bijvoorbeeld zijn wanneer de ouder die met het kind op vakantie wil niet in staat is om goed voor een kind te zorgen, wanneer er een gegronde vrees zou zijn voor ontvoering van het kind door de ouder of wanneer een vakantie in strijd is met tussen partijen gemaakte afspraken over de zorg- en contactregeling.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter verzet zich er niets tegen dat de man met de minderjarigen op vakantie naar de Verenigde Staten met als doel bezoek van familie. gaat. De vrouw heeft geen concreet bezwaar aangevoerd dat daaraan in de weg zou kunnen staan. Het argument, of beter gezegd de angst van de vrouw, dat de man niet over de juiste opvoedvaardigheden zou beschikken onderbouwt zij niet. Het is de voorzieningenrechter, evenals de Raad en de GI, niet gebleken dat de man niet goed voor de minderjarigen zou zorgen en zijn opvoedvaardigheden een reis naar de Verenigde Staten in de weg staan. De man krijgt opvoedondersteuning, die hij volgens de GI goed benut. Het bezwaar van de vrouw is dan ook ongefundeerd. Ook haar zorgen over onvoldoende gezond voedsel geeft geen reden om de minderjarigen de reis met de man te ontnemen. De man heeft bovendien voldoende inzichtelijk gemaakt hoe zijn reis er uit gaat zien en waar hij met hen verblijft. Verder is, nu de vrouw zich niet verzet tegen de vorderingen van de man onder I en II, duidelijk hoe de verdeling van de zomervakantie er uit gaat zien. De reis van de man doorkruist de zorgregeling van de vrouw niet.

Gelet op het bovenstaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om te veronderstellen dat een reis met de man (en daarmee een familiebezoek) niet in het belang van de minderjarigen zou zijn. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat aan de wettelijke criteria voor het verlenen van de gevorderde vervangende toestemming is voldaan. De vordering van de man onder III zal dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden.

Afgifte paspoorten en verblijfsdocumenten

Nu aan de man vervangende toestemming zal worden verleend om met de

minderjarigen op vakantie naar de Verenigde Staten te gaan, zal ook de

vordering tot afgifte van de paspoorten en verblijfsvergunningen van de minderjarigen

worden beoordeeld.

De voorzieningenrechter kan hier kort zijn. Het is vanzelfsprekend dat de man (voorafgaand aan en tijdens de vakantie) dient te kunnen beschikken over de paspoorten en verblijfsvergunningen van de minderjarigen. De minderjarigen hebben deze documenten voor hun reis met de man immers nodig. Daarom zal de vordering van de man onder IV dan ook worden toegewezen als in het dictum te melden. Concreet houdt dit in dat de vrouw ervoor zal zorgen dat bij de overdracht van de minderjarigen op 1 augustus 2026 de paspoorten en de verblijfsvergunningen in de tas van de minderjarigen zitten. Na afloop van de reis zal de man de paspoorten en verblijfsvergunningen terugleggen in het keukenkastje waar deze documenten altijd liggen. Ter zitting is gebleken dat de vrouw weet welk keukenkastje de man hiermee bedoelt.

Uitvoerbaar bij voorraad

De voorzieningenrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij

voorraad verklaren, zoals door de man is gevorderd.

Proceskostenveroordeling

Gelet op de relatie die tussen partijen heeft bestaan, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het meer of anders door de man gevorderde zal worden afgewezen.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter:

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats] ([staat], Verenigde Staten van Amerika) en [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2021 in [geboorteplaats] ([staat], Verenigde Staten van Amerika) in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedtaken gedurende de zomervakantie 2026 vanaf 11 juli 2026 19.00 uur tot 1 augustus 2026 19.00 uur onder zorg van de vrouw vallen, waarna zij vanaf 1 augustus 2026 19.00 uur tot en met 21 augustus 2026 onder de zorg van de man vallen;

bepaalt dat voornoemde minderjarigen in ieder geval op de volgende data en tijdstippen door de alsdan verzorgende ouder in staat moeten worden gesteld contact te hebben via (video)bellen met de andere ouder:

- 17 juli 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time)

- 24 juli 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time)

- 31 juli 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time)

- 7 augustus 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time)

- 14 augustus 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time)

- 19 augustus 2026 (17.00 uur Nederlandse tijd, 10.00 uur US Central time);

bepaalt dat de ouder die niet de zorg heeft voor de minderjarigen in de zomervakantie van 2026 in de woning aan [adres] te [woonplaats] kan verblijven wanneer de zorgende ouder meer dan 2 aaneengesloten dagen elders verblijft met de minderjarigen;

verleent aan de man – ter vervanging van de ontbrekende toestemming van de

vrouw — vervangende toestemming om in de zomervakantie van 2026 met voornoemde minderjarigen op vakantie te gaan naar de Verenigde Staten voor een familiebezoek in de periode van in de periode 1 augustus 2026 tot en met 21 augustus 2026;

veroordeelt de vrouw om de paspoorten en verblijfsvergunningen van voornoemde minderjarigen aan de man beschikbaar te stellen ten behoeve van de vakantie en wel uiterlijk op 1 augustus 2026 op de wijze zoals is weergegeven in rechtsoverweging 6.12;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is mondeling gewezen en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026 door mr. Van de Kraats, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.

De schriftelijke uitwerking van dit vonnis is vastgesteld op 17 juli 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. Vos als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand